Dyslexie

Behandeling en ondersteuning

De rol van de behandelaar, de jeugdige, de ouders en de school in de behandeling

Binnen de dyslexiebehandeling werken de jeugdige met dyslexie, de behandelaar, de ouders en de school intensief met elkaar samen. Het is dan ook aannemelijk dat eigenschappen van de betrokkenen invloed hebben op de behandeleffectiviteit. Hier is echter nog opmerkelijk weinig onderzoek naar gedaan binnen de dyslexiezorg. Kennis over de invloed van dergelijke (inter)persoonlijke kenmerken is daarom gebaseerd op onderzoeken binnen psychotherapie voor jeugdigen in brede zin. Hoewel het waarschijnlijk is dat deze bevindingen ook van toepassing zijn binnen de dyslexiezorg, kan vooralsnog niet met zekerheid gesteld worden in hoeverre dat inderdaad het geval is.

1. De rol van de jeugdige

Van verschillende kindfactoren is bekend dat zij een aanzienlijke invloed hebben op de effectiviteit van psychotherapie. Hieronder vallen de ernst van de symptomen, de aanwezigheid van comorbiditeit, leeftijd, mindset, verwachtingen ten aanzien van de behandeling, motivatie, de aanwezigheid van stress en stressregulatievaardigheden. Van sommige van deze factoren is bekend dat zij ook invloed hebben op de effectiviteit van dyslexiebehandeling. Zo lijkt de behandeleffectiviteit groter voor jeugdigen met milde leesproblemen dan voor jeugdigen met ernstigere leesproblemen.

Ook jeugdigen met mildere tekorten in het vermogen om letter-klankrelaties te leren lijken een grotere kans te hebben op behandelsucces dan jeugdigen met ernstiger problemen in het aanleren van letter-klank relaties. Behandeleffectiviteit lijkt eveneens groter bij jeugdigen zonder comorbide problematiek. Dit blijkt vooral uit onderzoek naar kenmerken van jeugdigen die onvoldoende profiteren van dyslexiebehandeling (‘nonresponders’). Deze jeugdigen blijken vaker bredere ontwikkelingsproblemen, taalproblemen, aandachtproblemen of gedragsproblemen te ervaren.

Dyslexiebehandelaars ervaren dat behandeling effectiever is naarmate jeugdigen sterker gemotiveerd zijn. Ook in de literatuur blijkt er in het algemeen een positief verband te bestaan tussen motivatie en schoolprestaties. En jeugdigen met leesproblemen zijn vaak minder gemotiveerd om te lezen, wat kan leiden tot het vermijden van leesactiviteiten en verminderd leesplezier en leesbegrip.

Verschillende onderzoekers raden daarom aan in dyslexiebehandeling aandacht te besteden aan het vergroten van de leesmotivatie. Zoals eerder beschreven kan motivatie ontstaan wanneer aan de psychologische basisbehoeften van de jeugdigen (competentie, autonomie en relatie) tegemoet wordt gekomen. In de behandeling kan dit bijvoorbeeld door jeugdigen succeservaringen te laten opdoen, door de jeugdige invloed te geven op het eigen leerproces (bijvoorbeeld te laten meedenken welke spellingcategorieën geoefend moeten worden en te laten bepalen of het lezen van moeilijke, interessante teksten dan wel teksten op het eigen leesniveau het beste werkt).Ook een goede relatie met de behandelaar kan positief bijdragen aan de motivatie.

Er bestaan aanwijzingen dat de mindset van een jeugdige eveneens invloed kan hebben op zijn ontwikkeling. Jeugdigen met een groei-mindset zien vaker het nut in van oefenen om prestaties te verbeteren dan jeugdigen met een vaste mindset. Ook laten zij zich minder snel beïnvloeden door stereotypen en verwachtingen uit de omgeving. Gezien de noodzaak om veel te oefenen voor jeugdigen met dyslexie en de negatieve stereotypen waar velen van hen mee te maken krijgen (“kinderen met dyslexie kunnen niet leren lezen”), kan een benadering gericht op een groei-mindset dus mogelijk een positief effect hebben op de motivatie en het welbevinden. Een meta-analyse toont echter aan dat de effecten van mindsetinterventies op de leeropbrengsten van jeugdigen overwegend afwezig tot zwak zijn, maar dat kleine positieve effecten worden gevonden voor jeugdigen met leerstoornissen. Het stimuleren van een groei-mindset zal dus waarschijnlijk slechts een klein effect hebben op de lees-en spellingprestaties.

2. De rol van de ouders

Ouders spelen een belangrijke rol bij de dyslexiebehandeling van hun kind. Dyslexiebehandeling omvat idealiter intensieve training die bestaat uit het meerdere malen per week doen van huiswerkoefeningen. Ouders zijn samen met hun kind verantwoordelijk voor het plannen en uitvoeren van deze huiswerkoefeningen. Ook wordt van ouders verwacht dat zij hun kind ondersteunen bij de behandeling. Enerzijds door praktische ondersteuning en instructie te bieden tijdens het oefenen, en anderzijds door emotionele ondersteuning te bieden in de vorm van aanmoediging en troost op momenten van frustratie of lage motivatie. Ten slotte dragen ouders bij aan de behandeling door verwachtingen uit te dragen ten aanzien van de effectiviteit van de behandeling, de kwaliteiten van de behandelaar en de mogelijkheden van het kind om successen te behalen. Een belangrijke taak van de dyslexiebehandelaar is dan ook om ouders in staat te stellen hun kind gedurende de behandeling te ondersteunen op praktisch en emotioneel vlak en positieve verwachtingen uit te dragen.

De betrokkenheid van ouders bij de leerontwikkeling van hun kind is uitgebreid onderzocht binnen de context van de (voornamelijk basis)school. Dit onderzoek toont een positief effect van ouderbetrokkenheid op academische leerprestaties waaronder leesprestaties, evenals op de sociaal-emotionele ontwikkeling. Voor jeugdigen met dyslexie blijkt ondersteuning door hun ouders of andere familieleden belangrijk voor het behouden van een gezond zelfbeeld en emotioneel welbevinden. Steun en begrip van ouders kan jeugdigen helpen bij het accepteren van hun dyslexie. Het effect van ouderlijke steun op de psychosociale ontwikkeling van mensen met dyslexie geldt niet alleen voor kinderen en adolescenten, maar blijkt voort te duren tot in de volwassenheid.

Uit onderzoek naar psychotherapie bij jeugdigen in het algemeen blijkt het vertrouwen van ouders in de behandelaar en het behandelplan en ook het belang dat zij hechten aan de behandeling een grote invloed te hebben op de behandeleffectiviteit. Het is aannemelijk dat dit evenzeer geldt voor dyslexiebehandeling, niet alleen omdat ouders hun positieve verwachtingen ten aanzien van de behandeling kunnen overdragen op hun kind, maar ook omdat het belang dat zij hechten aan de behandeling waarschijnlijk de deelname aan die behandeling zal bevorderen. Ouders die veel waarde hechten aan de behandeling en vertrouwen hebben in de effectiviteit ervan, zullen waarschijnlijk beter in staat zijn hun kind te motiveren voor en te begeleiden bij deze intensieve training, zodat een goede therapietrouw ontstaat.

Dyslexiebehandelaars merken in de praktijk dat de betrokkenheid van ouders inderdaad een belangrijke bijdrage levert aan het succes van de dyslexiebehandeling. Zij ervaren dat ouders een rol spelen in het ondersteunen en motiveren van jeugdigen om de behandeling te (blijven) volgen en het huiswerk te maken. Ook ervaren zij dat ouders ertoe kunnen bijdragen dat hun kind vertrouwen krijgt en houdt in de behandeling, en dit zijn zelfbeeld goed doet. Naar het effect van ouderbetrokkenheid bij dyslexiebehandeling is echter nog geen wetenschappelijk onderzoek verricht.

Op basis van bovenstaande resultaten uit wetenschappelijk onderzoek naar ouderbetrokkenheid in bredere zin en de ervaringen van dyslexiebehandelaars kan voorzichtig geconcludeerd worden dat betrokkenheid van ouders een positieve bijdrage levert aan de behandeleffectiviteit.

Om ouders op een positieve manier bij de behandeling te betrekken is het van belang dat de dyslexiebehandelaar aansluit bij hun behoeften. Een kwalitatieve studie naar de ervaringen van ouders met dyslexiebehandeling toont aan dat ouders vooral behoefte hebben aan informatie, om hun kind goed te kunnen begeleiden tijdens de dyslexiebehandeling. Dit gaat om informatie over de keuzemogelijkheden qua behandelinstituut, de inhoud en doelen van de behandeling, de vorm en intensiteit van het huiswerk en de verwachtingen ten aanzien van hun rol hierin. Ook wensen ouders aandacht voor hun belastbaarheid, met name ten aanzien van het begeleiden van het huiswerk, en binnen de behandeling aandacht voor het zelfvertrouwen van hun kind en voor het gebruik van hulpmiddelen. Tenslotte wordt lotgenotencontact gewaardeerd. Zie voor meer informatie, toegankelijk voor ouders, ook www.dyslexiecentraal.nl. Het is dan ook van belang dat behandelaars gedurende het gehele proces informatie delen met ouders. Hierbij kan het helpend zijn om tijdens alle gespreksmomenten expliciet bij ouders na te vragen of zij het gevoel hebben voldoende geïnformeerd te zijn en te vragen naar het welbevinden van zowel de jeugdige als de ouders. De bovengenoemde behoeften van ouders kunnen hierbij als leidraad dienen.

3. De rol van de school

School is de plek waar jeugdigen een belangrijk deel van hun lees- en spellingontwikkeling doormaken, voor, tijdens en na de behandeling. Ook de sociaal-emotionele ontwikkeling van jeugdigen wordt voor een belangrijk deel beïnvloed door de schoolcontext. De leraar kan dan ook een belangrijke invloed uitoefenen op zowel de didactische en sociaal-emotionele ontwikkeling van jeugdigen met dyslexie. De dyslexiebehandelaar heeft als taak om de leraar van een jeugdige dusdanig te informeren en te begeleiden gedurende de dyslexiebehandeling, dat de invloed van de leraar positief uitwerkt op de ontwikkeling van de jeugdige.

Het gedrag en de attitude van een leraar kunnen effect hebben op het zelfvertrouwen van leerlingen met dyslexie. Leerlingen met dyslexie hebben baat bij een leraar die de dyslexie erkent en accepterend en empathisch reageert op de belemmeringen die de leerling ervaart. Ook heeft een leraar een groot effect op het klassenklimaat en daarmee op de manier waarop klasgenoten omgaan met een leerling met dyslexie. De rol van klasgenoten lijkt invloed te hebben op het zelfvertrouwen. Wanneer leeftijdgenoten de leerling met dyslexie accepteren en ondersteunen bij zijn leermoeilijkheden lijkt het risico op sociaal-emotionele problematiek minder groot. Stabiele vriendschappen kunnen een buffer vormen tegen het ontwikkelen van een negatief zelfbeeld. Het verdient daarom aanbeveling om de leraren die nauw bij de jeugdige betrokken zijn te betrekken bij de behandeling. Inzicht in de belemmeringen die jeugdigen met dyslexie ervaren, en in manieren waarop een leraar hen hierbij kan begeleiden, kan een positief effect hebben op het zelfvertrouwen van leerlingen.

Dyslexiebehandelaars ervaren dat betrokkenheid van de school bij de dyslexiebehandeling ook een positief effect heeft op de lees- en spellingontwikkeling van een jeugdige tijdens de behandeling. Ook ouders van jeugdigen met dyslexie zeggen het van groot belang te vinden dat de leraar wordt betrokken bij de dyslexiebehandeling. Naar het effect van de betrokkenheid van school bij de dyslexiebehandeling is echter nog nauwelijks onderzoek gedaan. Een ongepubliceerd onderzoek uit Vlaanderen door Ghesquiere en collega’s toonde dat individuele remediërende leeshulp meer effect sorteerde naarmate er intensiever werd samengewerkt tussen de behandelaar en de school en de wederzijdse afstemming beter was.

In het algemeen is bekend dat er een positieve relatie bestaat tussen het zelfvertrouwen en de leerprestaties van leerlingen. Dit suggereert dat het positieve effect van een betrokken, empathische leraar op het zelfvertrouwen van een leerling met dyslexie, kan doorwerken en tot betere leerprestaties kan leiden. Hornstra en collega’s tonen inderdaad dat een positieve attitude van een leraar ten aanzien van dyslexie leidt tot betere spellingprestaties bij leerlingen met dyslexie.

Om de betrokkenheid van de leraren bij de dyslexiebehandeling van een leerling te vergroten, is het zinvol dat een behandelaar regelmatig contact heeft met deze leraren. Bijvoorbeeld door, met toestemming van de ouders, leraren uit te nodigen bij behandelevaluaties en door informatie uit te wisselen over de ontwikkeling van de leerling tijdens de behandeling en op school. De behandelaar kan de leraren adviseren over manieren waarop de leerling op school kan toepassen wat hij tijdens de behandeling leert. Het is helpend wanneer de dyslexiebehandelaar en de leraar de terminologie voor spellingregels en klankcategorieën met elkaar afstemmen. Ook kan de behandelaar problemen die de leraar in de klas signaleert meenemen in de behandeling. Als de leraar bijvoorbeeld opmerkt dat een leerling een bepaalde eerder behandelde spellingregel weer lijkt te vergeten, kan de behandelaar deze spellingregel opnieuw opnemen in het behandelprogramma.

Betrokkenheid van een leraar bij de dyslexiebehandeling is niet alleen van belang voor het zelfvertrouwen van de jeugdige, maar kan ook bijdragen aan de schoolse ontwikkeling van de jeugdige en de professionalisering van de leraar. Een dyslexiebehandeling begint namelijk over het algemeen wanneer de begeleiding op school onvoldoende effectief blijkt. Er is dan sprake van handelingsverlegenheid. Tijdens het diagnostisch onderzoek en het behandeltraject ontstaat inzicht in het cognitieve profiel van de jeugdige, en daarmee in diens ondersteuningsbehoeften. De leraar kan dit inzicht benutten bij het vormgeven van de begeleiding op school. Want hoewel de dyslexiebehandelaar gedurende de dyslexiebehandeling verantwoordelijk is voor het bevorderen van de lees- en spellingontwikkeling, blijft de school verantwoordelijk voor het bieden van passend onderwijs. De gedragswetenschapper gespecialiseerd in dyslexie ondersteunt de leraar bij het vormgeven van het lees- en spellingonderwijs voor een specifieke jeugdige. Dit kan tijdens verschillende fasen van het diagnostiek- en behandeltraject. Bij aanvang van het diagnostisch onderzoek adviseert de gedragswetenschapper welke onderdelen van de begeleiding op school nuttig zijn om voort te zetten, en welke onderdelen beter stopgezet kunnen worden. Zodra er door middel van diagnostiek en behandeling inzicht is verkregen in elementen die effectief zijn in de behandeling van de jeugdige, denkt de gedragswetenschapper mee over de toepassing van die elementen in de begeleiding op school. Bij afsluiting van de behandeling adviseert de gedragswetenschapper over manieren om de in de behandeling behaalde resultaten te behouden of verder te ontwikkelen.

Om een leraar in staat te stellen betrokken te zijn bij de dyslexiebehandeling, en zijn didactische en sociaal-emotionele begeleiding af te stemmen op de ondersteuningsbehoeften van de jeugdige met dyslexie is het van belang dat er schoolbreed beleid bestaat ten aanzien van leerlingen met dyslexie. Een schoolbrede visie op de aanpak van dyslexie zorgt voor duidelijkheid voor jeugdigen, ouders en leraren en voor eenduidigheid in de aanpak gedurende de schoolloopbaan. Ouders van jeugdigen met dyslexie hebben met name behoefte aan duidelijkheid over de mogelijkheden op het gebied van begeleiding, aanpassingen bij toetsing en gebruik van technische hulpmiddelen. Een schoolbrede aanpak van dyslexie past binnen de wet op passend onderwijs. Uitgebreide informatie over ondersteuning voor leerlingen met dyslexie op school en over wet- en regelgeving ten aanzien van toetsing, dispensatie en compensatie is te vinden op www.dyslexiecentraal.nl.

4. De rol van de behandelaar

De primaire taak van de behandelaar is het uitvoeren van de dyslexiebehandeling, zoals omschreven in het behandelprotocol en afgestemd op de behoeften van de jeugdige. Daarnaast heeft de behandelaar ook een belangrijke rol in de relatievorming met de jeugdige en met de ouders en leerkracht van de jeugdige. Zoals uitgebreid omschreven in Braams is een positieve relatie tussen jeugdige en behandelaar in het algemeen van essentieel belang voor de effectiviteit van psychotherapie, en is het aannemelijk dat dit evenzeer geldt binnen dyslexiebehandeling. Jeugdigen die ook op ondersteuningsniveau 4 behandeld worden, ervaren over het algemeen ernstigere psychosociale problemen dan jeugdigen die alleen begeleiding krijgen op ondersteuningsniveau 3. Dit vraagt van dyslexiebehandelaars op niveau 4 specifieke kwaliteiten in het opbouwen en onderhouden van een therapeutische relatie. Naast inhoudelijke kennis over dyslexie en interventietechnieken is het daarom van belang dat een dyslexiebehandelaar beschikt over sterke interpersoonlijke vaardigheden. Daaronder vallen empathie, afstemmen op de individuele jeugdige, verbale vaardigheden, warmte en acceptatie. Wampold stelt bovendien dat het belangrijk is om positieve verwachtingen bij de jeugdige en zijn ouders te creëren. De behandelaar dient wel te erkennen dat de jeugdige problemen ervaart, maar het vertrouwen uit te dragen dat deze problemen overwonnen kunnen worden met de behandeling. Van de behandelaar wordt niet alleen verwacht dat hij een positieve relatie opbouwt met de jeugdige, maar ook met diens ouders en leraren. Gezien de afhankelijkheid van jeugdigen van hun ouders en leraren, is het van belang dat alle betrokkenen op één lijn zitten wanneer het gaat om de doelen, verwachtingen en taakverdeling. De behandelaar moet hier zorg voor dragen. Dit doet een sterk beroep op zijn communicatieve vaardigheden. Het regelmatig evalueren van het eigen functioneren en het eigen aandeel in moeizame behandelrelaties vormt een nuttige methode om de interpersoonlijke vaardigheden te versterken.

Zoals ook besproken onder bovenstaande paragrafen ‘De rol van ouders’ en ‘De rol van school’ is het zorgen voor betrokkenheid van ouders en leraren bij de dyslexiebehandeling van groot belang. Om die reden dient een dyslexiebehandelaar met grote regelmaat informatie uit te wisselen met ouders en school. Aspecten die hierbij aan bod dienen te komen:

  • Het bieden van informatie aan ouders en leraren over de ontwikkeling van de jeugdige ten aanzien van de behandeldoelen
  • Informatie uitwisselen over het welbevinden van de jeugdige. Bij zorgen op dit gebied gezamenlijk nadenken over mogelijkheden om het welbevinden te bevorderen.
  • Informeren van ouders over hun taken in de dyslexiebehandeling (i.e. ondersteuning bij huiswerk en welbevinden, uitdragen van positieve verwachtingen) en navragen hoe het uitvoeren van deze taken verloopt. Bij problemen in de uitvoering en/of de draagkracht van ouders meedenken over mogelijke oplossingen.
  • Informatie uitwisselen met leraren over de schoolse ontwikkeling van de jeugdige, en afstemming zoeken over terminologie en opbouw van het les- en behandelprogramma.
  • Kennis delen over de ondersteuningsbehoeften van de jeugdige met ouders en leraar, en hen begeleiden bij het afstemmen van hun aanpak op deze ondersteuningsbehoeften.
  • Navragen in hoeverre ouders en leraren tevreden zijn over de dyslexiebehandeling, de relatie met de dyslexiebehandelaar en de informatieoverdracht. Gezamenlijk nadenken over manieren om de samenwerking, communicatie en informatie-uitwisseling (nog verder) te verbeteren.

Gedragswetenschappers gespecialiseerd in dyslexie geven aan dat de afronding van de dyslexiebehandeling eveneens een belangrijk moment is voor afstemming met ouders en school. Bij het afsluiten van de behandeling dient de behandelaar hen te informeren welke ondersteuning de jeugdige nodig heeft om zijn lees- en spellingvaardigheden verder te ontwikkelen. Vervolgens kan worden besproken welke rol school, ouders en de jeugdige zelf hierin dienen te spelen en of/welke technische hulpmiddelen hierbij kunnen worden ingezet. Ook het bespreken van de behandelmogelijkheden die bestaan op het moment dat de jeugdige een terugval laat zien in zijn ontwikkeling of later in zijn ontwikkeling andere leerproblemen ontwikkelt (zoals problemen met de moderne vreemde talen op het voortgezet onderwijs of problemen bij het studerend lezen op het hoger onderwijs) past binnen dit gesprek.

Aanbevelingen
Langetermijneffecten van behandelmethoden
Reageer!