Scheiding en problemen van jeugdigen

Samenwerking met ouders, jeugdige, het netwerk en de school

Noodzakelijke kennis van de beroepskracht

Om ouders en jeugdigen in een scheidingssituatie goed te kunnen ondersteunen, is het van belang dat jeugdprofessionals oog hebben voor verschillende aspecten van een scheidingssituatie. Het gaat hierbij om:

  • juridische aspecten;
  • relationele aspecten;
  • ouderschapsaspecten;
  • veiligheidsaspecten.

Juridische aspecten en gezagskader

Om ouders op een juiste wijze bij de hulpverlening te betrekken dienen jeugdprofessionals zicht te hebben op relevante juridische kaders bij een scheiding. Bij elke scheiding horen ze de inhoud van het ouderschapsplan te kennen en te weten hoe het gezag, de zorg
en de omgang geregeld zijn. Zo nodig is het openbare gezagsregister te raadplegen.
Zo leert de jeugdprofessional wie van de betrokkenen welke informatie dient te ontvangen en wie bevoegd is besluiten te nemen.  In bijlage 3 van de onderbouwing is een lijst opgenomen van juridische begrippen.

De jeugdprofessional moet ook kennis hebben van mogelijke juridische maatregelen bij zeer conflictueuze scheidingen, zoals ondertoezichtstelling (OTS), uithuisplaatsing en de bijzondere curator. Bovendien dient de jeugdprofessional op de hoogte te zijn van de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling zodat hij weet hoe te handelen bij (een vermoeden van) kindermishandeling. In dat geval is ook de Richtlijn Kindermishandeling voor jeugdhulp en jeugdbescherming van belang.

De Ouderschapswijzer biedt de professional overzichtelijke kennis over soorten ouderschap volgens de wet, uitoefening van het ouderlijk gezag en bijbehorende rechten en plichten.

Relationele aspecten

Jeugdprofessionals doen er goed aan in de omgang met jeugdigen in scheidingssituaties aandacht te schenken aan de relatieproblemen die er tussen de ouders kunnen spelen. Ze moeten ouders ervan bewust maken hoezeer hun geruzie de ontwikkeling van hun kind negatief beïnvloedt. Indien mogelijk kan de hulpverlener de ouders zelf begeleiden in hun conflicthantering of doorverwijzen naar andere hulpverlening zodat zij hun emoties (jaloezie, verdriet) kunnen verwerken.

Met een scheiding komen ook de opvoedvaardigheden van beide ouders in een ander licht te staan. De bestaande patronen worden doorbroken waardoor elke individuele ouder wordt gedwongen een nieuwe rol aan te nemen. Jeugdprofessionals kunnen ouders hierbij helpen door informatie en voorlichting te geven over ouderschap en stiefouderschap na een scheiding.

Belangrijk aandachtspunt hierbij is de rol van een nieuwe partner, al dan niet met eigen kinderen. Vaak is het raadzaam om ouders te verwijzen naar relevante opvoedcursussen.

Ouderschapsaspecten

Met het uiteenvallen van het gezin en het uit elkaar gaan van ouders, worden beide ouders geconfronteerd met nieuwe rollen. Dit is extra relevant nu meer jeugdigen na een scheiding opgroeien in co-oudergezinnen, waarbij zij ongeveer evenveel bij de ene als bij de andere ouder zijn. Regelmatig contact met beide ouders is voor jeugdigen na een scheiding over het algemeen positief voor de kwaliteit van de relatie met beide ouders en voor het welbevinden van jeugdigen op korte en langere termijn. Het begrip ‘ouderschapsreorganisatie’ verwijst naar het uiteen halen van ex- partnerschap en ouderschap: de partnerrelatie verdwijnt, het ouderschap blijft voortbestaan. Ouders moeten na de scheiding hun ouderschap opnieuw organiseren om hun ouderlijke taken te kunnen vervullen. Dit omvormen van partnerschap naar ouderschap vormt dan ook onderdeel van veel ouderbegeleidingsprogramma’s.

Steeds meer jeugdigen krijgen te maken met een nieuwe partner van een of beide ouders. Een aanzienlijk deel van de gezinnen na een scheiding bestaat dus uit ‘nieuwe’ gezinnen.
De jeugdprofessional moet weten dat dit bij jeugdigen kan leiden tot angst dat de nieuwe partner in het gezin de plaats inneemt van de andere ouder. Ook angst om de ouder kwijt te raken aan die nieuwe partner kan een rol spelen. Onderzoek laat zien dat hoe beter de relatie tussen jeugdigen en stiefouders is, hoe groter het welbevinden van de jeugdigen is en hoe minder psychologische, sociale en gedragsproblemen zij vertonen.

Oudergericht werken vraagt van alle professionals en organisaties dat zij zich er in het contact met ouders van bewust zijn dat ouders zich kwetsbaar kunnen voelen over hun ouderschap. Om ouders (opnieuw) in hun kracht als opvoeder te zetten is het van belang dat professionals ouders als opvoeders erkennen en hen deelgenoot maken van de hulpverlening en de relevante beslissingen. Dit betreft ook het tijdig informeren van de ouder die geen gezag heeft.

Veiligheidsaspecten

In conflictueuze scheidingssituaties is er een veel grotere kans op kindermishandeling en huiselijk geweld dan in niet-conflictueuze scheidingssituaties. Jeugdprofessionals moeten daarom bij conflictueuze scheidingen extra alert zijn. Krijgen zij signalen van kindermishandeling en/of huiselijk geweld, dan dienen zij hierover op een niet- veroordelende toon het gesprek met de ouders te durven aangaan, en te weten wanneer ze een hulpverlener moeten inschakelen die het eventueel van hen kan overnemen.

De Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vormt de leidraad voor het handelen bij (een vermoeden van) kindermishandeling, net zoals de Richtlijn Kindermishandeling voor jeugdhulp en jeugdbescherming.

Samenwerking met andere beroepskrachten
Omgaan met ouders
Reageer!