Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp

Het beslisproces

Aandachtspunten in het beslisproces

Belangrijke aandachtspunten in het beslisproces worden gevormd door de veiligheid van de jeugdige, de motivatie van ouders en jeugdige, en het sociale netwerk van het gezin. Daarnaast krijgt het werken met cliënten met een migratieachtergrond en cliënten met een licht verstandelijke beperking specifieke aandacht.

Veiligheid van de jeugdige

De veiligheid van de jeugdige is een belangrijk aandachtspunt dat altijd in het beslisproces onderzocht moet worden. Bij veiligheid gaat het in deze richtlijn om kindermishandeling en huiselijk geweld. De Wet Verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling verplicht professionals die met ouders en jeugdigen werken de stappen van de meldcode te volgen, zodat zij bij vermoedens of geconstateerde kindermishandeling of huiselijk geweld zicht op de situatie krijgen en tijdig de juiste actie kunnen ondernemen. Daarom is dit aspect in de richtlijn extra uitgelicht. Het is afhankelijk van de situatie in het gezin of er in meerdere of mindere mate aandacht voor de veiligheid van de jeugdige nodig is. De veiligheid van de jeugdige waarborgen hoeft niet als aparte stap uitgevoerd worden, maar is een onderdeel van de algehele inschatting van de situatie in het gezin. In het maken van het diagnostisch beeld gaat de professional na of er sprake is van onveiligheid. Ook gaat hij na of een ander probleem misschien ten grondslag ligt aan bepaalde situaties. Het is belangrijk hierin onderscheid te maken, omdat het voor de beslissing over de best passende hulp uitmaakt wat precies het probleem veroorzaakt.

Motivatie

Om aan te sluiten bij de wensen en behoeften van ouders en jeugdigen hebben jeugdprofessionals inzicht nodig in het motivatiestadium waarin zij zich bevinden. Dit helpt om hun reacties beter te begrijpen. Interventies moeten afgestemd zijn op dit motivatiestadium, omdat ze dan effectiever zijn. Afhankelijk van het motivatiestadium waarin de cliënt verkeert, kan de jeugdprofessional verschillende technieken inzetten om de veranderbereidheid te stimuleren.

Met motiverende gesprekstechnieken kunnen professionals ouders en jeugdigen helpen om verder te komen en gemotiveerd te raken om hun situatie aan te pakken en tot verandering te komen. Het kan veel frustratie bij professionals en bij ouders en jeugdigen voorkomen als alle partijen zich bewust zijn van het motivatiestadium waarin ouders en jeugdige zich bevinden en het gesprek hierop afgestemd is.

Motivatie voor verandering bestaat uit drie belangrijke aspecten:

  • willen veranderen (erkennen van het probleem);
  • de overtuiging om te kunnen veranderen (in capaciteit en hulpbronnen);
  • er klaar voor zijn om te veranderen (gereeedheid en er prioriteit aan geven).

Een meta-analyse en review van Krebs en collega’s laat zien dat de behandeluitkomsten positiever zijn naarmate cliënten meer bereid zijn tot verandering.

Jeugdprofessionals kunnen invloed hebben op de motivatie van ouders en jeugdigen door:

  • begrip te tonen voor een ambivalente houding en bijbehorende emoties;
  • te geloven dat ouder en jeugdige kunnen veranderen;
  • niet in discussie te gaan en proberen te overtuigen;
  • alert te zijn op uitspraken waaruit blijkt dat de cliënt wil veranderen. Dergelijke uitspraken voorspellen of een cliënt daadwerkelijk verandert;
  • de clieënt te ondersteunen in zijn overtuiging te beschikken over de benodigde capaciteiten;
  • ouders en jeugdige ruimte te geven om te kunnen oefenen en experimenteren met ander gedrag;
  • begrip te hebben als een terugval in oude gedragspatronen plaatsvindt.

Sociaal netwerk

Het sociale netwerk in kaart brengen

Het is nuttig om samen met het gezin in beeld te brengen hoe het sociale netwerk eruit ziet. Het netwerk kan namelijk een rol spelen in het aanpakken of hanteerbaar maken van problemen. Het helpt daarmee om te bepalen welke ondersteuning het gezin nodig heeft. Het sociale netwerk kan ook juist een negatieve invloed hebben op de gezinssituatie en een bron van stress zijn. Bijvoorbeeld doordat het ontbreekt, of omdat het gezin conflicten heeft met anderen. Helder hebben hoe het gezin zich verhoudt tot anderen geeft inzicht in de doelen waarop hulp nodig is.

De voordelen van een sociaal netwerk

Een betrokken en actief sociaal netwerk kan het gezin beschermen als er veel problemen of risicofactoren zijn. Als het gezin steun krijgt, is de kans kleiner dat opvoedingsproblemen escaleren. Het sociale netwerk vormt een hulpbron voor het gezin: het kan professionele hulp deels vervangen doordat het een deel van de hulp kan bieden. Ook kan het sociale netwerk blijvend zijn, terwijl ondersteuning van professionals op termijn meestal ophoudt. Voor blijvende resultaten op de lange termijn is het dan ook nodig dat gezinnen een beroep kunnen doen op een sociaal netwerk van familie en vrienden.

Het sociale netwerk kan verschillende functies hebben: 1. praktische ondersteuning, 2. psychologische of emotionele ondersteuning en 3. een normatieve functie. Dit wordt hieronder uitgelegd.

1. Praktische ondersteuning

Praktische ondersteuning betekent dat ouders of jeugdige een beroep op mensen in hun omgeving kunnen doen voor praktische zaken, bijvoorbeeld voor oppas, een klus in huis of tijdelijke huishoudelijke hulp na een bevalling. Naarmate ouders en jeugdige over een hechter sociaal netwerk beschikken, is het gemakkelijker om hulp te vragen of anderen steun te bieden.

2. Psychologische of emotionele ondersteuning

Een sterk sociaal netwerk biedt ouders en jeugdige ook psychologische of emotionele steun. Mensen uit het netwerk bieden bijvoorbeeld een luisterend oor en de mogelijkheid om stoom af te blazen, en spreken hun waardering uit. Emotionele ondersteuning versterkt het psychisch welbevinden: wanneer mensen voor hen klaar staan weten ouders dat zij geliefd en gewaardeerd zijn en dat er voor ze gezorgd wordt. Het omgekeerde geldt overigens ook: wanneer ouders en jeugdige lekker in hun vel zitten, zijn zij meer in staat om mensen in hun omgeving te ondersteunen.

3. Normatieve functie

De normatieve functie van sociale netwerken houdt in dat mensen een voorbeeldfunctie kunnen hebben. Door deel van een groep uit te maken leren ouders en jeugdige de gewoonten en gedragscodes van die groep. Groepsgenoten functioneren als rolmodel voor elkaar en zorgen voor sociale controle.

Het verkennen van de mogelijkheden van het sociale netwerk om ondersteuning te bieden, en het daadwerkelijk mobiliseren van dat netwerk, vormt op verschillende momenten in het

besluitvormingsproces een aandachtspunt. Bij de betreffende uitgangsvragen wordt dit verder uitgewerkt.

Vaardigheden van de jeugdprofessional
Inhoudelijk kader voor besluitvormingsproces
Reageer!