Problematische gehechtheid

Deze richtlijn gaat over kinderen en jongeren die een problematische gehechtheidsrelatie hebben met hun (pleeg/adoptie) ouders. Onveilig gehechte jeugdigen ontlenen geen of onvoldoende emotionele veiligheid aan de relatie met hun ouder(s). Problematische gehechtheidsrelaties kunnen een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van leven van het kind of de jongere, afhankelijk van de ernst van de gehechtheidsproblemen.

Informatie voor ouders

Inleiding

Opgroeien is niet altijd makkelijk. Kinderen en jongeren kunnen onzeker zijn en zich afvragen wat ze nu eigenlijk aan andere mensen hebben. Dat is heel normaal.

Maar sommige kinderen hebben wel erg weinig zelfvertrouwen en vertrouwen in anderen. Ze vinden het moeilijk zich kwetsbaar op te stellen en kunnen niet geloven dat ze op andere mensen kunnen rekenen. Zulke kinderen worden wel ‘problematisch gehecht’ genoemd.

Ook u maakt zich misschien zorgen over uw kind. Om u en uw kind te helpen, is er een richtlijn ontwikkeld. De Richtlijn Problematische gehechtheid gaat over kinderen en jongeren die (misschien) problematisch gehecht zijn. In de richtlijn staat wat hulpverleners in de jeugdhulp samen met u kunnen doen om het leven van u en uw kind zo makkelijk mogelijk te maken.

In dit document vatten we de richtlijn kort samen. Dat u dit document nu krijgt, wil nog niet zeggen dat uw kind daadwerkelijk problematisch gehecht is. Vrijwel altijd moet dat nog goed uitgezocht worden. Het is wel handig als u van de richtlijn op de hoogte bent. Zo weet u wat u van hulpverleners in de jeugdhulp kunt verwachten. Ook kunt u deze informatie gebruiken als hulpmiddel bij het overleg met een hulpverlener.

Wat is problematische gehechtheid?

Kinderen en jongeren die problematisch gehecht zijn vinden het vaak moeilijk hun gevoelens te uiten. Ze zijn onzeker en vertrouwen anderen niet.  Vanuit die onzekerheid hebben ze soms de neiging alles onder controle te willen houden. Of ze lijken constant in verzet, ze reageren prikkelbaar en drammen hun zin door. Maar er zijn ook problematisch gehechte kinderen die zich te veel aanpassen aan hun omgeving. Zij gedragen zich alsof ze tevreden zijn, en laten niet merken dat ze zich intussen bang en onzeker voelen. En dan zijn er ook nog kinderen die al op jonge leeftijd ‘allemansvriendjes’ zijn. Het maakt hen helemaal niets uit wie er voor hen zorgt.

Hoe het komt dat uw kind misschien ook problematisch gehecht is, is niet te zeggen. Het kan aan heel veel dingen liggen, en meestal spelen meerdere dingen tegelijkertijd een rol. Kinderen die op jonge leeftijd veel nare dingen hebben meegemaakt, lopen bijvoorbeeld een grotere kans om zich problematisch te hechten. Het heeft dus geen zin om uzelf verwijten te maken. U kunt als ouder of verzorger uw kind wel helpen om zich veiliger te voelen. Hulpverleners in de jeugdhulp kunnen u daarbij ondersteunen.

Wat doet uw hulpverlener?

Vermoedt uw hulpverlener dat uw kind problematisch gehecht is, dan volgt hij of zij een stappenplan. Zo weet hij zeker dat hij niets vergeet. In het stappenplan staat namelijk precies wat hulpverleners kunnen doen om uit te zoeken of een kind problematisch is gehecht. Uw hulpverlener kijkt bijvoorbeeld hoe het contact tussen u en uw kind verloopt. Voelt uw kind zich bij u op zijn gemak? Laat uw kind zich troosten of helpen? Luistert hij naar u? Heeft u samen plezier?

 

In de volgende situaties let uw hulpverlener extra op:

  • als uw kind is geadopteerd of opgroeit in pleeggezin;

  • als uw kind een ontwikkelingsstoornis, gedragsproblemen, een autistische stoornis of een verstandelijke beperking heeft;

  • als uw kind opgroeit in een gezin waarin sprake is (geweest) van mishandeling, verwaarlozing of huiselijk geweld;

  • als de relatie met uw kind onder druk staat (bijvoorbeeld doordat uw kind op jonge leeftijd langere tijd in een ziekenhuis heeft gelegen);

  • als u of uw partner (of u allebei) psychiatrische problemen heeft/hebben (gehad). Spelen er psychiatrische problemen bij een van u beiden, dan zet uw hulpverlener ook hiervoor hulp in gang.

… Meer

Wat voor hulp is er?

Is eenmaal vastgesteld dat uw kind inderdaad problematisch is gehecht, dan kijkt uw hulpverlener bij wat voor hulp uw kind het meeste baat heeft. Zo zijn er speciale behandelingen voor jonge kinderen. Kinderen en jongeren bij wie de gehechtheidsproblemen nogal fors zijn en die ook gedragsproblemen laten zien, hebben een intensievere behandeling nodig. De richtlijn geeft aan welke mogelijkheden er zijn. Een kind dat wegens hechtingsproblemen in de jeugdhulp terechtkomt, moet altijd over een langere  periode gevolgd worden. Uw hulpverlener ziet erop toe dat dit ook gebeurt.

Wil een kind zich alsnog veilig leren hechten, dan moet het aantal hulpverleners dat bij de zorg voor het kind is betrokken zo klein mogelijk zijn. Uw hulpverlener ziet erop toe dat uw kind met zo min mogelijk hulpverleners in aanraking komt.

Wat kunt u doen?

Als uw kind problematisch is gehecht, is het van belang dat u probeert de relatie tussen u en uw kind te verbeteren. Kinderen en jongeren met problematische gehechtheid hebben namelijk een ouder nodig die op een invoelende en voorspelbare manier reageert. Dat is misschien niet makkelijk, zeker niet als het contact tussen u en uw kind al heel lang moeizaam verloopt. Een jeugdhulpmedewerker kan u hierbij ondersteunen.  Er zijn speciale programma’s waarmee uw hulpverlener u kan helpen beter met uw kind om te gaan. Deze programma’s worden in de richtlijn genoemd. Uw hulpverlener weet hoe hij zulke programma’s toepast.

Tips voor ouders

Als ouder bent u verantwoordelijk voor de opvoeding en ontwikkeling van uw kind. Wanneer u het gezag over uw kind heeft, is het uw recht (en ook uw plicht) om uw minderjarige kind te verzorgen en op te voeden. Uw kind blijft altijd uw kind, ook als uw kind (tijdelijk) niet bij u woont, u het gezag niet heeft of u (tijdelijk) het gezag niet volledig mag uitoefenen omdat er een ondertoezichtstelling is. Blijf dus altijd betrokken en houd zelf zo veel mogelijk de regie. Uw hulpverlener onderzoekt met u wat uw mogelijkheden zijn: wat wilt en kunt u doen om uw zoon of dochter verder te helpen? Sta open voor adviezen en probeer daar iets mee te doen. Laat ook uw mening blijken. Geef het bijvoorbeeld op tijd aan als een advies niet bij u of uw kind past, en kijk samen met uw hulpverlener wat u daaraan kunt doen.

Reageer!