Problematische gehechtheid

Deze richtlijn gaat over kinderen en jongeren die een problematische gehechtheidsrelatie hebben met hun (pleeg/adoptie) ouders. Onveilig gehechte jeugdigen ontlenen geen of onvoldoende emotionele veiligheid aan de relatie met hun ouder(s). Problematische gehechtheidsrelaties kunnen een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van leven van het kind of de jongere, afhankelijk van de ernst van de gehechtheidsproblemen.

Preventie en interventie

Conclusies

Voorwaarde voor interventie is dat de jeugdige een emotioneel beschikbaar persoon heeft om zich aan te hechten. Ook dient het kind of de jongere verzekerd te zijn van een veilige en stabiele plek van waaruit hij positieve interacties met de hechtingsfiguur kan aangaan.

Er zijn vijf erkende preventieve interventies in Nederland beschikbaar die de ontwikkeling van veilige gehechtheid bij jonge kinderen (tot ongeveer 7 jaar) bevorderen door de ouder te ondersteunen als het gaat om sensitief gedrag. Dit zijn de VIPP-SD, Ouder-baby-interventie, PCIT, Basic Trustmethode en K-VHT (gerangschikt naar de mate van effectiviteit in de databank van het Nederlands Jeugdinstituut).

De VIPP-SD interventie is effectief volgens sterke aanwijzingen en voor de effectiviteit van de Ouder-baby-interventie zijn goede aanwijzingen. PCIT (sinds de herbeoordeling, juni 2015, effectief volgens eerste aanwijzingen), de Basic Trustmethode en K-VHT zijn theoretisch goed onderbouwd volgens de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut.

Van de vijf hierboven genoemde preventieve interventies richten er drie zich ook op de aanpak van probleemgedrag bij het jonge kind: PCIT, de VIPP-SD en de Basic Trustmethode. De VIPP-SD en de Basic Trustmethode richten zich op milde gedragsproblemen, terwijl PCIT geschikt is voor zware gedragsproblemen zoals ODD en ADHD.

Van de interventies die zich richten op de behandeling van problematische gehechtheid bij kinderen ouder dan 7 jaar, is 1 interventie erkend als ‘effectief volgens eerste aanwijzingen’: de Integratieve Therapie voor Gehechtheid en Gedrag (ITGG). We beschrijven hiermee  de stand van zaken in 2013.

Niet effectief of zelfs schadelijk zijn de volgende interventies:

  • interventies die gehechtheid willen bewerkstelligen door dwang;

  • interventies die het ‘doorwerken’ van trauma door regressie bevorderen, zoals therapeutisch vasthouden, holding en rebirthing-therapie.

… Meer

Er is geen empirisch bewijs voor de effectiviteit van deze interventies. Bovendien zijn ze in tegenspraak met de gehechtheidstheorie die het belang van sensitief gedrag van de ouders  benadrukt. Genoemde interventies kunnen daarom schadelijk voor kinderen zijn.

Wil je hier op reageren of heb je vragen? Neem dan contact met ons op.

Behandeling van problematische gehechtheid in de praktijk
Aanbevelingen
Reageer!