Crisisplaatsing

Programma’s inzetten na crisis

Samenvatting van de literatuur

Specifieke ambulante programma’s

Het Washington State Institute for Public Policy heeft een meta-analyse verricht naar de effecten van intensieve pedagogische thuishulpprogramma’s. De belangrijkste conclusie was dat deze programma’s uithuisplaatsing niet wisten te voorkomen. Programma’s volgens het Homebuilders-model, in Nederland bekend als Families First en Ambulante Spoedhulp, voorkwamen uithuisplaatsing wél en verminderden de mate waarin de jeugdigen in de gezinnen mishandeld werden. Voor een beschrijving van de uitkomsten per studie wordt verwezen naar de onderbouwing (pdf) bij de Richtlijn Crisisplaatsing voor jeugdhulp en jeugdbescherming.

Specifiek werkzame elementen bij crisisinterventies

Het is op basis van wetenschappelijk onderzoek moeilijk om specifieke interventies aan te wijzen die een crisis kunnen bestrijden en crisisplaatsing van jeugdigen kunnen voorkomen. Wel zijn in de literatuur specifieke kenmerken gevonden waar interventies aan zouden moeten voldoen.
Factoren die een rol spelen bij de effecten van crisisinterventies zijn bijvoorbeeld de leeftijd van de jeugdige, maar ook kenmerken van de interventie. Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar factoren die het effect van een crisisinterventie beïnvloeden. Onderstaande resultaten geven daarom een voorzichtige indruk: meer onderzoek is nodig om met zekerheid de invloed van bepaalde kenmerken te beoordelen.
De eerder genoemde onderzoeken laten zien dat interventies die veel Homebuilders-elementen bevatten doorgaans goede resultaten behalen. De elementen uit deze aanpak kunnen daarom gezien worden als werkzame ingrediënten en komen dan ook vaak terug in crisisinterventies. Hieronder volgt een overzicht van de werkzame ingrediënten van een crisisinterventie.

Programmastructuur

Snelle start en snelle beschikbaarheid voor intake
Binnen 24 uur na aanmelding moet er een intake plaatsvinden, en binnen 24 uur na de intake moet er hulp beschikbaar zijn voor het gezin. Een snelle start van de crisisinterventie is van belang voor de veiligheid van de jeugdige. Ook wordt zo tegemoetgekomen aan de volwassene die zich zorgen maakt over de jeugdige.

24/7 beschikbaarheid
De crisishulpverlener of diens vervanger is 24 uur per dag bereikbaar en 7 dagen per week flexibel beschikbaar. De hulpverlener dient het gezin ook thuis te bezoeken. Dit kenmerk komt onder andere van het Families First-programma en het wordt ook onderbouwd door onderzoek naar effectieve interventies in crisissituaties.

Hulpverlenen in de eigen omgeving
Volgens het Homebuilders-model is het van belang om hulp te verlenen in de eigen omgeving van het gezin, dus bij het gezin thuis, op de school van de jeugdige en in de eigen wijk.

Intensiteit en caseload
Bij een goede crisisinterventie zijn de lengte van de hulpverleningssessies en de tijdstippen daarvan flexibel: een crisis kan zich tenslotte ook ’s avonds en in het weekend voordoen. Er is minimaal acht tot tien uur face-to-face-contact per week. De precieze invulling van het traject hangt af van de doelen en mogelijkheden van het individuele gezin. De jeugdzorgwerkers helpen ongeveer achttien gezinnen per jaar, en maximaal twee of drie gezinnen tegelijkertijd.

Beperkte duur
Een crisisinterventie neemt maximaal vier weken in beslag. Een crisis – in de zin van een verstoring van het evenwicht – duurt over het algemeen namelijk niet langer dan vier weken. Volgens Callahan kan een crisisinterventie bestaan uit één tot acht sessies, verspreid over een periode van vier tot zes weken. Verondersteld wordt dat dit genoeg is om het evenwicht te herstellen en de heftigste emoties te laten afzwakken. Omdat de onderliggende problematiek dan nog niet opgelost is, hebben de meeste gezinnen na beëindiging van de crisisinterventie nog wel aanvullende hulp nodig.

Eén vaste hulpverlener met een back-up-team
De crisishulp wordt zo veel mogelijk door één hulpverlener verleend. Jeugdzorgwerkers werken in teams van drie tot vijf hulpverleners en worden ondersteund door een gekwalificeerde gedragswetenschapper. Omdat bij een gezin in crisis vaak diverse hulpverleners en diensten betrokken zijn, is samenwerking tussen de jeugdzorgwerkers een wezenlijk onderdeel van crisisinterventie. Dit is ook van belang in verband met een tijdige afsluiting en overdracht van het gezin. Ook aanvullende en ondersteunende interventies dienen goed aan te sluiten.

Deskundigheid
De hulpverleners hebben minstens een intensieve training gehad van erkende trainers op het gebied van crisisinterventies. Simington, Cargill en Hill concluderen op basis van een evaluatie van het Crisis Intervention Program (CIP) dat de effectiviteit van de crisisinterventie samenhangt met onder meer de expertise van de hulpverlener.

Programma-inhoud

Inzetten op betrokkenheid en motivatie
De jeugdzorgwerker zet expliciet in op de betrokkenheid en motivatie van het gezin. De jeugdzorgwerker vraagt naar de motivatie van de gezinsleden en probeert indien mogelijk hun motivatie te versterken.

Doelen en fasering
Crisisinterventie is doelgericht en omvat volgens Fairchild meerdere fasen:

  • het vaststellen van de crisis (onderzoeken van de aanleiding, inschatten van de risico’s en mogelijkheden);

  • direct verlenen van hulp waarbij de cliënt en zijn netwerk worden gemobiliseerd;

  • het opstellen van een interventieplan. Dat wil zeggen dat de hulpverlener aan de hand van een hulpplan probeert het functioneren van de cliënt na de crisisinterventie te verbeteren.

… Meer

Crisisinterventie bestaat dus vooral uit korte termijn interventies: het onderzoeken van de situatie, het uitvoeren van de interventie, stabilisatie en het bieden van uitgebreide nazorg of follow-up. Het doel is het bijeenhouden van het gezin of het stimuleren van het contact tussen de gezinsleden onderling, het onderzoeken van de behoeften en krachten van het gezin en het aanleren of bijstellen van de coping strategieën van de verschillende gezinsleden.

Binnen het Homebuilders-model is het essentieel dat de doelen samen met het gezin worden opgesteld. Ook dienen de behaalde doelen tijdens en na afloop van de hulp in kaart te worden gebracht. Verder wordt het aanbod aangepast aan de wensen, behoeften en mogelijkheden van de individuele gezinsleden. Hierdoor is de kans groter dat de beoogde doelen behaald worden.

Cognitieve en gedragsmatige benadering
De jeugdzorgwerker zet cognitieve en gedragsmatige interventies in om gedragsverandering te bewerkstelligen.

Het aanleren van vaardigheden
Door de gezinnen vaardigheden aan te leren, zullen deze gezinnen uiteindelijk zelf in staat zijn om effectiever met het dagelijks leven om te gaan. De jeugdzorgwerker demonstreert deze vaardigheden, oefent met de gezinnen en geeft feedback.

Het bieden van concrete hulp
De jeugdzorgwerker biedt concrete hulp die bijdraagt aan het behalen van de doelen. De studie van Ryan en Schuerman laat zien dat concrete hulp (zoals helpen bij het zoeken naar huisvesting en bij het aanschaffen van kleding voor de jeugdigen) in gezinnen met financiële problemen de kans op kindermishandeling verkleint.

Belangenbehartiging
De jeugdzorgwerker helpt gezinnen door als belangenbehartiger op te treden bij instanties. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het aanvragen van schuldsanering of subsidies. Wanneer er basale problemen zijn (er is bijvoorbeeld een grote kans op uithuiszetting), dan moeten deze eerst worden opgelost. Al doende leert de hulpverlener het gezin hoe het zijn eigen belangen kan behartigen.

Conclusie
Inleiding
Reageer!