Scheiding en problemen van jeugdigen

Inleiding

Introductie

In Nederland krijgen per jaar bijna zestigduizend minderjarigen en nog eens ruim tienduizend thuiswonende jongvolwassenen van achttien jaar en ouder te maken met de scheiding van hun ouders. Er is wereldwijd veel onderzoek verricht naar de gevolgen van een ouderlijke scheiding voor jeugdigen. Gemiddeld ervaren deze jeugdigen ongeveer tweemaal zoveel problemen vergeleken met jeugdigen uit intacte gezinnen, blijkt uit nationaal en internationaal onderzoek.

Een scheiding is geen losstaande gebeurtenis maar een proces dat meestal enkele jaren in beslag neemt. Dat proces begint ruim voor de feitelijke scheiding en duurt vaak nog lang daarna. Hoewel er veel situaties zijn waarbij stress in het gezin al vóór de scheidingsbeslissing aan de orde is, zijn de scheidingsbeslissing en het scheidingsbericht aan het kind cruciale momenten qua traumatische impact. Deze momenten versterken de stressbeleving bij het kind en zijn omgeving. Veel jeugdigen ervaren op korte en middellange termijn diverse (soms ernstige) problemen na een scheiding. De belangrijkste zijn:

  • emotionele problemen, zoals depressieve gevoelens, stress, loyaliteitsproblemen, een laag zelfbeeld en angstgevoelens;

  • gedragsproblemen, zoals agressief gedrag, vormen van delinquentie, vandalisme en riskante gewoonten (roken, blowen, drinken);

  • sociale problemen, spanningen in de ouder-kindrelatie (zoals parentificatie en ouderafwijzing), problemen met vrienden;

  • verminderde schoolprestaties (lagere cijfers dan voorheen en terugval naar een lager schooltype).

… Meer

De jeugdprofessional wordt vaak geconfronteerd met kinderen en jongeren met gescheiden of scheidende ouders. Aangemelde jeugdigen kunnen problemen vertonen op een of meer van de bovengenoemde gebieden. Vaak is er sprake van co-morbiditeit. Ook kan er sprake zijn van problematiek die al vóór de scheiding aanwezig was.

De fase van de intake is erg belangrijk. Omdat scheiding en ouderschap na scheiding complex zijn en de problematiek per jeugdige kan verschillen, zal de hulpverlening ook gericht moeten zijn op grondige diagnostiek van de scheidingssituatie en op een systeemgerichte behandeling. Voor een overzicht van mogelijke problemen zie CAP-J, een classificatiesysteem voor de problematiek van cliënten in de jeugdhulp en jeugdbescherming. In de CAP-J wordt een groep problemen beschreven die te maken heeft met een instabiele opvoedingssituatie, zoals bij scheiding van de ouders en bij de vorming van een stiefgezin. Ook kan de escalatieladder van Glasl worden gebruikt, om met de ouders duidelijk te krijgen in welke fase van het scheidingsproces zij zich bevinden (zie bijlage 2 in de complete richtlijn).

Uitgangsvragen per knelpunt

Bij het opstellen van deze richtlijn is begonnen met een knelpuntenanalyse die tot stand is gekomen op basis van twee denksessies met deskundigen begeleid door de argumentenfabriek. Deze analyse heeft geleid tot het vaststellen van drie knelpunten: gevolgen, interventies en samenwerking. Met deze drie knelpunten als uitgangspunt is een aantal specifieke vragen geformuleerd door de deskundigen in de denksessies. In de werkgroepvergaderingen zijn die vragen besproken, aangevuld en aangepast. Ten slotte hebben opmerkingen uit de diverse commentaarrondes geleid tot een aantal specificaties en verbeteringen. De definitieve uitgangsvragen gerangschikt naar knelpunt zien er dan als volgt uit.

Gevolgen

Knelpunt: hulpverleners hebben weinig kennis over de gevolgen voor jeugdigen van een ouderlijke scheiding.

  • Wat kunnen de gevolgen van een ouderlijke scheiding zijn voor kinderen en jongeren?

  • Waaraan kunnen ernstige problemen bij jeugdigen na een scheiding (inclusief loyaliteitsproblemen, parentificatie, ouderafwijzing en oudervervreemding) worden herkend en hoe kunnen ernstige problemen worden gedefinieerd?

  • Hoe vaak komen ernstige problemen rond de scheiding voor?

  • Wanneer zijn – voor verschillende leeftijdsgroepen – de gevolgen van de gehele scheidingsperiode (aanloop, scheiding en nasleep) reden tot zorg in de jeugdhulp en jeugdbescherming, op de consultatiebureaus en in de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG)?

  • Wat zijn – voor verschillende leeftijdsgroepen – de mogelijke gevolgen als een jeugdige wordt gescheiden van broers en/of zussen?

  • Wat zijn – voor verschillende leeftijdsgroepen – de mogelijke gevolgen als een jeugdige met anderen in een stiefgezin komt te wonen?

  • Wat zijn de belangrijkste risicofactoren voor het ontwikkelen van ernstige problemen door jeugdigen bij een scheiding?

… Meer

Interventies

Knelpunt: hulpverleners weten onvoldoende hoe zij jeugdigen met gescheiden ouders het beste kunnen helpen.

  • Welke afwegingen zijn van belang bij de keuze voor een bepaalde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) of voor een bepaalde omgangsregeling die past bij de ontwikkeling van een jeugdige?

  • Welke regeling is gangbaar en welke regeling is het beste voor jeugdigen?

  • Wat zijn – voor verschillende leeftijdsgroepen – effectieve vormen van (preventieve) ondersteuning en wat is het doel van die vormen van ondersteuning?

  • Wat zijn – voor verschillende leeftijdsgroepen – effectieve interventies bij scheidingsgerelateerde problematiek en wat is het doel van die interventies?

  • Welk aanbod van ondersteuning en preventie is bij hulpverleners bekend? Hoe lang mag een interventie (maximaal) duren, rekening houdend met de gestelde doelen? Wat is bekend over de kosten(effectiviteit) van interventies?

… Meer

Samenwerking met ouders en met het netwerk

Knelpunt: hulpverleners zijn afhankelijk van scheidende ouders en van andere partijen.

  • Hoe kunnen hulpverleners omgaan met ouders die niet willen meewerken?

  • Hoe kunnen ouders betrokken worden bij en omgaan met hun kind in en na een scheiding?

  • Welke kennis heeft een beroepskracht nodig om ouders te kunnen adviseren over het hulpaanbod?

  • Hoe kunnen hulpverleners buiten ouderlijke conflicten blijven en ouders motiveren hun onderlinge conflicten te beheersen?

  • Hoe kunnen hulpverleners omgaan met een eventuele nieuwe partner van moeder en/of vader?

  • Hoe kunnen hulpverleners optimaal samenwerken met andere beroepskrachten die bij het gezin betrokken zijn? Denk aan juristen/advocaten, rechters, CJG, school en kinderopvang.

  • Wat is nodig in de ketensamenwerking rondom de jeugdige en zijn ouders?

… Meer

Verantwoording en werkwijze
Reageer!