Uithuisplaatsing

Voorkomen uithuisplaatsing

Voorkomen van uithuisplaatsing

De uitgangsvraag is: Welke interventies bij welke doelgroep zijn effectief bij het voorkómen van een uithuisplaatsing?

Juridisch kader

Het voorkómen van een uithuisplaatsing is een belangrijke opdracht vanuit de Internationale Verdragen. De verplichtingen uit het IVRK zijn verder uitgewerkt in de Internationale Richtlijnen voor Alternatieve Zorg van Kinderen (VN, 15 juni 2009). Ouders en jeugdigen hebben het recht om problemen eerst binnen het gezin aan te pakken:

“Aangezien het gezin de hoeksteen van de samenleving vormt en de natuurlijke omgeving voor de ontplooiing, het welzijn en de bescherming van jeugdigen is, moeten alle inspanningen er in de eerste plaats op gericht zijn dat het kind onder de zorg van zijn/haar ouders kan blijven of worden teruggebracht of, in voorkomend geval, onder die van naaste familieleden”

(VN, 15 juni 2009).

De overheid is verplicht om ouders hierbij zo nodig te ondersteunen. Een uithuisplaatsing wordt overwogen omdat er een disbalans is ontstaan tussen de ontwikkelingsbehoeften van de jeugdige en de opvoedingscapaciteiten van de ouders. Op dat moment is nog aan de orde of een uithuisplaatsing kan worden voorkomen door de inzet van ambulante interventies.

Het traject bij het voorkómen van een uithuisplaatsing is weergegeven in de complete richtlijn (pdf), figuur 6. Interventies kunnen conform de aanwijzingen in dit hoofdstuk worden ingezet en de inzet van deze interventies dient met regelmaat geëvalueerd te worden. Verslechtert de situatie, ontstaan er nieuwe problemen, zijn de problemen ernstig of is er onvoldoende resultaat, dan kunnen jeugdige, ouders en/of de jeugdprofessional opnieuw beslissen de jeugdige al dan niet tijdelijk uit huis te plaatsen.

Mocht een uithuisplaatsing alsnog aan de orde komen, dan verwijzen we terug naar het hoofdstuk Besluitvorming voor aanwijzingen over de typen plaatsing en het besluitvormingsproces.

Literatuur

In de literatuur wordt de verzamelnaam ‘intensieve pedagogische thuishulp’ gebruikt voor verschillende methodieken waarbij ambulante hulpverlening in de thuissituatie plaatsvindt. Meer specifieke vormen zijn multisysteemtherapie en de Deltamethode voor de gezinsvoogdij.

Programma’s voor intensieve pedagogische thuishulp

Een Nederlandse meta-analyse levert de volgende resultaten:

  • Na een programma voor intensieve pedagogische thuishulp zijn de gedragsproblemen van de jeugdigen duidelijk afgenomen, net als de opvoedingsbelasting zoals ervaren door de ouders. Ofschoon de scherpe kantjes van de problemen af zijn, blijkt uit de hoogte van de scores op de nameting dat er bij afsluiting van de hulp gemiddeld genomen nog steeds sprake is van aanzienlijke gedrags- en opvoedingsproblemen.

  • Het is niet onderzocht of intensieve pedagogische thuishulp leidt tot een afname van het aantal uithuisplaatsingen.

… Meer

In het buitenland zijn er verschillende studies verricht naar de effecten van intensieve thuishulpprogramma’s. Deze reviews leveren de volgende conclusies op:

  • Deze programma’s lijken sterk op ‘casework’ (dat niet effectief is gebleken).

  • Hulpverleners zijn niet in staat om vooral die gezinnen te selecteren bij wie ‘het risico op uithuisplaatsing’ het grootst is.

  • Intensieve thuishulpprogramma’s hebben niet voldoende flexibiliteit om aan de verschillende behoeften van gezinnen te voldoen. Intensieve pedagogische thuishulp is zeker voor sommige gezinnen zinvol: onderzoek laat zien dat het vooral effectief is bij gezinnen waarin het gedrag van de jeugdige problematisch is, maar dat het ineffectief is bij multiprobleemgezinnen.

  • Kindermishandeling bleek af te nemen en het gezinsfunctioneren verbeterde.

  • De kortdurende en intensieve programma’s zijn niet geschikt voor chronische en langdurige problemen, omdat de dosis hulp eenvoudigweg te laag is voor gezinnen die met zulke problemen kampen.

… Meer

Er zijn geen aanwijzingen dat de inzet van intensieve pedagogische thuishulp een uithuisplaatsing kan voorkomen.

Multisysteemtherapie

Multisysteemtherapie (MST) is een specifieke vorm van intensieve pedagogische hulp. Niet alleen het gezin is betrokken bij de behandeling, maar er wordt ook naar jeugdigen in hun omgeving gekeken. Daarbij is er aandacht voor het functioneren op school, relaties met leeftijdgenoten en vrijetijdsbesteding. In eerste instantie is MST ontwikkeld voor jongeren van twaalf tot achttien jaar met antisociaal gedrag en hun gezin. Inmiddels is er ook een aangepaste versie specifiek voor gezinnen waarin kindermishandeling plaatsvindt (MST-CAN; multisysteemtherapie voor Child Abuse and Neglect). MST-CAN is geschikt voor gezinnen met jeugdigen van zes tot zeventien jaar.

Onderzoek toont aan dat gezinnen die MST ontvingen meer vooruitgingen dan gezinnen die een andere behandeling hadden gehad: de jeugdigen lieten bij de follow-up na zestien maanden aanzienlijk minder gedragsproblemen zien, de ouders hadden minder psychiatrische problemen, het opvoedingsgedrag was meer verbeterd en de ouders kregen meer sociale ondersteuning. Er was geen verschil tussen beide groepen in het aantal herhaalde meldingen van kindermishandeling, maar jeugdigen die aan MST deelnamen, werden minder vaak uit huis geplaatst. Dat laatste was ook al gebleken uit onderzoek van Ogden en Hagen. Zij concludeerden dat adolescenten die MST ontvingen minder vaak uit huis geplaatst werden dan adolescenten die de gebruikelijke hulp kregen. Ouders van adolescenten die MST ontvingen, ervoeren minder probleemgedrag en internaliserende problemen (gemeten met de CBCL).

Concluderend zijn er enige aanwijzingen dat MST ernstige gedragsproblemen doet afnemen tot twee jaar na het begin van de interventie. Ook lijkt het erop dat meer adolescenten dankzij MST thuis kunnen blijven wonen.

Deltamethode voor de gezinsvoogdij

Binnen de gezinsvoogdij wordt de Deltamethode als werkwijze gebruikt voor de gezinsvoogdij. Zo is onderzocht of het gebruik van de Deltamethode effect heeft op de duur van de ondertoezichtstelling, het aantal uithuisplaatsingen en de duur van de uithuisplaatsing tijdens de ondertoezichtstelling. Sinds de invoering van de Deltamethode blijken ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen korter te duren en blijken minder jeugdigen uit huis geplaatst te worden. Nu kan een gezinsvoogd naast de Deltamethode ook andere interventies inzetten om de best passende hulp te bieden. Of de effecten toe te schrijven zijn aan de Deltamethode is daarom niet duidelijk.

Crisisinterventies

In de Richtlijn Crisisplaatsing voor jeugdhulp en jeugdbescherming is samengevat welke effecten zeer intensieve interventies zoals Families First en Ambulante Spoedhulp kunnen hebben bij de inzet in een crisissituatie. Uit deze samenvatting blijkt dat Families First en Ambulante Spoedhulp het gezinsfunctioneren verbeteren. Er zijn bovendien aanwijzingen dat Families First een uithuisplaatsing (tijdelijk) kan voorkomen. Door de inzet van Ambulante Spoedhulp lijkt daarnaast de veiligheid van de jeugdige te verbeteren. Diverse werkzame elementen (zoals snelle beschikbaarheid en een hoge contactfrequentie) lijken een voorwaarde voor effectieve hulp te zijn.

Overige overwegingen
Inleiding
Reageer!