Over richtlijnen

Op initiatief van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), de Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (NVO) en de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW) ontwikkelt het Programma Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming richtlijnen voor jeugdprofessionals en ondersteunt het ook bij de invoering ervan.

Van knelpunt tot richtlijn

  • Onderwerpkeuze en samenstelling uitgangsvragen

    Onderwerpen voor richtlijnontwikkeling worden meestal aangedragen door professionals in jeugdhulp en jeugdbescherming. Ze betreffen problemen die jeugdprofessionals in hun werk tegenkomen. Prioritering vindt plaats op basis van urgentie en omvang van het betreffende probleem. Ook wordt bekeken of het onderwerp geschikt is om een richtlijn voor uit te brengen.

    Vervolgens zijn enkele gestructureerde brainstormsessies georganiseerd met jeugdprofessionals, wetenschappers en cliënten (jeugdigen en ouders) in jeugdhulp en jeugdbescherming. Tijdens deze sessies zijn het onderwerp en de daarin optredende knelpunten zorgvuldig afgebakend en geanalyseerd.

    Uiteindelijk heeft dit tot een zogenaamde ‘informatiekaart’ geleid met daarop de belangrijkste knelpunten en uitgangsvragen die in de richtlijn beantwoord moeten worden.

  • Beoordeling van wetenschappelijk bewijsmateriaal

    Om de kwaliteit van wetenschappelijk bewijsmateriaal te kunnen beoordelen, wordt de systematiek van de Erkenningscommissie Interventies (pdf) gevolgd. Deze methode is toegesneden op de onderzoekspraktijk die in de jeugdhulp en jeugdbescherming gangbaar is.

    Volgens deze methode worden bij de beoordeling van het wetenschappelijke materiaal zeven niveaus onderscheiden. Deze lopen uiteen van ‘zeer sterk bewijs’ tot ‘zeer zwak bewijs’. De conclusies die uit de beoordeling van de wetenschappelijke studies voortvloeien, zijn weer in drie niveaus in te delen. Deze niveaus corresponderen met die van de Databank Effectieve Jeugdinterventies.

    Voor de beoordeling van studies die niet over interventies gaan, is een ander passend beoordelingskader gebruikt.

  • Totstandkoming aanbevelingen

    De aanbevelingen volgen uit de conclusies en de overige overwegingen. De conclusies zijn weer gebaseerd op de beschikbare ‘evidence’. Dit is een ruim begrip. ‘Evidence’ behelst namelijk niet alleen wetenschappelijk bewijs, maar ook de consensus over het onderwerp in de praktijk en de voorkeur van cliënten (jeugdigen en ouders).

    Naast de laatste twee zijn ook andere zogenaamde ‘overige overwegingen’ van belang. Hieronder vallen zaken als gezondheidswinst, bijwerkingen en risico’s. Aanbevelingen komen dus niet uit de lucht vallen. Ze zijn gebaseerd op de wetenschappelijke literatuur, de praktijkkennis van hulpverleners, de voorkeuren van jeugdigen en ouders en overige overwegingen.

  • Commentaarfase

    Een eerste versie van de richtlijn is voor commentaar voorgelegd aan de volgende partijen:

    • De Richtlijnadviescommissie jeugdhulp en jeugdbescherming (RAC-J) heeft de richtlijn bekeken vanuit het perspectief van het projectplan en de opdrachtverstrekking, en heeft globaal de inhoud en de geschiktheid voor de proefinvoering beoordeeld.
    • De Cliëntentafel heeft de richtlijn bekeken vanuit het cliëntenperspectief en advies gegeven over de Info voor ouders.
    • De beroepsverenigingen BPSW, NIP en NVO hebben zich gebogen over de tekst van de richtlijn en de daarbij behorende onderbouwing.
    • Defence for Children Nederland (DCi) heeft advies uitgebracht over de mate waarin de richtlijn overeenstemt met het VN-verdrag inzake de Rechten van het Kind.

    Bij herziening van een richtlijn zijn eveneens de RAC-J, de Cliëntentafel, de beroepsverenigingen en DCi betrokken. Alle feedback is daarna door de ontwikkelaars gewogen. Dit heeft in veel gevallen tot aanpassing van de richtlijn geleid. Waar dit niet is gebeurd, is dit door de ontwikkelaars in een separaat document gemotiveerd.

  • Proefimplementatie

    Aan de invoering van een richtlijn is een proefimplementatie voorafgegaan. Voor elke proefinvoering is een invoerteam geformeerd. Dit team stelde jeugdprofessionals in staat de richtlijn op proef gedurende drie maanden uit te proberen in een context die voor de richtlijn relevant was.

    Door een tijdlang op proef met een richtlijn te werken, is bekeken of een richtlijn voldeed. Waren de aanbevelingen in de richtlijn bijvoorbeeld concreet genoeg? Konden de professionals in de dagelijkse praktijk met de richtlijn uit de voeten? En hoe kon de invoering van de richtlijn worden vergemakkelijkt? Op dergelijke vragen moest de proefinvoering antwoord geven.

    Een proefinvoering werd daarom steeds nauwkeurig voorbereid. Eerst werd, in samenspraak met de ontwikkelaar, vastgesteld wat de kernelementen van de richtlijn zijn zodat duidelijk was op welke punten geëvalueerd moest worden. Vervolgens kregen de organisaties die op proef met de richtlijn gingen werken een voorbereidings- en instructiebijeenkomst. Daarna ging de proefperiode van drie maanden in. Gedurende deze periode hielden de jeugdprofessionals aan de hand van een registratieformulier bij welke onderdelen van de richtlijn ze konden toepassen, en welke problemen ze daarbij eventueel tegenkwamen. Zo werden ervaringen in het werken met de richtlijn nauwkeurig in kaart gebracht.

    Alle teams die de richtlijn hebben uitgeprobeerd werden na afloop van de proefperiode geïnterviewd in een focusgroep. Ook is een aantal cliënten en iemand van het management gevraagd naar hun bevindingen. De uitkomsten van de evaluatie zijn teruggegeven aan de richtlijnontwikkelaars. Zij konden ­ indien nodig ­ de richtlijn verder aanscherpen. Na autorisatie door de beroepsverenigingen kon de richtlijn vervolgens worden verspreid en ingevoerd volgens een algemeen invoerplan voor alle richtlijnen.

  • Praktijktoets

    Bij herziening van richtlijnen heeft een praktijktoets plaats gevonden. Met een praktijktoets hebben professionals de richtlijn beoordeeld op toepasbaarheid in de dagelijkse praktijk.

  • Betrokkenheid van cliënten bij de ontwikkeling van de richtlijn

    Jeugdigen en hun ouders die jeugdhulp (hebben) ontvangen zijn gedurende het hele proces bij de ontwikkeling van de richtlijn betrokken geweest. Zo hebben ze hun voorkeuren aangegeven bij het bepalen van de uitgangsvragen. Daarnaast hebben ze tijdens de proefimplementatie hun ervaringen met het werken vanuit de richtlijn kenbaar gemaakt.

    Verder is er een werkgroep van ervaringsdeskundigen (de zogenaamde ‘Cliëntentafel’) geformeerd.
    De Cliëntentafel is tijdens de ontwikkeling van de richtlijn geraadpleegd als er vragen waren. Door mee te denken over inhoud en formulering hebben jeugdigen en ouders een grote bijdrage geleverd aan de praktische bruikbaarheid van de richtlijn. Dit geldt met name voor aspecten als de ongelijkheid tussen hulpverlener en cliënt, de ouder- en opvoedingsrelatie en zorgen om de jeugdige.

    De Cliëntentafel heeft geadviseerd om hulpverlening vanuit de richtlijn te baseren op gedeelde besluitvorming. Om ouders te informeren over de inhoud van de richtlijn, is per richtlijn informatie voor ouders ontwikkeld, die van commentaar is voorzien door de Cliëntentafel. De informatie voor ouders kan ouders helpen om samen met de professional afwegingen te maken en beslissingen te nemen over de hulp die zij nodig hebben.

  • Bijstelling en herziening van de richtlijn

    Een richtlijn is gebaseerd op de kennis die tijdens het schrijven beschikbaar was. Nadat een richtlijn is uitgebracht, wordt informatie verzameld over het gebruik van de richtlijn. De verzamelde feedback en nieuwe inzichten kunnen aanleiding zijn om de richtlijn bij te stellen.

    Het is gebruikelijk richtlijnen ongeveer eens in de vijf jaar te herzien, of eerder als daar aanleiding toe is. Via een systeem van dynamische herziening worden richtlijnen ook tussentijds herzien. Feedback en nieuwe inzichten worden zodoende sneller in de richtlijnen verwerkt. Dit betreft relatief kleine aanpassingen in specifieke richtlijnen dan wel op een algemener thema, waarmee de richtlijnen actueel worden gehouden.

    Lees hier meer over: Hoe houden we de richtlijnen up-to-date?

  • Evaluatie van het gebruik van de richtlijn

    We evalueren het gebruik van richtlijnen voortdurend. Door gesprekken die wij met gebruikers hebben, door het analyseren van alle vragen die bij ons binnen komen en doordat we twee keer per jaar professionals oproepen om hun feedback door te geven via een speciale vragenlijst. Met behulp van diverse tools proberen we het gebruik in de praktijk zoveel mogelijk te stimuleren.

    Ook op andere manieren onderzoeken we het gebruik van richtlijnen. Bekijk bijvoorbeeld de resultaten van een peiling door Praktikon naar de mate van verspreiding en implementatie van de richtlijnen onder 405 professionals.

    Welke factoren beïnvloedden het gebruik van richtlijnen tijdens de proefinvoering van de concept richtlijnen? En wat kunnen we hiervan leren voor het gebruik van de 14 Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming in de dagelijkse praktijk? Werken met richtlijnen in jeugdhulp en jeugdbescherming. Lessen uit de proefinvoering van conceptrichtlijnen. En: Tabellenbijlage.

    We zetten stevig in op de bekendheid met richtlijnen en het stimuleren tot gebruik. Wat weten we daar op dit moment van? Om dat in beeld te brengen hebben we infographics gemaakt. Er is één infographic die een totaalbeeld geeft. En een aantal onderdelen kunnen als losse infographic gedownload worden.

Publicaties

Over de ontwikkeling en invoering van Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming verschijnen regelmatig publicaties. Hieronder vind je ze bij elkaar.

Links

  • Beroepsverenigingen

    Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk: www.bpsw.nl

    Nederlands Instituut van Psychologen: www.psynip.nl

    Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen: www.nvo.nl

  • Implementeren

    Dossier Implementatie van het Nederlands Jeugdinstituut: www.nji.nl/implementatie

Reageer!