Dyslexie

Signalering en ondersteuning

De implementatie van ondersteuningsniveaus

Voor een goede implementatie van ondersteuningsniveau 3 is het van belang dat alle ondersteuningsniveaus goed worden uitgevoerd en op elkaar aansluiten. Op elk ondersteuningsniveau moet sprake zijn van effectieve instructie en ondersteuning van goede kwaliteit (zie ook paragraaf 2.4).

Daarmee werkt de aanpak preventief, ervan uitgaande dat de meeste jeugdigen profiteren van goede instructie en interventie van voldoende intensiteit. De ondersteuning op niveau 2 moet aansluiten bij de instructie op niveau 1. Samenhang tussen de instructiekenmerken op de verschillende niveaus leidt tot betere leerresultaten. Een goede aansluiting tussen ondersteuningsniveau 1 en 2 maakt het enerzijds mogelijk om te bepalen welke jeugdigen tijdelijk intensivering van instructie op niveau 2 nodig hebben, en anderzijds om flexibel in te spelen op de behoefte aan intensivering. Als jeugdigen op ondersteuningsniveau 2 geen of weinig vooruitgang (instructiegevoeligheid) laten zien, komen ze in aanmerking voor extra intensieve en specifieke ondersteuning op niveau 3.

Het slagen van het continuüm van onderwijs en zorg begint met effectief bewezen instructies en klassikale ondersteuning door de leraar (ondersteuningsniveau 1). Leraren moeten weten hoe ze kwalitatief goede klassikale instructie geven, wat effectief bewezen aanpakken zijn en hoe ze jeugdigen met een risico op lees- en/of spellingproblemen kunnen signaleren. Hierbij verdient het aanbeveling samen te werken met professionals zoals lees- en spellingspecialisten. Om de ondersteuningsniveau’s te realiseren en op elkaar te laten aansluiten, dient er in teamverband te worden samengewerkt aan een integrale aanpak. In het proces van kwaliteitsverbetering en -onderhoud kan de lees- en spellingspecialist een belangrijke bijdrage leveren, alsmede implementatiedeskundigen van buitenaf. Binnen het continuüm van onderwijs en zorg wordt de mate waarin een jeugdige profiteert van de klassikale instructie, gericht op de lees- en spellingontwikkeling, beoordeeld. Als het aanbod op groepsniveau niet van goede kwaliteit en intensiteit is, zullen er meer jeugdigen – ten onrechte – in aanmerking komen voor ondersteuning buiten de groep. Leraren zouden er dan ook goed aan doen hun kennis over goed lees- en spellingonderwijs op verschillende niveaus te verbreden, met ondersteuning van ervaren of gespecialiseerde leraren en de lees- en spellingspecialist.

Een goede implementatie van de ondersteuningsniveaus binnen het onderwijs is niet een taak van de lees- en spellingspecialist alleen. Binnen een school zal een gedeelde visie op goed lees- en spellingsonderwijs, waarin preventie, tijd, verwachtingen en doelen een plek hebben, een basis vormen voor het handelen van alle teamleden. Dyslexie Centraal heeft hiervoor de Scan preventieve aanpak lezen en spellen groep 1 en 2 ontwikkeld (www.dyslexiecentraal.nl). De scan biedt zicht op de preventieve aanpak op de drie ondersteuningsniveaus, de wijze waarop je omgaat met verschillen en hoe je ouders daarbij betrekt. Daarnaast geeft de scan zicht op de wijze waarop wordt samengewerkt met andere professionals. Ook kan er gekozen worden voor de Blauwdruk Duurzame Aanpak Leesproblemen. Dit instrument geeft een beeld van wat er gebeurt op het gebied van lezen en spellen van groep 2 t/m 8, de ondersteuningsniveaus en in hoeverre dat door een schoolteam wordt gedragen en uitgevoerd, als startpunt voor verbetertrajecten. De lees- en spelling­specialist en/of een implementatiedeskundige krijgt hiermee aanwijzingen voor de bijdrage die hij kan leveren aan het verbeteren van beleid en aanpak. Voor het voortgezet onderwijs is er er eveneens een online zelfevaluatie-instrument ontwikkeld: Dyslexiescan VO (www.dyslexiecentraal.nl).

De Handreiking Samenwerken bij (Ernstig Enkelvoudige) Dyslexie gaat in op de afspraken die binnen het samenwerkingsverband Passend Onderwijs kunnen worden gemaakt over het aanbod van de basisondersteuning, zowel bij lees- en/of spellingproblemen als bij dyslexie. Sommige samenwerkingsverbanden hebben een taak bij de invulling en het aanbod van ondersteuning op niveau 2 en 3. Meestal ligt die taak bij afzonderlijke scholen en schoolbesturen. Er moet in elk geval op toe worden gezien dat het aantal jeugdigen dat ondersteuning op niveau 3 krijgt en vervolgens wordt doorverwezen naar de zorg goed onderbouwd is. Dit kan onder een poortwachtersfunctie vallen. De poortwachtersrol kan belegd zijn vanuit een gemeente, schoolbestuur of samenwerkingsverband. De kwaliteit van de instructie en begeleiding op ondersteuningsniveau 1 en 2 kan daarbij ook altijd in ogenschouw worden genomen. Voor goede praktijkvoorbeelden van de organisatie hiervan wordt verwezen naar de Handreiking Samenwerken bij (Ernstig Enkelvoudige) Dyslexie en www.dyslexiencentraal.nl.

1. Systematische uitvoer

Fuchs & Fuchs bevelen aan om bij het vormgeven van het continuüm van onderwijs en zorg uit te gaan van ‘standaardprotocollen’ of werkwijzen waarvan is aangetoond dat ze de lees- en spellingvaardigheid van jeugdigen verbeteren. Het is van belang dat de instructie op de verschillende ondersteuningsniveaus in grote lijnen is omschreven, zodat de werkwijze vergelijkbaar wordt uitgevoerd door onderwijsprofessionals binnen een school. Dit biedt dan ook de mogelijkheid om te evalueren in hoeverre de ondersteuning goed wordt aangeboden. Het vergroot de betrouwbaarheid van de implementatie van de verschillende ondersteuningsniveaus. Een onderliggende gedachte bij het werken met min of meer gestandaardiseerde, duidelijk omschreven interventies is dat de uitvoer van ondersteuning controleerbaar is. Het geeft bovendien zicht op welke jeugdigen wel of niet vooruitgaan na een interventie die bestaat uit componenten waarvan is aangetoond dat veel jeugdigen ervan profiteren.

Keller-Margulis benadrukt dat het belangrijk is om de implementatie van het continuüm van onderwijs en zorg te monitoren door 1) te evalueren hoe de toetsprocedures verlopen, 2) te bepalen in hoeverre de instructie en interventies consistent en adequaat worden uitgevoerd en 3) na te gaan hoe de beslismomenten verlopen en in hoeverre jeugdigen op het juiste niveau ondersteuning krijgen. Door te monitoren kan feedback worden gegeven aan degenen die het continuüm implementeren, wat de kwaliteit van de implementatie verhoogt. In dit kader wordt wel gesproken van interventie-integriteit, waarbij wordt nagegaan of de frequentie en kwaliteit van de interventie is uitgevoerd zoals beoogd was, en procedurele integriteit, wat verwijst naar de consistentie waarmee het gehele proces van response to intervention, de benadering zoals voorgesteld in het continuüm van onderwijs en zorg, geïmplementeerd is.

2. Samenvatting

Voor een goede implementatie van de ondersteuningniveaus van het continuüm van onderwijs en zorg is het van belang dat de niveaus op elkaar aansluiten en dat er samenhang is. De instructie en begeleiding die op de verschillende niveaus geboden wordt moet gebaseerd zijn op effectief bewezen aanpakken. Dit vraagt om een goede kennis van het lees- en spellingonderwijs bij leraren die daarbij ondersteund kunnen worden door de lees- en spellingspecialist. Het wordt aanbevolen om de ondersteuningsniveaus geprotocolleerd uit te voeren zodat de uitvoer controleerbaar is. De implementatie kan op die manier worden gemonitord wat de interventie-integriteit en procedurele integriteit verhoogt.

Specifieke interventies binnen ondersteuningsniveau 3
Signalering door toetsing, observatie en monitoring
Reageer!