Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp

Het beslisproces

Aandachtspunten in het beslisproces

Belangrijke aandachtspunten in het beslisproces worden gevormd door de veiligheid van de
jeugdige, de motivatie van ouders en jeugdige, en het sociale netwerk van het gezin. Daarnaast
krijgt het werken met cliënten met een migratie-afkomst en cliënten met een licht verstandelijke beperking
specifieke aandacht.

1. Veiligheid van de jeugdige

De veiligheid van de jeugdige is een belangrijk aandachtspunt dat altijd in het beslisproces onderzocht moet worden. Bij veiligheid gaat het in deze richtlijn om kindermishandeling en huiselijk geweld. De Wet Verplichte Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling verplicht professionals die met ouders en jeugdigen werken de stappen van de meldcode te volgen, zodat zij bij vermoedens of geconstateerde kindermishandeling of huiselijk geweld zicht op de situatie krijgen en tijdig de juiste actie kunnen ondernemen. Daarom is dit aspect in de richtlijn extra uitgelicht.

Expliciet aandacht schenken aan veiligheid brengt wel het risico met zich mee dat andere problemen onderbelicht lijken te worden. De veiligheid van de jeugdige waarborgen hoeft niet als aparte stap uitgevoerd worden, maar is een onderdeel van de algehele inschatting van de situatie in het gezin. In het maken van het diagnostisch beeld gaat de professional na of er sprake is van onveiligheid. Ook gaat hij na of een ander probleem misschien ten grondslag ligt aan bepaalde situaties. Armoede kan bijvoorbeeld leiden tot probleemgedrag of onvoldoende middelen om in de basale behoeften van de jeugdige te voldoen. Uit onderzoek blijkt dat verwaarlozing en armoede vaak met elkaar verward worden, hoewel ze ook vaak samen voorkomen. Het is belangrijk hierin onderscheid te maken, omdat het voor de beslissing over de best passende hulp uitmaakt wat precies het probleem veroorzaakt.

2. Motivatie

Motivatie voor verandering bestaat uit drie essentiële aspecten: de bereidheid om te veranderen, de overtuiging in staat te zijn om te veranderen en de gereedheid om te veranderen. Bij de bereidheid om te veranderen gaat het erom dat een persoon het belang van de verandering inziet (erkenning van het probleem). Daarnaast moet hij er ook van overtuigd zijn dat hij de capaciteiten en hulpbronnen heeft om de verandering te realiseren. Gereedheid om te veranderen houdt in dat het veranderen voor de persoon in kwestie ook prioriteit heeft.

Om aan te sluiten bij de wensen en behoeften van ouders en jeugdigen hebben jeugdprofessionals inzicht nodig in het motivatiestadium waarin zij zich bevinden. Prochaska, DiClemente en Norcross hebben beschreven welke stadia mensen doorlopen om tot een blijvende gedragsverandering te komen:

  • Voorbeschouwing (precontemplatie): de cliënt heeft (nog) geen intentie om te veranderen. Vaak is de (mogelijke) cliënt zich niet bewust van een probleem of ontkent hij dat hij een probleem heeft. In veel gevallen ervaart de omgeving van de cliënt het probleem wel.

  • Overpeinzing (contemplatie): de cliënt is zich bewust van het probleem en overweegt wat het kan opleveren als hij zijn gedrag verandert. De motivatie om iets te gaan doen is aanwezig, maar hij onderneemt nog geen actie.

  • Besluitvorming (voorbereiding): de cliënt neemt het besluit om zijn gedrag te veranderen. Dat kan pas als hij zich bewust is van het probleem, dit ook als probleem erkent en voldoende vertrouwen heeft in zijn mogelijkheden om te veranderen.

  • Actie: de cliënt onderneemt actie om zijn gedrag te veranderen. De eigenlijke behandeling, gericht op verandering, vindt in dit stadium plaats.

  • Onderhoud (consolidatie): de cliënt probeert om het nieuwe gedrag in zijn dagelijks leven te integreren.

  • Terugval: vaak is een cliënt niet in één keer in staat om het bereikte resultaat volledig te handhaven, maar vindt een terugval plaats. Daarna kan de cliënt weer in een van de eerdere stadia terechtkomen.

… Meer

3. Sociaal netwerk

Een betrokken en actief sociaal netwerk kan ouders en jeugdige beschermen wanneer er veel problemen of risicofactoren zijn. Doordat ouders en jeugdige praktische of emotionele steun krijgen, is de kans kleiner dat opvoedingsproblemen escaleren en een jeugdige in zo’n problematische opvoedingssituatie komt dat zijn ontwikkeling ernstig bedreigd raakt. Het sociale netwerk vormt een hulpbron voor het gezin: het kan professionele hulp deels vervangen doordat het een deel van de hulp kan bieden.

Het sociale netwerk van een gezin blijft, waar ondersteuning van professionals op termijn meestal ophoudt. Voor blijvende resultaten op de lange termijn is het dan ook nodig dat gezinnen een beroep kunnen doen op een sociaal netwerk van familie en vrienden. Het sociale netwerk kan helpen de bereikte resultaten vast te houden.

Het sociale netwerk kan drie functies hebben: praktische ondersteuning, psychologische of emotionele ondersteuning en een normatieve functie.

Praktische ondersteuning betekent dat ouders of jeugdige een beroep op mensen in hun omgeving kunnen doen voor praktische zaken, bijvoorbeeld voor oppas, een klus in huis of tijdelijke huishoudelijke hulp na een bevalling. Naarmate ouders en jeugdige over een hechter sociaal netwerk beschikken, is het gemakkelijker om hulp te vragen of anderen steun te bieden.

Een sterk sociaal netwerk biedt ouders en jeugdige ook psychologische of emotionele steun. Mensen uit hun netwerk bieden bijvoorbeeld een luisterend oor en de mogelijkheid om stoom af te blazen, en geven hen waardering. Emotionele ondersteuning versterkt het psychisch welbevinden: wanneer mensen voor hen klaar staan weten ouders dat zij geliefd en gewaardeerd zijn en dat er voor ze gezorgd wordt. Het omgekeerde geldt overigens ook: wanneer ouders en jeugdige lekker in hun vel zitten, zijn zij meer in staat om mensen in hun omgeving te ondersteunen.

De normatieve functie van sociale netwerken heeft te maken met de voorbeeldfunctie die mensen voor elkaar kunnen hebben. Door deel van een groep uit te maken leren ouders en jeugdige de gewoonten en gedragscodes van die groep. Groepsgenoten functioneren als rolmodel voor elkaar en zorgen voor sociale controle.

Het verkennen van de mogelijkheden van het sociale netwerk om ondersteuning te bieden, en het daadwerkelijk mobiliseren van het netwerk, vormt op verschillende momenten in het besluitvormingsproces een aandachtspunt. Bij de betreffende uitgangsvragen wordt dit verder uitgewerkt.

Overigens kan het netwerk ook een negatieve invloed hebben op de situatie in een gezin en een bron van stress vormen. Dit dient de jeugdprofessional bij de analyse van de situatie samen met ouders en jeugdige goed te onderzoeken.

Vaardigheden van de jeugdprofessional
Samen met ouders en jeugdige beslissen
Reageer!