Stemmingsproblemen voor jeugdhulp en jeugdbescherming

Suïcidaliteit

Suïcidepreventie in residentiële instellingen

Het is belangrijk met jeugdigen over suïcide(gedachten) te praten en belangrijke signalen vroegtijdig te herkennen. Op de website van 113 Zelfmoordpreventie kunnen professionals informatie vinden en een online training volgen over suïcidepreventie. Ook heeft 113 Zelfmoordpreventie een toolkit die jeugdprofessionals kan ondersteunen bij het herkennen, bespreken en behandelen van jongeren met suïcidaliteit.

Naast signalen herkennen en over suïcide kunnen praten, is contact houden en oriënterend onderzoek belangrijk. In oriënterend onderzoek brengt de jeugdprofessional de risico- en beschermende factoren in kaart, schat hij de noodzaak van doorverwijzen in en zorgt hij voor veiligheid en continuïteit van de zorg. Betrek bij elke fase van het onderzoek de naasten van de jeugdige. Spreek ook alleen met de jeugdige, zonder aanwezigheid van naasten, en maak afspraken over vertrouwelijke onderwerpen die niet met naasten worden besproken. Voor meer informatie over diagnostiek en behandeling bij suïcide, zie de Multidisciplinaire Richtlijn diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag.

Meer informatie over de organisatie van de zorg is te vinden in de GGZ-standaarden Diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag. In geval van nood kan iedereen het alarmnummer 112 bellen om ambulance, brandweer of politie op te roepen. De ambulancezorg verwijst door naar de spoedeisende hulp (SEH) en de spoedeisende of consultatieve psychiatrie. Verwijzing gebeurt via erkende verwijzers: de huisarts, medisch specialist, spoedeisende hulp, nooddiensten, ggz-professionals, wijkteams en bedrijfsarts. Als een jeugdige snel hulp nodig heeft, maar er geen sprake is van een noodsituatie, kan een beroep worden gedaan op de huisarts. Hij kan doorverwijzen naar de spoedeisende of de reguliere GGZ, afhankelijk van de urgentie.

Een helder overzicht van preventieve maatregelen binnen de jeugdhulp en de GGZ is gegeven door Kerkhof en collega’s (Kerkhof et al., 2010) in het overzichtsboek Suïcidepreventie in de praktijk. De volgende aanbevelingen zijn van toepassing binnen de residentiële jeugdhulp en jeugdbescherming.

  • Zet ervaren professionals met specifieke scholing in als suïcideconsulenten bij wie collega’s hun vragen over suïcidaliteit kunnen neerleggen. Geef het hele team regelmatig bijscholing over suïcidaliteit.

  • Zorg dat richtlijnen en protocollen over suïcide op de werkvloer bekend zijn en actief gebruikt In de Multidisciplinaire Richtlijn Diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag wordt besproken hoe je als professional dient te handelen na een suïcide. De situatie moet worden gereconstrueerd. De behandelaar stelt een rapportage op. Voor dit proces bestaat een Handreiking uniforme meldingsroute bij suïcides en suïcidepogingen met ernstig letsel.

  • Zorg voor een goed registratiesysteem. Breng de suïcides, pogingen hiertoe en gedachten hierover in Alleen wanneer bekend is hoe een jongere over suïcide denkt, kan suïcide voorkomen worden.

  • Wees terughoudend in het gebruik van non-suïcidecontracten. Er zijn aanwijzingen dat deze contraproductief kunnen werken. Ze kunnen bovendien een vals gevoel van veiligheid bieden. Jeugdigen voelen mogelijk dat ze zo’n contract niet kunnen weigeren, waardoor het niet meer tot een gesprek over hun suïcidaliteit komt. Het is juist zeer belangrijk dat de jeugdige het gevoel heeft dat hij vrij en open mag praten over suïcide.

  • Bevorder de continuïteit van zorg. Met name na een klinische opname in de jeugd-ggz is dit zeer belangrijk. De overgang vanuit de jeugd-ggz naar ambulante zorg of residentiële jeugdhulp of jeugdbescherming is namelijk een risicovolle periode. Maak heldere afspraken over de verantwoordelijkheden van alle betrokken instellingen, zodat iedereen (ook de jeugdige) weet waar hij aan toe is. Vraag bij twijfel om collegiaal advies van de gespecialiseerde zorg. Of bel met de Overleg- en Advieslijn van 113 Zelfmoordpreventie (020 311 3888). Zorg ervoor dat hiermee de werkrelatie met de jeugdige, en diens naasten, behouden blijft.

  • Probeer te leren van suïcides en pogingen daartoe. Dit kan de preventie van suïcide verbeteren.

  • Maak samen een veiligheids- en crisissignaleringsplan. Hierin beschrijft de jeugdprofessional samen met de jeugdige hoe hij een nieuwe crisis kan herkennen, wat hij zelf kan doen en met wie hij contact kan opnemen. Betrek naasten bij dit plan. Zie ook https://www.113.nl/zelfhulp/veiligheidsplan.

  • Laat de jeugdige in het geval van crisis liever niet alleen. Vraag bijvoorbeeld naasten bij de jeugdige aanwezig te blijven. Het is belangrijk om middelen waar suïcide mee kan worden gepleegd weg te halen. Zorg ervoor dat de fysieke veiligheid van jeugdigen gewaarborgd is. Suïcideveiligheid zou dezelfde prioriteit als brandveiligheid moeten hebben in een jeugdhulpinstelling. Dat betekent dat het ontwerp van een gebouw in orde moet zijn. Het moet bijvoorbeeld onmogelijk zijn om van een hoogte te springen. Daarom moeten balkons en galerijen zijn afgeschermd, hoort een plat dak ontoegankelijk te zijn, en dient laag struikgewas breed langs het gebouw te worden aangebracht om de impact van een val te dempen. Ook de inrichting van het gebouw hoort in orde te zijn. Dat wil zeggen: het moet onmogelijk zijn om ergens een touw aan vast te maken. Gordijnrails en ophanghaken moeten bij een bepaalde belasting afbreken of losschieten. Tot slot is de omgeving van een gebouw van belang. Denk hierbij aan de afstand tot een spoorwegovergang of hoge gebouwen met een toegankelijk plat Studies hebben aangetoond dat zulke maatregelen leiden tot reductie van het aantal suïcides, en dat mensen nauwelijks naar een andere vorm van suïcide grijpen.

  • Pas op voor imitatie-effecten. Suïcidaal gedrag is ‘besmettelijk’. Bij jongeren die in groepen functioneren (waaronder leefgroepen, school en vriendengroepen) bestaat het gevaar dat suïcidegedrag overgenomen wordt. Geef daarom de jongeren die dicht bij de suïcidale persoon staan of stonden extra aandacht. Vraag wat de gebeurtenissen voor hen betekenen en monitor hun gevoelens over suïcide.

  • Stel een samenhangend beleid op waarin alle bovenstaande punten zijn opgenomen.

… Meer

Aanbevelingen
Wanneer is direct ingrijpen vereist?
Reageer!