Gezinnen met meervoudige en complexe problemen

Familiegroepsplan, gezinsplan, doelen en het volgen van de hulp

Het meten van resultaten

In de Jeugdwet staat dat gemeenten aangeven op welke manier de effecten van jeugdhulp in kaart gebracht moeten worden. Om dit zoveel mogelijk overal op dezelfde manier te doen, is een geharmoniseerde set outcome-indicatoren vastgesteld. Het gaat om:

  • uitval of bereik. Dit geeft aan dat de hulp wordt uitgevoerd zoals gepland en niet voortijdig, op negatieve gronden, wordt beëindigd. Omdat bij jeugdbescherming sprake is van gedwongen hulpverlening kan een cliënt of gezin de hulp niet eenzijdig beëindigen. Registratie van uitval is in de jeugdbescherming daarom niet relevant;
  • cliënttevredenheid. Hierbij gaat het om de tevredenheid van cliënten over de geboden hulp. Van Yperen et al. (2008) geven aan dat een cliënttevredenheidsonderzoek de meest eenvoudige vorm van effectonderzoek is. Cliënttevredenheid kan gezien worden als een eerste empirische teken van practice-based evidence. Aan cliënten wordt gevraagd om met een schoolcijfer van 1 tot 10 aan te geven hoe nuttig de hulp voor hen was. Hoewel cliënttevredenheid van belang is, mag men uit tevredenheid niet automatisch concluderen dat de hulp adequaat is geweest (Van Yperen et al., 2008);
  • doelrealisatie, uitgesplitst in:
    • de mate waarin cliënten zonder hulp verder kunnen. Vinden cliënten dat ze geen hulp meer nodig hebben na afsluiting van het hulptraject? In de jeugdbescherming kan worden gekeken of jeugdhulp wordt ingezet na de maatregel;
    • de mate waarin er na beëindiging van de hulp opnieuw een hulptraject wordt gestart (herhaald beroep).

In het geval van individuele, niet vrij toegankelijke jeugdhulp worden daarnaast nog twee indicatoren gebruikt. In de jeugdbescherming worden deze niet gehanteerd. Het gaat om:

  • de mate waarin problemen verminderd zijn en de zelfredzaamheid of participatie is toegenomen. Dit geeft aan of de situatie bij afsluiting van de hulp gunstiger is dan deze bij aanvang was. Het probleemgedrag van de jeugdige is bijvoorbeeld verminderd, ouders voelen zich minder onmachtig en zijn beter in staat hun taak als opvoeders te vervullen (zie Knorth, 2005);
  • de mate waarin overeengekomen doelen gerealiseerd zijn.

Meer informatie over monitoring en outcome is te vinden op de website van het NJi.

Het afsluiten van de hulp
Het monitoren en evalueren van de hulpverlening
Reageer!