Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp

De Richtlijn Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp voor jeugdhulp en jeugdbescherming gaat in op het proces van beoordelen en beslissen over hulp bij vragen en problemen in de opvoeding en ontwikkeling van jeugdigen van nul tot achttien jaar (eventueel verlengd tot drieëntwintig jaar ). Daarbij gaat het om problemen van psychische, sociale of pedagogische aard die de ontwikkeling van de jeugdige belemmeren. De hulp kan zowel vrijwillige hulpverlening als gedwongen interventies omvatten en reikt van de gewone opvoeding en ontwikkeling, met normale opvoedingsvragen, tot ernstige ontwikkelings- en opvoedingsproblemen.

Vraagverheldering en samenwerkingsrelatie

Aanbevelingen

De werkgroep doet voor de probleemherkenning en vraagverheldering de volgende aanbevelingen (zie werkkaart 3, pdf).

  • Bouw een constructieve (relationele én zakelijke) samenwerking met ouders en jeugdige op. Laat ouders en jeugdige formuleren wat de vraag of het probleem is waarvoor zij gekomen zijn.

  • Zorg dat je een basishouding van onvoorwaardelijke positieve waardering, echtheid en empathie hebt. Wees beschikbaar en betrouwbaar in het nakomen van afspraken.

  • Wees altijd alert op (alarm)signalen en risicofactoren van kindermishandeling (zie paragraaf 4.1.4 van de onderbouwing, pdf) en huiselijk geweld en weet wat daarmee te doen (zie de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling).

    Zie ook de Richtlijn Kindermishandeling voor jeugdhulp en jeugdbescherming. Schakel bij (vermoedens van) kindermishandeling of huiselijk geweld de gedragswetenschapper in.

  • Bereid het eerste gesprek met ouders en jeugdige voor als je al beschikt over informatie over de vraag en de klachten.

  • Check praktische en formele informatie en inventariseer samen met ouders en jeugdige de hulpvraag (klachten) en positie en rol van de betrokkenen. Vraag toestemming aan ouders en jeugdige om informatie bij derden op te vragen.

  • Stel het eigen verhaal van de ouders en jeugdige centraal door in gesprek te gaan, vragen te stellen, te luisteren en samen te vatten.

  • Zet motiverende gespreksvoering in bij ouders en jeugdigen die door anderen zijn aangemeld. Zo kun je een constructieve samenwerkingsrelatie opbouwen en tot gedeelde inzichten over (mogelijke) aanwezige problemen en de hulpvraag komen. Vraag bij moeizaam verlopende trajecten (waarbij ouders en jeugdige al vanaf het begin weinig gemotiveerd zijn), of bij zorgmijders een gedragswetenschapper om advies met betrekking tot zijn handelen.

  • Beoordeel samen met ouders en jeugdige aan de hand van het Framework (zie hoofdstuk 1; indien gewenst met behulp van de werkkaarten of de vragenlijst uit bijlage 5.1 van de onderbouwing):

    • de vraag van ouders en jeugdige, de aard en ernst van het probleem en de krachten;
    • de veiligheid;
    • het probleembesef, de motivatie en balans in de draagkracht en draaglast bij de ouders en/of de jeugdige;
    • de urgentie van het probleem.
  • Neem samen met ouders en jeugdige een besluit over het vervolgtraject.

    • Geef bij een alledaags of licht probleem voorlichting of advies, of zet waar mogelijk het sociaal netwerk van het gezin in en/of een lichte interventie. De verantwoordelijkheid en uitvoering bij het inzetten van het sociaal netwerk ligt bij de ouders en jeugdige, tenzij tijdens de vraagverheldering duidelijk gebleken is dat dit geen slagingskans heeft. Kijk in dat geval samen met ouders en jeugdige of iemand uit hun omgeving dit kan doen. Als hier geen mogelijkheden liggen, zorg dan zelf voor het inschakelen van het sociale netwerk. Geef bij het inzetten van een lichte interventie informatie over een eventuele wachtlijst en een mogelijk overbruggingsaanbod.
    • Overweeg of er mogelijk sprake is van een medisch of psychiatrisch probleem of een licht verstandelijke beperking die vraagt om specialistische diagnostiek en/of behandeling.
    • Bespreek bij complexe en/of meervoudige problematiek ook met een gedragswetenschapper de conclusies over de aard en ernst van de problemen.
      Bevraag als gedragswetenschapper zorgvuldig wat de verzamelde feiten zijn, wat de beleving van ouders, jeugdige en jeugdzorgwerker is, en maak een eigen afweging van de aard en ernst van de problemen.
    • Als verder onderzoek nodig is en een verwijzing voor specialistische diagnostiek niet, dan volgt de fase van probleem- en krachtenanalyse.
  • Zorg dat je altijd zelf contact met de jeugdige hebt (bij jeugdigen ouder dan acht jaar bij voorkeur zonder dat ouders aanwezig zijn). Besteed extra aandacht aan de inhoud en vorm van het gesprek en je taalgebruik, waarbij je rekening houdt met de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van de jeugdige. Bespreek het met de jeugdige als er mogelijk sprake is van kindermishandeling of huiselijk geweld.
    Bij tegenstrijdige belangen van ouders en jeugdigen, of wanneer de jeugdige behoefte heeft aan een eigen jeugdprofessional aan wie hij in vertrouwen zijn verhaal kan doen, kan het nodig zijn om twee jeugdprofessionals in te schakelen. In een gesprek met het hele gezin zorgt de jeugdprofessional die met jeugdige gesproken heeft ervoor dat het verhaal van de jeugdige voldoende aan bod komt, terwijl de andere jeugdprofessional het gesprek leidt.

  • Leg schriftelijk de gezamenlijke conclusies, beslissingen en gemaakte vervolgafspraken vast. Maak bij het inschakelen van specialistische hulp afspraken met ouders en jeugdige over het delen van gegevens met de andere hulpverlener.

… Meer

Een samenwerkingsrelatie aangaan
Reageer!