Crisisplaatsing

Een crisisplaatsing is het besluit tot het uit huis plaatsen van een jeugdige in een crisissituatie. Van een crisissituatie is sprake als de situatie (levens)bedreigend is voor de jeugdige of voor een of meerdere gezinsleden. In deze richtlijn onderscheiden we diverse stappen in het besluit tot uithuisplaatsing van een jeugdige in een crisissituatie. Wanneer de jeugdige uit huis gaat, heeft het de voorkeur om hem -indien mogelijk, en in overleg met de jeugdige en de ouders zelf- in het eigen sociale netwerk onder te brengen. Altijd dient overwogen te worden of en welke ambulante interventie na de crisis ingezet kunnen worden. De jeugdzorgwerker schakelt dan over op een ambulant programma van een zorgaanbieder. Zo’n programma dient binnen 48 uur in het gezin beschikbaar te zijn, en valt onder de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder. Alle interventies zijn gericht op herstel van het evenwicht thuis, en – als de jeugdige uit huis geplaatst is – op terugkeer van de jeugdige.

Naar Hoofdstukken

Zoeken

Uit de praktijk

‘De belangen van de cliënt komen steeds beter tot uitdrukking in de richtlijn!’

Leoni Daalderop deelnemer van de cliëntentafel

Lees het verhaal van Leoni

Uit de praktijk

‘De werkkaarten en kernoordelen die in de richtlijn beschreven staan, maken inzichtelijk welke afwegingen en criteria van belang zijn. ’

Brigitta Klooster gedragswetenschapper bij Bureau Jeugdzorg Haaglanden/Zuid-Holland

Lees het verhaal van Brigitta

?>

Aanbevelingen van deze richtlijn

  • Probeer een crisisplaatsing waar mogelijk te voorkomen; een uithuisplaatsing is een uiterste maatregel. Zoek daarom altijd eerst naar oplossingen binnen het sociale netwerk van het gezin en vraag naar de voorkeuren van de ouders en de jeugdige. Ga ervan uit dat een crisisplaatsing tijdelijk is. Wordt de jeugdige uit huis geplaatst, kies dan bij voorkeur voor een gezinssituatie (pleegzorg of een gezinsvervangend tehuis).

  • Werk actief samen met andere instanties zoals de politie, de Raad voor de Kinderbescherming, de geestelijke gezondheidszorg en de jeugdhulpaanbieders. Betrek hen bij het verzamelen van informatie over de veiligheid van de jeugdige en de gezinsleden.

  • Zet voor de directe hulp na de crisis ambulante zorg in, waarbij het gewenst is dat:

    • de hulp binnen 48 uur na aanmelding beschikbaar is;
    • de hulpverlener 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar is;
    • de hulpverlening plaatsvindt in de eigen omgeving;
    • minimaal acht tot tien uur per week face-to-face-contact met het gezin mogelijk is;
    • de interventie niet langer dan vier weken duurt;
    • één vaste hulpverlener voor het gezin beschikbaar is.

  • Handel als volgt:

    • zet in op betrokkenheid en motivatie van de gezinsleden;
    • stel samen met het gezin de doelen vast;
    • zet cognitieve en gedragsmatige interventies in;
    • bied concrete, praktische hulp;
    • houd contact met het sociale en professionele netwerk van het gezin;
    • stem de hulp zo nodig af op jeugdigen die op grond van een specifieke kwetsbaarheid recht hebben op bijzondere zorg (denk bijvoorbeeld aan jeugdigen met een laag IQ, jeugdigen die slachtoffer zijn van geweld, jeugdigen die gevlucht zijn of in Nederland verblijven zonder verblijfsvergunning).
     

  • Zet Ambulante Spoedhulp of Families First in. Deze methoden voldoen aan bovenstaande voorwaarden. Realiseer je dat bij (ernstige vormen van) kindermishandeling een crisisplaatsing onvermijdelijk kan zijn.

Besluitvorming

De beslissing om een jeugdige in een crisissituatie uit huis te plaatsen is ingrijpend. Daarom is het essentieel dat zo’n beslissing zorgvuldig gebeurt.

Lees verder

Aan de slag met deze richtlijn

Naast het raadplegen van de Richtlijn Crisisplaatsing voor jeugdhulp en jeugdbescherming, zijn er ook een aantal tools beschikbaar: een werkblad en een presentatie.

Naar de tools

Reageer!