Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp

Vraagverheldering en samenwerkingsrelatie

Aanbevelingen

De werkgroep doet voor de probleemherkenning en vraagverheldering de volgende aanbevelingen (zie werkkaart 4, pdf).

  • Bouw een constructieve (relationele én zakelijke) samenwerking met ouders en jeugdige op. Laat ouders en jeugdige formuleren wat de vraag of het probleem is waarvoor zij gekomen zijn. Bespreek en evalueer de samenwerking met ouders en jeugdige. Na het eerste contact kan dit gaan om het bespreken van de ‘klik’ die ouders en jeugdige, maar ook jij als professional ervaart. Wees eerlijk met elkaar over die ‘klik’, het is een werkzame factor in het tot stand komen van de samenwerking en het uiteindelijke effect van de hulp. Dit geldt ook in het gedwongen kader. Onderzoek eventueel de mogelijkheid om te wisselen van hulpverlener.

  • De samenwerkingsrelatie is in het gedwongen kader extra belangrijk, maar ook moeilijker te realiseren. Investeer in de beginfase intensief in het tot stand brengen van een samenwerkingsrelatie met de ouders en/of jeugdige. Dit kan in een latere fase veel winst opleveren. Besteed daarom uitgebreid aandacht aan hoe ouders en jeugdige er bij zitten op het moment dat je als jeugdbeschermer van start gaat. Hoe hebben ze het voortraject met eerdere hulp, raadsonderzoek en kinderrechter ervaren? Bespreek bij de start van een jeugdbeschermingsmaatregel ook het raadsrapport of de beschikking van de kinderrechter, en schenk daarbij aandacht aan de visie van ouders en jeugdige daarop. Het is niet de bedoeling in een discussie over de (on)juistheid ervan terecht te komen, maar om aansluiting bij ouders en jeugdige te zoeken en te onderzoeken waar hun wensen en behoeften liggen.

  • Zorg dat je een basishouding van onvoorwaardelijke positieve waardering, echtheid en empathie hebt. Wees beschikbaar en betrouwbaar in het nakomen van afspraken.

  • Wees altijd alert op (alarm)signalen en risicofactoren van kindermishandeling (zie paragraaf 4.1.4 van de onderbouwing, pdf) en huiselijk geweld breng indien nodig hulp op gang (zie de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling).

    Zie ook de Richtlijn Kindermishandeling voor jeugdhulp en jeugdbescherming. Schakel bij (vermoedens van) kindermishandeling of huiselijk geweld de gedragswetenschapper in.

    Heb aandacht voor de ’beladenheid’ van veiligheid/kindermishandeling. Wees je bewust van de schuld- en schaamtegevoelens bij ouders en jeugdigen, die bijdragen aan het verborgen houden. Maak veiligheid en kindermishandeling bespreekbaar en laat merken dat je ouders wilt helpen, zonder hen te veroordelen voor hun gedrag maar ook zonder het gedrag te bagatelliseren.
    NB. Deze aanbeveling is vooral bedoeld voor jeugdprofessionals in het vrijwillige kader. Voor jeugdbeschermers geldt dat ze vooral moeten letten op nieuwe signalen die erop kunnen duiden dat kindermishandeling en huiselijk geweld voortduren of escaleren.

  • Bereid het eerste gesprek met ouders en jeugdige voor als je al beschikt over informatie over de vraag en de klachten.

  • Check praktische en formele informatie en inventariseer samen met ouders en jeugdige de hulpvraag (klachten) en positie en rol van de betrokkenen. Vraag toestemming aan ouders en jeugdige om informatie bij derden op te vragen.

    NB. Een jeugdbeschermer mag altijd informatie met andere professionals uitwisselen. Wel dient hij ouders en jeugdige hierover te informeren. Daarbij is het handig om te vermelden dat het gaat om informatie die betrekking heeft op de bodemeisen en het risico op onveiligheid.

  • Stel het eigen verhaal van de ouders en jeugdige centraal door in gesprek te gaan, vragen te stellen, te luisteren en samen te vatten.

  • Zet motiverende gespreksvoering in bij ouders en jeugdigen die door anderen zijn aangemeld. Zo kun je een constructieve samenwerkingsrelatie opbouwen en tot gedeelde inzichten over (mogelijke) aanwezige problemen en de hulpvraag komen. Ook in het gedwongen kader is motiverende gespreksvoering een essentieel hulpmiddel om ouders en jeugdige te helpen ontdekken waar hun vraag of probleem ligt.

  • Beoordeel samen met ouders en jeugdige aan de hand van het Framework (zie hoofdstuk Het beslisproces; indien gewenst met behulp van de werkkaarten of de vragenlijst uit bijlage 5.1 van de onderbouwing):

    • de vraag van ouders en jeugdige, de aard en ernst van het probleem en de krachten;
    • de veiligheid;
    • het probleembesef, de motivatie en balans in de draagkracht en draaglast bij de ouders en/of de jeugdige;
    • de urgentie van het probleem.
  • Aanvullend voor het gedwongen kader: zoek met ouders en jeugdige naar een gedeelde visie op hun situatie, en neem daarbij het raadsrapport en/of de beschikking van de kinderrechter als uitgangspunt. Vraag ouders en jeugdige naar hun visie op hun vraag of probleem en hun krachten, de veiligheid, hun motivatie, de balans tussen draagkracht en draaglast, en urgentie.

  • Aanvullend voor situaties waarin meerdere en/of complexe problemen bestaan: bespreek met de gezinsleden waarvoor ze al hulp (gehad) hebben. Ga met hen na hoe zij die hulp ervaren (helpt het hen vooruit, waarom wel of niet, zijn er knelpunten in de hulp, hoe is de hulp op elkaar afgestemd).
    Bekijk samen met het gezin of het nodig is om een bijeenkomst met alle betrokken professionals en hulpverleners te organiseren om gezamenlijk de situatie in beeld te brengen. Vraag zo nodig het gezin om toestemming om contact op te nemen met andere professionals en hulpverleners. Maak duidelijk wie de functie van zorgcoördinator vervult.

  • Neem samen met ouders en jeugdige een besluit over het vervolgtraject.

    • Als de kern van de problematiek helder begint te worden, pak dan de specifieke richtlijn passend bij dat probleem erbij. Deze meer specifieke richtlijn geeft aanwijzingen hoe je het specifieke probleem kunt vaststellen en/of welke hulp daarbij het beste ingezet kan worden.
    • Geef bij een alledaags of licht probleem voorlichting of advies, of zet waar mogelijk het sociaal netwerk van het gezin in en/of een lichte interventie. De verantwoordelijkheid en uitvoering bij het inzetten van het sociaal netwerk ligt bij de ouders en jeugdige, tenzij tijdens de vraagverheldering duidelijk gebleken is dat dit geen slagingskans heeft. Kijk in dat geval samen met ouders en jeugdige of iemand uit hun omgeving dit kan doen. Als hier geen mogelijkheden liggen, zorg dan zelf voor het inschakelen van het sociale netwerk. Geef bij het inzetten van een lichte interventie informatie over een eventuele wachtlijst en een mogelijk overbruggingsaanbod.
    • Overweeg of er mogelijk sprake is van een medisch of psychiatrisch probleem of een licht verstandelijke beperking die vraagt om specialistische diagnostiek en/of behandeling.
    • Bespreek bij complexe en/of meervoudige problematiek ook met een gedragswetenschapper de conclusies over de aard en ernst van de problemen.
      Bevraag als gedragswetenschapper zorgvuldig wat de verzamelde feiten zijn, wat de beleving van ouders, jeugdige en jeugdzorgwerker is, en maak een eigen afweging van de aard en ernst van de problemen.
    • Als verder onderzoek nodig is en een verwijzing voor specialistische diagnostiek niet, dan volgt de fase van probleem- en krachtenanalyse.
    • Zorg dat verder onderzoek of nadere diagnostiek en/of het op gang brengen van hulp niet te lang duurt. Lange wachttijden en onzekerheid over de wachttijd kunnen de situatie verergeren.
  • Wat betreft het gedwongen kader: ga door naar hoofdstuk Doelen opstellen en beslissen over hulp. In het voortraject heeft de Raad voor de Kinderbescherming de situatie al uitgebreid in beeld gebracht, waardoor aanvullend onderzoek of diagnostiek niet nodig is.

  • Zorg dat je altijd zelf contact met de jeugdige hebt (bij jeugdigen ouder dan acht jaar bij voorkeur zonder dat ouders aanwezig zijn). Besteed extra aandacht aan de inhoud en vorm van het gesprek en je taalgebruik, waarbij je rekening houdt met de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van de jeugdige.

    Bespreek mogelijke zorgen over veiligheid met de jeugdige en vraag de jeugdige zélf naar zijn visie op de situatie. Wees daarbij voorbereid op mogelijke loyaliteitsconflicten. Spreek de jeugdige eventueel op een neutrale plek. Leg de ouders uit wat je bedoelingen zijn met het gesprek tussen hun kind en jou.

    Bij tegenstrijdige belangen van ouders en jeugdigen, of wanneer de jeugdige behoefte heeft aan een eigen jeugdprofessional aan wie hij in vertrouwen zijn verhaal kan doen, kan het nodig zijn om twee jeugdprofessionals in te schakelen. In een gesprek met het hele gezin zorgt de jeugdprofessional die met jeugdige gesproken heeft ervoor dat het verhaal van de jeugdige voldoende aan bod komt, terwijl de andere jeugdprofessional het gesprek leidt.

  • Leg schriftelijk de gezamenlijke conclusies, beslissingen en gemaakte vervolgafspraken vast. Maak bij het inschakelen van specialistische hulp afspraken met ouders en jeugdige over het delen van gegevens met de andere hulpverlener.

… Meer

Een samenwerkingsrelatie aangaan
Reageer!