Problematische gehechtheid

Deze richtlijn gaat over kinderen en jongeren die een problematische gehechtheidsrelatie hebben met hun (pleeg/adoptie) ouders. Onveilig gehechte jeugdigen ontlenen geen of onvoldoende emotionele veiligheid aan de relatie met hun ouder(s). Problematische gehechtheidsrelaties kunnen een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van leven van het kind of de jongere, afhankelijk van de ernst van de gehechtheidsproblemen.

Naar Hoofdstukken

Zoeken

?>

Aanbevelingen voor alle professionele opvoeders

  • Reageer invoelend en voorspelbaar op de jeugdige die aan je zorg is toevertrouwd. Zo kan de jeugdige een veilige gehechtheidsrelatie opbouwen.

  • Investeer in (de relatie met) de jeugdige. Neem de tijd om samen activiteiten te ondernemen, geef de jeugdige kind je volle aandacht. Luister en kijk goed naar de jeugdige. Benoem wat hij met zijn gedrag laat zien en benoem zijn emoties.

?>

Aanbevelingen voor (ambulant) begeleiders

  • Wees alert op gehechtheid door erop te letten dat de jeugdige zich op z’n gemak voelt bij de persoon aan wie hij gehecht is. Voelt de jeugdige zich op z’n gemak bij die persoon, laat hij zich troosten of helpen, luistert hij doorgaans naar deze volwassene? Hebben ze samen plezier?

  • Benadruk dat het niet de schuld van de ouders is dat de jeugdige een problematische gehechtheidsrelatie heeft, maar dat de ouders wel kunnen bijdragen aan herstel van de gehechtheidsrelatie. Zoek de samenwerking met ouders, zodat zij gemotiveerd zijn om door jou gecoacht te worden.

  • Stuur een problematische gehechtheidsrelatie tussen jeugdige en ouder bij door de volwassene te begeleiden bij het sensitief en voorspelbaar reageren.

?>

Aanbevelingen voor gedragswetenschappers

  • Screen altijd op problematische gehechtheid in de volgende situaties. Wanneer de jeugdige opgroeit in een gezin waarin:

    • vermoedelijk mishandeling, verwaarlozing of huiselijk geweld aan de orde is (geweest)
    • één of beide ouders psychiatrische problemen heeft
    • de stabiliteit en continuïteit van de ouder-kindrelatie bedreigd wordt of al doorbroken is, bijvoorbeeld door een verlies van een gehechtheidsfiguur of door een ziekenhuisopname van het kind op jonge leeftijd
    Wanneer de jeugdige:
    • een ontwikkelingsstoornis, autistische stoornis of verstandelijke beperking heeft
    • geadopteerd is of opgroeit in een pleeggezin

  • Maak voor het bevorderen van een veilige gehechtheidsrelatie bij jonge kinderen tot ongeveer zeven jaar gebruik van erkende preventieve interventies die in de thuissituatie ingezet worden, zoals VIPP-SD, Basic Trustmethode, -VHT, Shantala Babymassage individueel, en PIPA.  

  • Maak voor ouders en jonge kinderen die tot een risicogroep behoren gebruik van erkende interventies die zich specifiek op een bepaalde risicogroep richten, bijvoorbeeld de Ouder-baby interventie (voor moeders met een depressie), PCIT (ouders van kinderen met ernstige gedragsproblemen), of NIKA (gezinnen met verhoogd risico op gedesorganiseerde gehechtheid).

  • Maak voor de behandeling van problematische gehechtheid bij kinderen ouder dan 7 jaar gebruik interventies uit de DEJ (zoals VHT 4-12).  Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van behandelingen die op de website van het KJP genoemd worden, zoals Sherborne, Theraplay, Differentiatie- en Fasetherapie, en DDP.

  • Zie erop toe dat een jeugdige met een problematische gehechtheidsrelatie over een langere tijdsperiode gevolgd wordt.

  • Besteed bij een jeugdige met een problematische gehechtheidsrelatie ook altijd aandacht aan gedragsproblemen. Besteed bij een jeugdige met gedragsproblemen ook altijd aandacht aan de gehechtheidsrelatie met de ouders.

Reageer!