Uithuisplaatsing en terugplaatsing

3. Beslissen over uithuisplaatsing en terugplaatsing

Uitgangsvragen

  • Beoordelen en beslissen over uithuisplaatsing en terugplaatsing

    • Welke afwegingen en criteria zijn van belang om te beslissen of een uithuisplaatsing nodig is?
    • Welke afwegingen en criteria zijn van belang om te beslissen waar een kind het beste geplaatst kan worden?
    • Welke afwegingen en criteria zijn van belang om te beslissen of een terugplaatsing mogelijk is?
  • Termijnen voor besluitvorming

    • Binnen welke termijn moeten kind, ouders en omgeving weten wat het toekomstperspectief is?
    • Wanneer is terugplaatsing nog verantwoord, gezien de leeftijd van het kind en de duur van de uithuisplaatsing?
  • Wat is aan te bevelen bij het gezamenlijk uithuisplaatsen van broers en zussen?

  • Welke rol mogen en kunnen ouders en kind spelen in de besluitvorming over uithuisplaatsing en terugplaatsing?

… Meer

De aandacht voor een weloverwogen beslissing over een uithuisplaatsing is de laatste jaren sterk toegenomen, zowel op maatschappelijk als wetenschappelijk niveau. Uit hoofdstuk 1 en 2 komt naar voren dat een uithuisplaatsing een grote impact heeft op het leven van kinderen en ouders. Het is daarom cruciaal dat de beslissing tot een uithuisplaatsing op een zorgvuldige wijze wordt genomen, samen met collega’s van verschillende disciplines en samen met de ouders en het kind.

Beslissen over het verzoek tot een uithuisplaatsing blijft echter lastig en er zijn nog geen bewezen effectieve procedures om beslissingen over uithuisplaatsingen te ondersteunen. Hoewel thuis opgroeien in principe de voorkeur heeft, is voor sommige gezinnen een uithuisplaatsing van een of meerdere kinderen een noodzakelijke stap. Het is dan essentieel om een goede inschatting van de situatie te maken en een zorgvuldige, weloverwogen beslissing te nemen (Bartelink et al., 2019; Harder et al., 2020b; Van der Asdonk, 2020). Het is belangrijk vooraf de gezinssituatie goed in kaart te brengen en een gedeelde verklarende analyse te maken, zodat een besluit tot een uithuisplaatsing van een heldere, inzichtelijke en feitelijke onderbouwing wordt voorzien. Er moet rekening gehouden worden met de volledige situatie en de best passende oplossing voor het kind.

De ontwikkelwerkgroep heeft op basis van het Framework for the Assessment of Children in Need and their Families FACNF)(Department of Health, 2000), de notitie Veiligheidsbeleid en risicomanagement in Bureau Jeugdzorg (Bontje, 2018) en de beschikbare literatuur het besluitvormingsproces verder gestructureerd en uitgewerkt. Uit een meta-analyse met de FACNF blijkt dat professionals die het Framework gebruiken uiteindelijk betere inschattingen maken van complexe situaties, een meer holistisch en kindgericht standpunt innemen en meer interprofessionele en interorganisatorische samenwerking laten zien (Léveillé & Chamberland, 2010) dan professionals die het Framework niet gebruiken. Meer informatie over het Framework for the Assessment of Children in Need and their Families is terug te vinden in paragraaf 3.2.2 van de richtlijn Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp.

Paragraaf 3.2 beschrijft het besluitvormingsproces. We beschrijven het in de volgorde van de stappen die een professional in zijn werkproces neemt, niet aan de hand van de uitgangsvragen.

Er zijn drie kernbeslissingen in het uithuisplaatsingstraject:

  • Moet het kind wel of niet uit huis geplaatst worden?

  • Waar kan het kind het beste geplaatst worden?

  • Kan het kind wel of niet teruggeplaatst worden?

… Meer

Deze drie kernbeslissingen werken we in de volgende drie paragrafen uit.

Beslissen over uithuisplaatsing
1. Inleiding
Reageer!