Gezinnen met meervoudige en complexe problemen

‘Goed genoeg’ opvoederschap

Ordening van voorwaarden voor optimale ontwikkeling

Het BIC-model plaatst de bovengenoemde voorwaarden niet in een specifieke volgorde van belang (de nummering geeft dus geen inhoudelijke ordening aan). Maar in de praktijk is vaak behoefte aan een ordening die als leidraad kan worden gebruikt bij het prioriteren van de verschillende hulpvragen van het gezin.

De behoeftenpiramide van Maslow (1943) wordt daarbij in de praktijk vaak genoemd als behulpzaam kader. Hoewel vanuit de wetenschap vaak de kritiek klinkt dat dit model niet goed onderbouwd is met onderzoeksresultaten, wordt het door de praktijk gezien als een logisch en ondersteunend model. In zijn oorspronkelijke theorie onderscheidde Maslow vijf behoeften die mensen achtereenvolgens zouden willen bevredigen:

  1. fysiologische behoeften
  2. behoefte aan veiligheid en zekerheid
  3. behoefte aan liefde en verbondenheid
  4. behoefte aan waardering
  5. behoefte aan zelfontplooiing

Om voor deze richtlijn de behoeftenpiramide en het BIC-model met elkaar te verbinden zijn de voorwaarden van het BIC-model naast de behoeftenpiramide van Maslow gelegd. Kanttekening hierbij is dat veel voorwaarden uit het model passen bij verschillende behoeften uit de piramide. Ze lopen als het waren ‘door de verschillende lagen heen’.

Ook is de piramide van Maslow oorspronkelijk ontwikkeld op basis van de behoeften van volwassenen en niet van kinderen. De informatie in figuur 1 is daarom vooral bedoeld om de relatie tussen beide modellen te zien en handvatten te bieden in de prioritering wat als eerste aan te pakken in de hulp. In de praktijk blijft het essentieel dat professionals ook gebruik blijven maken van hun eigen vakmanschap en praktijkervaring om samen met het gezin de hulp te prioriteren.

Figuur 1. De behoeftepiramide van Maslow (links) naast het Best Interest of the Child model (rechts).

Beginnen bij de basis: veiligheid van de jeugdige

Bij het in kaart brengen van de situatie in een gezin is het belangrijk om te starten met de basiszaken. Adequate verzorging en een veilige directe en wijdere fysieke omgeving vormen een essentieel thema bij het beoordelen van opvoedsituaties – veiligheid is een belangrijke basisvoorwaarde voor een gezonde fysieke en psychische ontwikkeling van de jeugdige. Daarnaast zijn ‘continuïteit in opvoeding en verzorging’ en ‘stabiliteit in levensomstandigheden’ basisvoorwaarden. Wanneer deze voorwaarden afwezig zijn wordt de ontwikkeling van de jeugdige serieus bedreigd en kan er onherroepelijke ontwikkelingsschade ontstaan.

De klankbordgroep geeft aan dat er bij deze gezinnen relatief vaak sprake is van structurele onveiligheid in de vorm van chronische verwaarlozing. Ook blijkt dat eerdere onveiligheid een belangrijke voorspeller is voor toekomstige onveiligheid. Zo is uit onderzoek gebleken dat de aanpak van huiselijk geweld weinig effect sorteert: in het merendeel van de deelnemende gezinnen was na anderhalf jaar nog steeds sprake van geweld. Het is dan ook belangrijk specifiek te kijken welke signalen van veiligheid en onveiligheid er binnen een gezin zijn of mogelijk in de toekomst zullen zijn. Sinds 1 januari 2019 is hiervoor de verbeterde Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en het bijbehorende Afwegingskader beschikbaar (zie de Toolkit meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling via www.rijksoverheid.nl). Het Afwegingskader geeft aan wanneer er sprake is van acute of structurele onveiligheid, en dient als leidraad bij de besluitvorming (zie www.afwegingskadermeldcode.nl). Acute en structurele onveiligheid moeten altijd gemeld worden bij Veilig Thuis.

Ook wanneer het veiligheid betreft, verzamelt de professional informatie van de verschillende gezinsleden, ook van de jeugdigen zelf. De handreiking ‘Participatie van kinderen in de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ geeft hiervoor handvatten (zie Toolkit meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling via www.rijksoverheid.nl). Informatie moet verder worden verzameld in gesprek met andere betrokkenen, zoals leerkrachten, buren en familieleden. Tijdens deze gesprekken worden tevens (voorlopige) conclusies voorgelegd en besproken. Paragraaf 4.5.1 geeft een overzicht van instrumenten die gebruikt kunnen worden om de veiligheid in het gezin in kaart te brengen.

Nadat de informatie en signalen over veiligheid en onveiligheid zijn verzameld, en de informatie is gewogen, besproken en beoordeeld in samenspraak met de gezinsleden en een collega (jeugdprofessional of een gekwalificeerde gedragswetenschapper), breekt de fase van planvorming aan. Als de veiligheid van de jeugdige in het gezin niet voldoende gewaarborgd is, wordt met alle betrokkenen gezamenlijk een ‘veiligheidsplan’ opgesteld. Dit veiligheidsplan is aanvullend op het gezinsplan: waar het gezinsplan vaak meer gericht is op de langere termijn, gaat het veiligheidsplan juist om het maken van afspraken over hoe van dag tot dag en uur tot uur de geconstateerde onveiligheid in het gezin aangepakt dient te worden. Het veiligheidsplan maakt concreet wat het gezin en het bijbehorende netwerk gaan doen om te zorgen dat dreigende onveiligheid wordt afgewend en de veiligheidsdoelen worden gerealiseerd. Een veiligheidsplan heeft over het algemeen de volgende kenmerken:

  • openheid over in het verleden opgelopen schade en gevaar voor de toekomst;
  • betrokkenheid van een breed netwerk;
  • duidelijkheid over veiligheidsdoelen en -eisen;
  • concrete beschrijvingen van regels, acties en afspraken;
  • regels over wat te doen bij triggers en stressoren: wat doet iedereen als het mis dreigt te gaan?
  • voortdurende aanscherping, ontwikkeling en toetsing;
  • onderschreven door alle betrokkenen, zowel vanuit het gezin, het netwerk als de hulpverlening.

Ook hier is het belangrijk dat jeugdigen betrokken worden bij het proces en dat zij op de hoogte zijn van de afspraken die in het veiligheidsplan zijn gemaakt. Ook moeten jeugdigen weten welke andere volwassenen betrokken zijn binnen het veiligheidsnetwerk rondom het gezin en hoe zij deze mensen kunnen bereiken.

Verder werken vanuit de basis

Nadat de acute veiligheid op orde is gebracht, kan tijd genomen worden om de situatie van het gezin verder in kaart te brengen. Hierbij kunnen de instrumenten bij Hulpmiddelen bij het in kaart brengen en beoordelen van opvoederschap behulpzaam zijn. Het is belangrijk om niet alleen te kijken naar de situatie in het hier en nu, maar ook de geschiedenis van het gezin in kaart te brengen. Wat gaat er goed en wat zijn de zorgen? Hoe is de situatie die er nu is ontstaan? Welke gezins- en omgevingsfactoren spelen een rol? Hoe werken de verschillende factoren op elkaar in? Welke hulpverlening is al ingezet bij het gezin? Wat werkte daarin wel en wat juist niet? Probeer patronen te ontdekken bínnen het gezin, maar ook tussen het gezin en hulpverleners. Hoe zouden deze patronen doorbroken kunnen worden?

Samen met het gezin kom je zo tot een verhaal over wat er aan de hand is, waar het gezin naartoe wil en wat daarvoor moet gebeuren. De klankbordgroep geeft aan dat best even de tijd genomen mag worden voor een goede inventarisatie zonder dat er direct gehandeld wordt, zo lang de veiligheid maar in orde blijft. Zodra dit niet meer het geval is, dient direct ingegrepen te worden (zie ook hierboven bij Beginnen bij de basis).

Factoren die goed genoeg opvoederschap beïnvloeden
Goed genoeg opvoederschap
Reageer!