Stemmingsproblemen voor jeugdhulp en jeugdbescherming

Signaleren en vaststellen van stemmingsproblemen

Wat te doen bij (sterke) vermoedens van ernstige depressieve klachten?

Zodra er signalen zijn die wijzen op borderline problematiek of op bipolaire problematiek (bijvoorbeeld hypomane fasen) dient de jeugdprofessional de huisarts of jeugd-ggz in te schakelen voor diagnostiek.

Voor jeugdprofessionals hoort helder te zijn wie bevoegd en bekwaam is om een stemmingsprobleem of stemmingsstoornis vast te stellen. Ook moet duidelijk zijn hoe de jeugdprofessional met de huisarts kan samenwerken als het gaat om signalering en diagnostiek. Er hoort een sociale kaart beschikbaar te zijn die inzicht geeft in de samenwerkingspartners binnen de jeugdhulp en jeugdbescherming, de (huis)artsenzorg et cetera. Deze kaart dient namen en telefoonnummers te bevatten zodat snel gehandeld kan worden indien noodzakelijk.

Als er naast stemmingsproblemen ook sprake is van (een vermoeden van) een andere psychische stoornis (bijvoorbeeld een angststoornis, ADHD, ASS of persoonlijkheidsproblematiek), dient de jeugdprofessional specialistische hulp in te schakelen. Ook doet de jeugdprofessional er goed aan de jeugd-ggz in te schakelen wanneer hij inschat dat de hulp binnen de jeugdhulp of jeugdbescherming te weinig resultaat oplevert. Bij twijfel wordt aanbevolen om collegiaal advies van de gespecialiseerde zorg in te winnen.

Aanbevelingen
Waaruit moet onderzoek minimaal bestaan?
Reageer!