Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp

Het beslisproces

Inhoudelijk kader voor besluitvormingsproces

Er is een aantal kaders dat relevante aandachtspunten aanreikt voor het beoordelen van de situatie in gezinnen, namelijk:

  • Ontwikkelings- en opvoedingsopgaven (Rispens, Goudena & Groenendaal, 1994);

  • Framework for the Assessment of Children in Need and their Families (Department of Health, 2000).

… Meer

Voor het model van Rispens en collega’s is gekozen omdat dit in Nederland bekendheid heeft. Dit model biedt jeugdprofessionals globaal inzicht in de normale ontwikkeling en opvoeding van jeugdigen. Het Framework is ontwikkeld in Groot-Brittannië, maar wordt ook in andere landen veel gebruikt. Daarom is ervoor gekozen dit als inhoudelijk kader te nemen voor het beslisproces.

1. Ontwikkelings- en opvoedingsopgaven

Jeugdprofessionals hebben kennis over normale ontwikkeling en opvoeding nodig om te kunnen vaststellen of er (mogelijk) sprake is van een probleem. Het beoordelen van problemen in de opvoeding en ontwikkeling van jeugdigen kan niet los staan van de leeftijd. Rispens, Goudena en Groenendaal beschrijven een model van ontwikkelingsopgaven en opvoedingsopgaven dat helpt om problemen te relateren aan de leeftijd. Zie paragraaf 3.3.1 van de onderbouwing (pdf).

Ontwikkelingsopgaven zijn essentieel voor de ontwikkeling. Het leren beheersen ervan draagt bij aan de verdere ontwikkeling en het welbevinden van de jeugdige. In aansluiting op de ontwikkelingsopgaven hebben ouders en andere opvoeders opvoedingsopgaven. Het is hun taak om een opvoedingsklimaat te creëren dat de ontwikkeling van de jeugdige optimale kansen biedt.

 

2. Framework for the Assessment of Children in Need and their Families

Het Framework for the Assessment of Children in Need and their Families helpt om een zorgvuldige afweging te maken met het oog op de veiligheid, het welzijn en de ontwikkeling van jeugdigen. Met dit Framework kunnen jeugdprofessionals jeugdigen zien binnen de context waarin zij opgroeien. Het wordt weergegeven door de Assessment Triangle. Zie figuur 1 in de complete richtlijn (pdf).

Het Framework stelt dat het welzijn en de ontwikkeling van de jeugdige worden bepaald door de interactie tussen drie domeinen (drie zijden van een driehoek):

  • de ontwikkelingsbehoeften van de jeugdige;

  • de capaciteiten van de ouders (opvoeders) om in die behoeften te voorzien;

  • de invloed van gezins- en omgevingsfactoren op enerzijds de capaciteiten van de ouders en anderzijds ontwikkelingsbehoeften van de jeugdige.

… Meer

Deze drie domeinen zijn onderling verbonden. Daarbij is het belangrijk in het oog te houden dat er bij de ouders risicofactoren aanwezig kunnen zijn die hun opvoedingscapaciteiten beïnvloeden. Ook bij jeugdigen kunnen risicofactoren spelen die hun ontwikkelingsbehoeften en –mogelijkheden beïnvloeden. Daarnaast kunnen er natuurlijk ook beschermende factoren zijn die de aanwezigheid van problemen kunnen compenseren. Ook in het gezin en de omgeving kunnen er risico- en beschermende factoren aanwezig zijn. Informatie per domein kan geordend worden in (1) zorgen, problemen en risicofactoren, en (2) wat goed gaat, sterke punten en beschermende factoren.

Ontwikkelingsbehoeften van de jeugdige

Het Framework onderscheidt zeven algemene dimensies met betrekking tot de ontwikkeling van de jeugdige:

  • Gezondheid en fysieke verschijning

    • algemene gezondheid, groei en ontwikkeling
    • speciale behoeften door bijvoorbeeld ziekte of beperking
    • aanwezigheid van letsel (mogelijk als gevolg van kindermishandeling)
    • uiterlijke verschijning (bijvoorbeeld kleding, uitgerust/vermoeid)
    • lichaamsbeweging en eetgewoonten
  • Cognitieve ontwikkeling

    • taalontwikkeling en taalgebruik
    • werkhouding op school (concentratie, niveau)
    • voortgang op school, succes- en faalervaringen
  • Emotionele ontwikkeling en gedrag

    • omgaan met emoties en expressie van gevoelens
    • hechting
    • temperament
    • (spel)gedrag thuis, op school en in de omgeving (bijvoorbeeld sportclub)
    • sociaal gedrag (contact met leeftijdgenoten en volwassenen)
    • reactie op traumatische of stressvolle gebeurtenissen
  • Identiteit

    • de mate waarin de jeugdige zichzelf ziet als individu en als deel van het gezin
    • zelfbeeld en zelfvertrouwen
    • keuzes maken en initiatief nemen
    • gender en/of seksuele identiteit
  • Gezins- en sociale relaties

    • relaties met gezinsleden (ouders, broers/zussen)
    • relaties met leeftijdgenoten
    • relaties met volwassenen
    • empathisch vermogen
    • manier van contact leggen met professionals (bijvoorbeeld oogcontact maken, mate van openheid of afweer, mate van weerbaarheid of afhankelijkheid)
  • Sociale presentatie

    • verschijning en gedrag in sociale situaties (passende kleding, passend gedrag, netheid en persoonlijke hygiëne)
    • aanpassing aan en houding t.a.v. beperkingen en discriminatie door anderen
    • respect voor gezins-, culturele en religieuze waarden en diversiteit
  • Zelfredzaamheid

    • praktische, emotionele en communicatieve vaardigheden die vereist zijn voor toenemende onafhankelijkheid
    • oplossingsvaardigheden
    • inschatten van eigen veiligheid en risico’s

… Meer

Aandachtspunten binnen deze ontwikkelingsgebieden betreffen zowel kenmerken van de jeugdige als diens functioneren in termen van gedrag, ontwikkeling en emoties. Een professional moet informatie op deze ontwikkelingsgebieden verzamelen om een beslissing over passende hulp te kunnen nemen. Problemen op meerdere ontwikkelingsgebieden of zeer ernstige problemen op één ontwikkelingsgebied kunnen erop wijzen dat de ontwikkeling van de jeugdige bedreigd wordt. Denk bijvoorbeeld aan ernstige internaliserende problemen met suïcide of een poging daartoe als gevolg.

De seksuele ontwikkeling van een jeugdige is belangrijk en kan daarom ook onderwerp van gesprek zijn. Het Framework benoemt dit niet als apart ontwikkelingsgebied, maar vat dit onder andere onder de dimensie identiteit.

De ontwikkelingsbehoeften van jeugdigen zijn afhankelijk van leeftijd en ontwikkelingsniveau. Een jeugdige moet de verwachte ontwikkelingsmijlpalen halen om zich verder te kunnen ontwikkelen, omdat elke volgende ontwikkelingsfase voortborduurt op de vorige. Daarbij moet rekening worden gehouden met specifieke kwetsbaarheden van de jeugdige (bijv. leerproblemen of een fysieke of licht verstandelijke beperking) en de impact daarvan op het bereiken van ontwikkelingsmijlpalen.

Opvoedingscapaciteiten van de ouder

Bij de opvoedingscapaciteiten van ouders gaat het om hun vermogen om adequaat in te gaan op de ontwikkelingsbehoeften van hun kind en zich aan te passen aan zijn veranderende behoeften.

Het gaat dus om:

  • de manier waarop ouders reageren op hun kind, zijn gedrag en behoeften, en de gebieden waarop zij daar moeilijkheden in ervaren;

  • het effect dat de jeugdige op hen heeft;

  • de kwaliteit van de ouder-kindrelatie;

  • het begrip van de ouders voor de ontwikkelingsbehoeften en ontwikkeling van jeugdigen;

  • hun begrip van opvoedingsvaardigheden en het belang daarvan voor de ontwikkeling van hun kind;

  • hun vermogen hun reactie aan te passen als de ontwikkelingsbehoeften van hun kind veranderen.

… Meer

De opvoedingscapaciteiten van ouders worden in het Framework aan de hand van zes dimensies in kaart gebracht:

  • Basale verzorging

    • voorzien in fysieke behoeften van de jeugdige (voeding, hygiëne, onderdak)
    • zorg dragen voor goede gezondheidszorg
  • Garanderen veiligheid

    • een veilige leefomgeving bieden
    • bescherming bieden tegen mensen die mogelijk gevaar opleveren
    • voldoende toezicht houden (of ervoor zorgen dat een andere volwassene dat doet)
    • weerbaar maken: bespreken hoe om te gaan met risicovolle situaties
  • Emotionele warmte

    • waardering en respect tonen voor de jeugdige
    • empathie en begrip tonen
    • sensitief en responsief reageren op de behoeften van de jeugdige
    • betrokken zijn bij (activiteiten van) de jeugdige, hem steunen en indien mogelijk aan zijn activiteiten meedoen
  • Stimuleren

    • cognitieve ontwikkeling bevorderen door aanmoediging, communicatie en stimulatie
    • voorzien in leermogelijkheden en sociale participatie
    • zorgen voor en ondersteunen van onderwijs en succeservaringen
  • Regels en grenzen

    • heldere, realistische grenzen, regels en verwachtingen stellen
    • gedrag en emoties van de jeugdige reguleren (leren omgaan met frustraties)
    • omgaan met conflicten
    • passende verantwoordelijkheden geven
  • Stabiliteit

    • structuur, stabiliteit en continuïteit in opvoeding en verzorging bieden
    • voorspelbaar zijn in reacties op de jeugdige
    • fysiek en psychisch beschikbaar zijn (van minimaal een vaste opvoeder)

… Meer

Het gaat daarbij niet alleen om wat ouders weten en kunnen, maar ook (vooral) om de manier waarop zij dit in de praktijk in concreet gedrag en handelen laten zien. Een professional moet informatie over deze dimensies verzamelen om een beslissing over passende hulp te kunnen nemen.

Gezins- en omgevingsfactoren

Het verzorgen en opvoeden van jeugdigen gebeurt niet in een vacuüm. Factoren in het gezin en de omgeving hebben een belangrijke invloed op het functioneren van de jeugdige en de ouders. Gezins- en omgevingsfactoren kunnen zowel een stabiliserende als een destabiliserende functie hebben als het gaat om de balans tussen de opvoedingscapaciteiten van de ouders en ontwikkelingsbehoeften van de jeugdige. Met een stabiliserende functie wordt bedoeld dat het gezin ondanks veel of ernstige problemen toch nog kan functioneren. Een betrokken en actief sociaal netwerk kan bijvoorbeeld een stabiliserende functie hebben. Op zulke stabiliserende factoren dient de professional te letten als hij overweegt professionele hulp in te schakelen. Het kan namelijk nodig zijn om interventies in te zetten zodat deze stabiliserende factoren stand kunnen houden.

Interventies kunnen ook nodig zijn als destabiliserende factoren de balans tussen opvoedingscapaciteiten en ontwikkelingsbehoeften dreigen te verstoren. Daarbij valt te denken aan:

  • eenoudergezin, stiefgezin, groot gezin;

  • veel conflicten;

  • huiselijk geweld;

  • instabiel, ongeregeld leven;

  • materiële/financiële problemen (werkloosheid, huisvesting);

  • ingrijpende levensgebeurtenissen; sociaal isolement/sociaal conflict.

… Meer

Door effectieve hulp te bieden kan dan mogelijk worden voorkomen dat de balans verstoord raakt en intensieve hulp of een uithuisplaatsing nodig wordt.

Het Framework noemt zeven dimensies met betrekking tot het gezin en de omgeving waarover de professional informatie dient te verzamelen om een beslissing over passende hulp te kunnen nemen:

  • Gezinsgeschiedenis en functioneren: wie maken deel uit van het huishouden? Hoe is hun relatie met de jeugdige? Hebben zich hierin belangrijke veranderingen voorgedaan? Welke ervaringen uit de kindertijd dragen de ouders met zich mee? Hebben zich belangrijke gebeurtenissen voorgedaan? Hoe functioneert het gezin (denk ook aan de relatie met broers en zussen en de invloed op de jeugdige daarvan)? Wat zijn sterke en minder sterke eigenschappen van de ouders? Welke moeilijkheden ervaren zij? Hoe is de relatie tussen (gescheiden) ouders?

  • Familie: wie zijn deel van de bredere familie? Wie zijn daarin afwezig? Hoe zijn de relaties met de bredere familie? Welke impact heeft de familie op de jeugdige en het gezin?

  • Woning: zijn in de accommodatie basisfaciliteiten aanwezig? En voorzieningen die passen bij de leeftijd en de ontwikkeling van de jeugdige en andere huisgenoten? Denk aan interieur en exterieur van het huis en directe omgeving, inclusief de aanwezigheid van gas, water, elektra, kookfaciliteiten, slaapruimte, netheid, hygiëne en veiligheid en de invloed daarvan op het opvoeden van de jeugdige.

  • Werk: wie werkt, wat voor werkpatroon heeft diegene en wat is het effect daarvan op de jeugdige? Zijn daarin belangrijke veranderingen geweest (denk aan werkloosheid van de kostwinner)?

  • Inkomsten: is er voldoende geld om in de behoeften van de jeugdige en het gezin te voorzien?

  • Sociale integratie van het gezin: in welke mate is het gezin geïntegreerd of geïsoleerd? Hoe zien de peer-groepen, vriendschappen en het sociale netwerk van zowel jeugdige als ouders eruit? Hangen ouders een geloof of religie aan en hoe zijn hun relaties met mensen binnen deze kring? Welk belang hechten ze eraan?

  • Gemeenschapsbronnen: welke faciliteiten en diensten zijn er in de buurt? Denk aan universele diensten van primaire gezondheidszorg, dagopvang en scholen, transport, winkels, vrijetijdsactiviteiten en plekken voor religieuze samenkomsten. Het gaat om zowel de beschikbaarheid als het niveau van de voorzieningen en de invloed daarvan op het gezin.

… Meer

Samen met ouders en jeugdige beslissen
Beslismodellen: processtappen
Reageer!