Gezinnen met meervoudige en complexe problemen

2. Definitie en kenmerken

Een definitie van gezinnen met meervoudige en complexe problemen

Er is geen eenduidige definitie of beschrijving van gezinnen met meervoudige en complexe problemen beschikbaar op basis van empirisch, wetenschappelijk onderzoek. In de praktijk herkennen hulpverleners de gezinnen echter vrijwel direct: zij schetsen vaak dezelfde kenmerken van deze gezinnen. Een veelgebruikte definitie van multiprobleemgezinnen is die van Baartman: ‘een multiprobleemgezin is een gezin van minimaal één ouder en één kind dat langdurig kampt met een combinatie van sociaal-economische en psychosociale problemen’. De klankbordgroep noemt als kenmerk ook dat het vaak lastig is (geweest) om de juiste hulp aan het gezin te bieden: er is vaker hulp ingezet, maar zonder duurzaam resultaat. Ghesquière voegt hieraan toe: ‘de betrokken hulpverleners vinden dat het gezin weerbarstig is voor hulp.

Gezinnen met meervoudige en complexe problemen hebben verschillende kenmerken en problemen die tegelijkertijd op verschillende domeinen in het gezin en in de context/leefsituatie rond het gezin spelen. Zij zijn overbelast door de vele problemen waarmee ze te maken hebben.

Daarnaast vinden hulpverleners dat het gezin weerbarstig is voor hulp; de ouders zijn voor hen vaak moeilijk bereikbaar, mijden de hulpverlening of zoeken die juist veelvuldig op, stellen geen duidelijke hulpvraag en hebben hardnekkige problemen die moeilijk te veranderen zijn. Dit betekent echter niet dat deze gezinnen geen hulp wíllen aanvaarden. Dat zij in de ogen van hulpverleners weerbarstig zijn voor hulp heeft vaak te maken met ‘niet kunnen’: het lukt de gezinsleden niet te veranderen ondanks alle hulp die ze al hebben gehad. Ze zijn onmachtig en vaak teleurgesteld door de vele hulp die weinig heeft opgeleverd. Daarbij lukt het hulpverleners niet de gezinnen op een integrale en effectieve manier te ondersteunen.

Ook weten deze gezinnen soms niet waar zij hulp kunnen vinden, of worden zij door de hulpverlener niet of verkeerd verstaan. Of vragen ze om hulp die de betreffende hulpverlener niet kan bieden (praktische hulp of hulp bij het afbetalen van schulden). Multiprobleemgezinnen zijn terechtgekomen in een neerwaartse spiraal van negatieve ervaringen met hulpverleners, onmacht en soms zelfs marginalisatie.

Bodden en Dekovic vergeleken in een studies naar intensieve pedagogische thuishulp (IPT) 85 gezinnen die door hulpverleners als multiprobleemgezin werden getypeerd met 150 gezinnen uit de algemene Nederlandse bevolking en lieten de gezinnen verschillende vragenlijsten invullen. Op basis van dit onderzoek concludeerden de auteurs dat slechts dertig procent van de gezinnen die door hulpverleners als multiprobleemgezin werden aangemerkt daadwerkelijk een multiprobleemgezin was. Op basis van hun onderzoek stellen zij dat gezinnen met meervoudige en complexe problemen op minimaal zes van de volgende zeven domeinen langdurige problemen ervaart (en per domein minimaal één factor):

  • Kindfactoren: psychische of psychosociale problemen inclusief ontwikkelingsproblemen, gedragsproblemen, psychosomatische problemen en verslavingen; cognitieve problemen (zoals laag IQ en leerproblemen) en verstandelijke handicaps; slachtoffer of getuige van mishandeling, misbruik, verwaarlozing of huiselijk geweld.
  • Ouderfactoren: psychische of psychosociale problemen inclusief psychosomatische problemen, gedragsproblemen (agressie en crimineel gedrag) en verslaving; cognitieve problemen (laag IQ) en verstandelijke handicaps; slachtoffer, getuige of dader van mishandeling, misbruik, verwaarlozing of huiselijk geweld.
  • Opvoedingsfactoren: onvoldoende of inconsistente opvoedingsstrategieën; pedagogische onmacht; weinig consistentie; weinig responsiviteit; veel harde discipline; afwijzing; gebrek aan gedragscontrole; veel psychologische controle; onveilige hechting.
  • Gezinsfunctioneren: relatieproblemen; conflicten; communicatieproblemen; weinig cohesie; veel externe locus of control; geen organisatie.
  • Contextuele factoren: meerdere negatieve levensgebeurtenissen; financiële problemen; lage sociaal-economische status.
  • Sociaal netwerk: verstoord of gebrek aan sociaal netwerk; conflicten met buurtbewoners en vrienden.
  • Hulpverlening: lange geschiedenis van hulpverlening; uithuisplaatsing.

De diversiteit binnen de groep gezinnen met meervoudige en complexe problemen is groot. Schaafsma schetst een vijftal portretten die zeer verschillende gezinnen betreffen, zoals een vluchtelinggezin, een alleenstaande tienermoeder die in een gewelddadig gezin opgroeide en een gezin met een manisch-depressieve moeder en grote financiële problemen. Er is al langere tijd behoefte aan een nadere indeling of categorisering van de brede groep gezinnen, bijvoorbeeld in subtypen. Op basis van wetenschappelijk onderzoek is een indeling in typen gezinnen op basis van de voorkomende (combinaties van) problemen is (nog) niet beschikbaar.

Belangrijkste kenmerken
Inleiding
Reageer!