Residentiële jeugdhulp

Vasthouden van resultaten na vertrek uit de residentiële jeugdhulp

Voorbereiding tijdens het verblijf in de instelling

Een goede voorbereiding op het vertrek bestaat uit een aantal onderdelen: het realiseren van een stabiele woonplek voor de jeugdige, samenwerken met het gezin bij het behandelproces en aansluiten bij de behoefte van jeugdigen. Verder is een goede voorbereiding onderdeel van de behandelmethodiek. Bij ongepland vertrek is een goede voorbereiding in het geding.

Stabiliteit van de plek waar de jeugdige na vertrek gaat wonen

Thuisplaatsing
Onderzoek geeft aanwijzingen dat de volgende elementen in de voorbereiding kunnen bijdragen aan een succesvolle terugplaatsing thuis van de jeugdige:

  • onderzoeken wat de houding van de ouders is ten opzichte van terugplaatsing (bijvoorbeeld met de beoordelingsboog van Choy en Schulze);

  • een gedetailleerd hulpplan van het gezin;

  • samenwerken met het gezin en netwerk bij het planningsproces;

  • de benodigde hulpverlening aan het gezin voorafgaand aan de terugplaatsing op gang brengen;

  • ouders een training opvoedingsvaardigheden geven;

  • formele en informele ondersteuning organiseren voorafgaand aan de terugplaatsing;

  • training van pedagogisch medewerkers in het op gelijkwaardige manier samenwerken met ouders en het activeren van ouders.

… Meer

In de Databank Effectieve Jeugdinterventies staan twee interventies die ingezet kunnen worden om ouders te ondersteunen en die specifiek ontwikkeld zijn voor de residentiële jeugdhulp:

  • Vaardigheden Voor Ouders (VVO) (update maart 2017: niet meer in DEJ, erkenning verlopen) is een groepstraining voor ouders van jeugdigen die vanwege gedragsproblemen zijn opgenomen in een residentiële instelling.

  • Beter Met Thuis (update maart 2017: niet meer in DEJ, erkenning verlopen) is een interventie waarbij naast residentiële hulpverlening ook ambulante hulpverlening in de thuissituatie plaatsvindt.

… Meer

Praktijkexperts geven aan dat door een breed aanbod van mogelijkheden om ouders te ondersteunen bij de zorg voor hun kind, de plaatsing thuis bij ouders stapsgewijs en op maat kan worden gerealiseerd. Door ouders bijvoorbeeld tijdens het verblijf van hun kind in de instelling de mogelijkheid te bieden deel te nemen aan activiteiten op de groep of door ouders te laten slapen op de groep, kunnen ouders al vóór vertrek zorgtaken op zich nemen. Ook door te oefenen met opvoedtaken bij (weekend)bezoek van de jeugdige thuis, kunnen ouders geleidelijk de zorg voor de jeugdige weer op zich nemen. De overdracht van de dagelijkse routine van de groep aan ouders geeft ondersteuning en biedt de jeugdige houvast.

School of werk bieden bij thuisplaatsing een structuur en een sociale omgeving die ondersteunend kan zijn. De plaatsing op school moet voor vertrek van de jeugdige uit de instelling geregeld zijn en bij voorkeur al gestart zijn.

Zelfstandig wonen

Voor jeugdigen die zelfstandig gaan wonen gelden de volgende aandachtspunten in de voorbereiding:

  • versterken van de veerkracht en de zelfstandigheid van jeugdigen tijdens het verblijf door zorg te dragen voor positieve schoolervaringen, ondersteunende sociale ervaringen en relaties, en stabiliteit;

  • zorgen voor een transitieperiode gericht op het ontwikkelen van vaardigheden en het beschikbaar stellen van praktische informatie;

  • de jeugdige deel uit laten maken van het planning- en beslissingsproces ten aanzien van het vertrek en het vervolg;

  • praktische informatie beschikbaar stellen;

  • mogelijkheden bieden om te experimenteren met zelfstandig functioneren binnen het residentiële programma;

  • hulp na vertrek voorbereiden door de hulpbehoefte te formuleren, een plan van aanpak op te stellen, de jeugdige te motiveren en de benodigde informele en professionele hulp en ondersteuning te organiseren.

… Meer

Praktijkexperts benadrukken het belang van een geleidelijke overgang naar zelfstandig wonen. Bijvoorbeeld door al tijdens het verblijf te starten met het leren van praktische vaardigheden die nodig zijn in de vervolgsituatie, door de dagbesteding (school of werk) na vertrek te continueren, en tijdens het verblijf in de instelling al een sociaal netwerk te ontwikkelen of te versterken.

Interventies uit de Databank Effectieve Jeugdinterventies die ingezet kunnen worden bij de voorbereiding van jongeren op zelfstandig wonen zijn:

  • De VertrekTraining;

  • Solide basis voor de toekomst (specifiek voor meisjes).

… Meer

Samenwerken met het gezin tijdens het behandelproces

Samenwerking met het gezin van de jeugdige bij het behandelproces tijdens het verblijf in de instelling is een tweede belangrijke factor die bijdraagt aan het behouden van resultaten na vertrek uit de instelling. Regelmatig bezoek van jeugdigen aan hun ouders en deelname van ouders aan voortgangsbesprekingen gedurende de uithuisplaatsing vergroten de kans op succes bij terugplaatsing thuis. Jeugdigen die zelfstandig gaan wonen en terug kunnen vallen op ouders of familieleden hebben eveneens een beter perspectief. Zie Samenwerken met ouders voor de wijze waarop de samenwerking met het gezin tot stand kan komen.

Waar hebben jeugdigen behoefte aan?

Jeugdigen vinden een tijdige voorbereiding voorafgaand aan het vertrek uit de instelling belangrijk. Daarbij moet sprake zijn van een geleidelijke toename van vrijheid en verantwoordelijkheid. Ook informatie over en het regelen van praktische zaken is voor hen belangrijk. Vooral jeugdigen die zelfstandig gaan wonen benadrukken het belang van het geven van voorlichting over praktische zaken en het oefenen met praktische vaardigheden.

Voorbereiding als onderdeel van de behandelmethodiek

De voorbereiding op het vertrek krijgt in de leefgroep een duidelijke plek wanneer deze voorbereiding deel uitmaakt van de (fasering van de) behandelmethodiek, bijvoorbeeld door tijdens het verblijf een vertrekfase op te nemen waarin geoefend wordt met vaardigheden die de jeugdige na vertrek nodig heeft. Door het verblijf in de instelling als voorbereidingsfase aan te duiden en de periode na vertrek als uitvoeringsfase, wordt duidelijk dat met het vertrek het hulptraject nog niet is afgerond. De overgang naar een nieuwe situatie wordt op deze manier onderdeel van de behandeling.

Voorkómen van ongepland vertrek

Bij jeugdigen die ongepland vertrekken blijft de voorbereiding achterwege of is voorbereiding maar beperkt mogelijk. Het perspectief van uitvallers is ongunstig. Een flexibele en op preventie van uitval gerichte houding van medewerkers kan bijdragen aan het voorkómen van voortijdig vertrek. Hulpmiddelen daarbij zijn:

  • een soort gebruiksaanwijzing per jeugdige opstellen, waarin is opgenomen aan welke signalen dreigende uitval bij de betreffende jeugdige herkend kan worden, in combinatie met afspraken over acties die ingezet kunnen worden om voortijdig vertrek te voorkomen;

  • een probleemprofiel per jeugdige opstellen, waarbij op alle relevante domeinen de problematiek in kaart gebracht wordt en waarbij door middel van herhaalde meting te zien is of er verandering optreedt;

  • een drop-outplan opstellen waarbij vooraf afspraken zijn gemaakt zijn over mogelijkheden voor overplaatsing wanneer een dreigende hulpbreuk zich aandient.

… Meer

Praktijkexperts noemen als aanvullende elementen: luisteren naar de jeugdige, verwachtingen uitvragen, jeugdigen een stem geven en hen zelf laten aangeven wat te doen als het misgaat. Ook is het belangrijk regelmatig de motivatie van jeugdigen te checken en technieken in te zetten om de motivatie te vergroten. Daarnaast is het belangrijk om de aanpak samen met het netwerk van de jeugdige op te stellen, zowel met het formele professionele netwerk (school of externe hulpverlening) als met het informele netwerk (ouders, familie en vrienden).

Het is van belang te voorkomen dat jeugdigen pas kort van tevoren horen wat de vertrekdatum is of dat ze te lang in de instelling verblijven. Door te zorgen voor een planmatige aanpak van de behandeling, met een hulpverleningsplan op korte én op lange termijn, en door goede randvoorwaarden te creëren en logistieke belemmeringen weg te nemen, kan invloed worden uitgeoefend op de behandelduur.

Praktijkexperts geven aan dat doorstroom in de praktijk moeilijk tijdig te plannen is. Samenwerking tussen verschillende zorgaanbieders in een traject is nodig om grip te krijgen op de doorstroom en afstemming van de hulp. Ook in de financiering van hulptrajecten moet hier aandacht voor zijn.

Begeleiding en interventies na vertrek uit de instelling
Inleiding
Reageer!