De literatuur is duidelijk over de belangrijkste risicofactoren voor jeugdigen om in de problemen te raken voor, tijdens en na een ouderlijke scheiding. Dit zijn:
Het ontbreken van bovengenoemde factoren verkleint de kans op problemen. Er zijn echter ook positieve factoren die de kans op problemen rond een scheiding kunnen verminderen: humor van de ouders, onderlinge genegenheid, interesse voor de jeugdige en een positieve onderlinge communicatie. Een goede band met de inwonende ouder is eveneens een belangrijke positieve factor. Ook de band met de uitwonende ouder is van belang. Jeugdigen functioneren beter en ontwikkelen zich gunstiger wanneer zij na de scheiding een positieve, ondersteunende relatie hebben met beide ouders. Met jeugdigen na een scheiding gaat het beter als zij een goede band hebben met beide ouders. Daarvoor is regelmatig contact nodig. En jeugdigen hebben na een scheiding ook recht op contact met beide ouders, tenzij dit niet in hun belang is.
Het is niet altijd duidelijk waarom sommige jeugdigen beter met de scheiding kunnen omgaan dan andere jeugdigen. Meer onderzoek is nodig op dit punt.