Over de richtlijnen

Richtlijnen zijn voor en door professionals ontwikkeld. Ze ondersteunen professionals om samen met kinderen en ouders te beslissen over de best passende hulp. Een richtlijn geeft onderbouwde aanbevelingen op basis van wetenschappelijk onderzoek, praktijkkennis van professionals en ervaringskennis van ouders en kinderen. Ze vormen daarmee een belangrijk hulpmiddel voor de professional om de keuze voor zorg op te baseren.

Het ontwikkelen, herzien en implementeren van richtlijnen voor jeugdprofessionals vindt plaats in het kader van het Meerjarenplan Richtlijnen Jeugd. Het Meerjarenplan is opgesteld door het Nederlands Jeugdinstituut, de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW), het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) en de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO).

Van knelpunt tot richtlijn

Richtlijnen vormen een belangrijk onderdeel van de professionele standaard van jeugdprofessionals, maar niet elk onderwerp is geschikt voor een richtlijn. Een richtlijn is gebaseerd op de laatste kennis en moet aansluiten op wat nodig is in de praktijk. Daarom is een uitgebreid proces ontwikkeld waarmee nieuwe richtlijnen worden ontwikkeld.

  • Onderwerpkeuze en samenstelling uitgangsvragen

    Onderwerpen voor richtlijnontwikkeling worden vaak aangedragen door jeugdprofessionals zelf. Samen met organisaties in het jeugdveld vindt vervolgens een prioritering plaats op basis van urgentie en omvang van het betreffende probleem.

    Als een onderwerp wordt gekozen om te ontwikkelen tot richtlijn wordt eerst samen met jeugdprofessionals, wetenschappers en cliënten (jeugdigen en ouders) het onderwerp verder afgebakend. Ook worden de belangrijkste knelpunten en uitgangsvragen in kaart gebracht.

  • Beoordeling van wetenschappelijk bewijsmateriaal

    Richtlijnen zijn o.a. gebaseerd op de laatste wetenschappelijke inzichten. Bij aanvang van de ontwikkeling wordt daarom zoveel mogelijk wetenschappelijk bewijsmateriaal verzameld.

    Om de kwaliteit van wetenschappelijk bewijsmateriaal te kunnen beoordelen, wordt de systematiek van de Erkenningscommissie Interventies (pdf) gevolgd. Deze methode is toegesneden op de onderzoekspraktijk die in het jeugddomein gangbaar is. Voor de beoordeling van studies die niet over interventies gaan, wordt een ander passend beoordelingskader gebruikt.

  • Totstandkoming aanbevelingen

    De volgende stap is het maken van aanbevelingen voor het handelen van professionals. Aanbevelingen zijn altijd gebaseerd op de wetenschappelijke literatuur, de praktijkkennis van hulpverleners, de voorkeuren van kinderen en ouders en overige overwegingen.

  • Commentaarfase

    De eerste versie van de richtlijn wordt altijd voorgelegd aan verschillende betrokken partijen:

    • De beroepsverenigingen: BPSW, NIP en NVO en eventueel andere beroepsverenigingen voor wie het thema van de richtlijn relevant is.
    • Defence for Children Nederland (DCi) brengt advies uit over de mate waarin de richtlijn overeenstemt met het VN-verdrag inzake de Rechten van het Kind.

    De ontwikkelaars wegen daarna alle feedback en maken eventueel aanpassingen aan de richtlijn. Waar dit niet gebeurt, wordt dit door de ontwikkelaars in een separaat document gemotiveerd.

  • Proefimplementatie

    Voordat de richtlijn afgerond wordt, vindt eerst een proefimplementatie plaats. Door een tijdlang op proef met een richtlijn te werken, kunnen jeugdprofessionals nagaan of een richtlijn voldoet. Zijn de aanbevelingen in de richtlijn bijvoorbeeld concreet genoeg? Kunnen de professionals in de dagelijkse praktijk met de richtlijn uit de voeten? De uitkomsten van de proefimplementatie worden teruggekoppeld aan de richtlijnontwikkelaars zodat ze¬ de richtlijn verder kunnen aanscherpen.

  • Autorisatie

    Als de laatste aanpassingen zijn gedaan, wordt de definitieve versie van de richtlijn voorgelegd aan beroepsverenigingen om de richtlijn te autoriseren. Na autorisatie wordt de richtlijn vervolgens verspreid en ingevoerd volgens een algemeen invoerplan voor alle richtlijnen.

  • Praktijktoets

    Bij herziening van richtlijnen vindt in sommige gevallen een praktijktoets plaats. Met een praktijktoets beoordelen professionals de geactualiseerde richtlijn op toepasbaarheid in de dagelijkse praktijk.

  • Betrokkenheid van jeugdigen en ouders bij de ontwikkeling van de richtlijn

    Kinderen en hun ouders die met jeugdhulp of begeleiding te maken hebben gehad worden tijdens het hele proces bij de ontwikkeling van de richtlijn betrokken.

    Door mee te denken over inhoud en formulering leveren deze ervaringsdeskundigen een grote bijdrage aan de praktische bruikbaarheid van de richtlijn. Dit geldt met name voor aspecten als de samenwerkingsrelatie tussen hulpverlener en cliënt, gedeelde besluitvorming, de ouder- en opvoedingsrelatie en zorgen om de kinderen.

  • Bijstelling en herziening van de richtlijn

    Een richtlijn is gebaseerd op de kennis die tijdens het schrijven beschikbaar is. Nadat een richtlijn is uitgebracht, wordt informatie verzameld over het gebruik van de richtlijn. De verzamelde feedback en nieuwe inzichten kunnen aanleiding zijn om de richtlijn bij te stellen.

    Het is gebruikelijk richtlijnen ongeveer eens in de vijf jaar te herzien, of eerder als daar aanleiding toe is. Via een systeem van dynamische herziening worden richtlijnen ook tussentijds herzien. Feedback en nieuwe inzichten worden zodoende sneller in de richtlijnen verwerkt.

    Lees hier meer over: Hoe houden we de richtlijnen up-to-date?

Publicaties

Over de ontwikkeling en invoering van de richtlijnen voor jeugdprofessionals verschijnen regelmatig publicaties. Hieronder vind je ze bij elkaar.

  • Artikelen

    Klein, A. (2021). ‘Geef het kind een gevoel van grip bij scheiding’Tijdschrift voor Orthopedagogiek, editie 3, 20-27.

    Krul, R. (2020). ‘We moeten de richtlijnen beter toegankelijk maken, liefst in een app’De Pedagoog, nr. 4, 20-22

    Dijkstra, I.C. (2015). Nieuwe richtlijnen voor jeugdhulp en jeugdbescherming. GZ-psychologie, nr. 7, 15-17.

    Dorp, M. van (2015). Projectleider jeugdhulprichtlijnen Flip Dronkers: ‘Besluiten neem je samen met de cliënt’. JeugdenCo, jaargang 9, nr. 6, 16-18.

    Dronkers, F. (2011). De professionele ruimte in de jeugdzorg. Jeugdbeleid, nr. 4, 221-225.

    Dronkers, F. (2013). Richtlijnen jeugdzorg, aanbevelingen voor de jeugdzorgprofessionalTijdschrift voor Jeugdgezondheidszorg, nr. 3, 66-67.

    Dronkers, F. (2013). Richtlijnen jeugdzorg, aanbevelingen voor jeugdzorgprofessionals. NVO-bulletin, nr. 3, 10-11.

    Dronkers, F. (2014). Richtlijnen in het lokale jeugdveld: een kwestie van wennen. Kennisnet Jeugd, 10 juni 2014.

    Dronkers, F., & Dijkstra, I.C. (2015). Richtlijnen in de jeugdhulp en jeugdbeschermingDe Psycholoogjaargang 50, nr. 12, 34-41.

    Graaf, B. de (2013). Goed onderbouwde aanbevelingen. Richtlijnen helpen professionals in jeugdzorg bij goede afweging. Maatwerk vakblad voor maatschappelijk werk, nr. 1, 36-38.

    Juffer, F. (2016). De nieuwe richtlijnen voor jeugdhulp en jeugdbescherming. Ook belangrijk voor pleeggezinnen! Mobiel. Tijdschrift voor pleegzorg, jaargang 43, nr. 1, pp. 5-7.

    Juffer, F. (2015). Richtlijnen voor jeugdhulp en jeugdbeschermingDe Pedagoog, december 2015, 32-34.

    Prakken, J. (2011). Richtlijnen vergroten professionele autonomie. JeugdenCo, nr. 3, 32-33.

  • Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk: www.bpsw.nl

  • Nederlands Instituut van Psychologen: www.psynip.nl

  • Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen: www.nvo.nl

  • Nederlands Jeugdinstituut: www.nji.nl

… Meer

Reageer!