Stemmingsproblemen voor jeugdhulp en jeugdbescherming

Suïcidaliteit

Aanbevelingen

  • Geef depressieve kinderen en jongeren steun en hoop, zorg dat een volwassene adequaat toezicht houdt op de jeugdige, en los praktische problemen en knelpunten die de depressie in stand kunnen houden op.

  • Suïcidaal gedrag komt voort uit ernstig lijden. Het is voor de jeugdige belangrijk dat hulpverleners dit lijden erkennen. Stel in het contact met de jeugdige de persoonlijke ervaring van de jeugdige centraal en neem deze serieus. Probeer zonder te veroordelen te luisteren, houd contact en houd het onderwerp bespreekbaar.

  • Wanneer je suïcidaliteit vermoedt, maak dit dan bespreekbaar. Op de website van 113 Zelfmoordpreventie is een online training te vinden met gesprekstips. Zie ook de suïcidepreventie-toolkit. Een globale gesprekslijn is de volgende: vraag naar iemands huidige gemoedtoestand en suïcidale gedachten en, afhankelijk van dat antwoord, naar plannen, motieven, achtergronden en stappen die mogelijk al gezet zijn. Probeer vervolgens helder te krijgen wat de jeugdige met zijn suïcidepoging wil bereiken. Bespreek of er mogelijk andere manieren zijn om dat doel te behalen. Schakel eventueel een collega of andere hulpverlener Neem altijd contact op met collega’s en je inhoudelijk leidinggevende wanneer je met een jeugdige over diens suïcidaliteit hebt gesproken en deel je ervaring in het team. Zeg ook tegen de jeugdige dat je dit met anderen bespreekt. Beloof geen geheimhouding maar wel vertrouwelijkheid. Mocht je je niet voldoende toegerust voelen, zeg dit dan tegen de jeugdige en zorg voor een warme overdracht naar een collega. Het is ook mogelijk te overleggen met psychologen van 113 Zelfmoordpreventie via de Overleg- en Advieslijn (020 311 3888). Zij kunnen meedenken over de situatie. Zorg voor goede diagnostiek van stemmingsstoornissen en andere vormen van psychische problematiek als een kind of jongere een vraag over suïcide in een vragenlijst of gesprek positief beantwoordt. Verwijs hiervoor naar een professional met kennis van en ervaring met de leeftijdsgroep van de jeugdige. Die kan het onderzoek afstemmen op de ontwikkelingsfase waarin de jeugdige verkeert.

  • Zorg voor zorgvuldige monitoring bij medicamenteuze behandeling en schenk expliciet aandacht aan het risico op suïcidaliteit. Let hierbij specifiek op een mogelijke plotselinge toename van suïcidegedachten, suïcidegevoelens en suïcidale handelingen na het starten met de medicatie.

  • Probeer te voorkomen dat er een kloof ontstaat tussen de jongere en diens omgeving. Betrek in overleg met de jeugdige de ouders en/of andere belangrijke naasten in het gesprek en bij het plan van aanpak. Het doel is een netwerkgerichte aanpak. Hierbij werken jeugdprofessionals, naasten en andere betrokkenen uit het leven van de jeugdige samen om de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van en de zorg voor de jeugdige te dragen. Spreek af wat ieders rol is in de begeleiding van de jeugdige. Zie voor meer informatie ook Effectieve (preventieve) interventies.

  • Overleg ook met de huisarts van de jeugdige en betrek hem bij de zorg.

  • Maak samen met jeugdige en naasten een veiligheidsplan.

  • Plaats een jeugdige niet direct over bij (tijdelijke) suïcidaliteit, mits de veiligheid gewaarborgd kan worden. Overplaatsing en daarmee het verbreken van de werkrelatie kan als een afwijzing of verlies ervaren worden en suïcidegedrag versterken. Vraag bij twijfel om collegiaal advies van de gespecialiseerde zorg.

  • In het geval van de gesloten jeugdzorg: hanteer geen standaardwerkwijze bij de inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen, maar pas deze aan de jeugdige en de situatie aan. Het is van belang om aan te sluiten bij de behoeften, het belang en de mogelijkheden van de jeugdige en zijn ouders en naasten.

  • Stel een samenhangend beleid op waarin alle bovenstaande punten over suïcidepreventie zijn opgenomen: visie formuleren, implementeren van multidisciplinaire richtlijnen, bijscholen van professionals, continu monitoren van jeugdigen op gevoelens van suïcidaliteit, terughoudend zijn met non-suïcidecontracten, continuïteit van zorg bewerkstellingen, familieleden bij de zorg betrekken, transparant toezicht bieden, leren van suïcides, aandacht schenken aan fysieke veiligheid (waaronder ontwerp, inrichting en omgeving van gebouwen), waken voor imitatie- effecten binnen de groep, en nazorg bieden aan naasten en groepsgenoten bij indrukwekkende gebeurtenissen op dit vlak.

… Meer

Suïcidepreventie in residentiële instellingen
Reageer!