Gezinnen met meervoudige en complexe problemen

Effectief casemanagement en de houding van de professional

Activeren

De vaste hulpverlener speelt een belangrijke rol bij het activeren van het gezin en de mensen daaromheen.

Activeren van eigen kracht

Een belangrijk uitgangspunt is dat de vaste hulpverlener de eigen kracht van de gezinsleden activeert. Daartoe praat de hulpverlener mét het gezin in plaats van over het gezin, staat hij naast het gezin in plaats van ertegenover en activeert hij in plaats van dat hij overneemt. De hulpverlener kan hierbij empowerment inzetten of een oplossingsgerichte benadering kiezen. De kern is dat de verantwoordelijkheid bij het gezin ligt en de hulpverlener de focus legt op wat de gezinsleden willen bereiken en wat er daarin al goed gaat.

Het sociale netwerk mobiliseren

De vaste hulpverlener stimuleert de gezinsleden om gebruik te maken van hulpbronnen in hun directe sociale omgeving om de doelen die in het gezinsplan staan te bereiken. Bij het opstellen van het gezinsplan wordt eerst gekeken welke mensen uit het sociale netwerk van het gezin een steentje kunnen bijdragen. Pas daarna wordt gekeken welke ondersteuning hulpverleners kunnen bieden. Het ‘sociale netwerk’ wordt hierbij breed opgevat: familie, vrienden, buurtbewoners, mensen uit de kerk of moskee, (oud)klasgenoten, docenten of collega’s, lotgenoten of vrijwilligers. Belangrijk om in de gaten te houden is dat het netwerk van ouders met een LVB vaak kleiner en minder stabiel is dan dat van andere ouders. Een sociaal netwerk dat bij de zorg rond het gezin is betrokken, de aanwezigheid van voldoende sociale steun en een netwerk dat zich medeverantwoordelijk voelt voor de opvoeding van de jeugdigen vormen belangrijke beschermende factoren, ook bij gezinnen met meervoudige en complexe problemen. En omdat het informele netwerk van een gezin ook na afloop van de formele ondersteuning blijft bestaan, kan het sociale netwerk ook helpen om bereikte resultaten vast te houden.

Het mobiliseren van het sociale netwerk en het samenwerken met de mensen rond een gezin kan in verschillende stappen vorm krijgen. Een eerste stap is meestal om samen met de gezinsleden de mensen om hen heen in beeld te brengen. Ook als het gezin aangeeft geen sociaal netwerk te hebben is het belangrijk om hierop door te vragen. Vaak blijken er meer mensen rondom het gezin te zijn dan zij zelf denken. Belangrijke en behulpzame vragen hierbij zijn: wie vinden het belangrijk dat het goed gaat met uw kind(eren)? Wat betekenen jullie voor anderen? Wie ondersteunt jullie?

Een volgende stap is het helder krijgen van de steun die mensen uit het netwerk kunnen of willen bieden. Dit kan in een bijeenkomst waarin gezamenlijk een plan gemaakt wordt met de gezinsleden, de mensen uit het netwerk en de betrokken hulpverleners (zie Kwalificaties van opvoederschap). Uitgangspunt hierbij zijn de wensen en voorkeuren van het gezin wie zij vanuit hun netwerk willen betrekken. Soms is er sprake van vraagverlegenheid: mensen kunnen hulp gebruiken, maar vragen hier niet om bij hun netwerk. Hiervoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. Doordat in de samenleving tegenwoordig de nadruk ligt op zelfstandigheid en zelfredzaamheid voelen mensen zich soms bezwaard hulp te vragen: ze vinden dat ze het zelf moeten kunnen oplossen. Ook behoefte aan privacy en autonomie kan een drempel zijn bij het vragen van hulp, zeker als mensen zich kwetsbaar voelen. Tot slot willen mensen niet graag bij een ander in het krijt staan. Erkennen dat hulp vragen en accepteren lastig is, is de eerste stap in het doorbreken van vraagverlegenheid. Daarnaast kan het helpen om samen met het gezin te kijken naar iets dat de gezinsleden terug kunnen doen, zodat de wederkerigheid wordt hersteld of behouden. Ook breed kijken kan helpen: soms wil iemand wel iets aan vrienden vragen, maar niet aan familie.

Tot slot probeert de vaste hulpverlener samen met de gezinsleden de mensen uit het sociale netwerk betrokken te houden. Dit betekent regelmatig contact hebben, bezien of de afgesproken acties worden uitgevoerd en regelmatig evaluaties houden met elkaar over de voortgang.

Zo lang en intensief als nodig
Integraal werken
Reageer!