Pleegzorg

De ontwikkeling van het pleegkind volgen en stimuleren

De ontwikkeling van het pleegkind volgen en problemen tijdig signaleren

Om pleegouders te kunnen ondersteunen bij de opvoeding van hun pleegkind is het van belang na te gaan op welke ontwikkelingsgebieden het goed gaat en op welke ontwikkelingsgebieden het pleegkind problemen heeft en van welke aard deze zijn. Een primaire taak van de pleegzorgbegeleider is om op basis van kennis over normale en afwijkende ontwikkeling de ontwikkeling van het pleegkind te volgen. Hierbij moet in ieder geval aandacht zijn voor de lichamelijke ontwikkeling, de sociaal-emotionele ontwikkeling en het functioneren op school.

Om de ontwikkeling van het pleegkind te taxeren, schat je in in hoeverre het de ontwikkelingstaken vervult die passend zijn bij zijn leeftijd. Vaak is er aan een pleegzorgplaatsing al hulpverlening voorafgegaan. Hierdoor is er vaak ook al informatie over de ontwikkeling van het pleegkind verzameld. De pleegzorgbegeleider kan zo veel mogelijk gebruik maken van de informatie die er al is, en daarnaast aanvullende informatie verzamelen om de ontwikkeling van het pleegkind in zijn geheel in beeld te brengen. Dat kan hij doen door middel van gesprekken, observaties en spel. Een handig hulpmiddel hierbij zijn competentielijsten. Als je wilt weten of de ontwikkeling van een pleegkind vertraagd is, kun je niet volstaan met het ‘afvinken’ van vaardigheden op ontwikkelingstaken; het is ook goed om daarover het gesprek aan te gaan met het pleegkind en de (pleeg)ouders. Competentielijsten zijn vooral bedoeld om het blikveld van de (pleeg)ouders of de pleegzorgbegeleider te verbreden. Bovendien geven de ontwikkelingstaken aan in welke domeinen de mogelijkheid tot positieve verandering bestaat. Aansluiten op die ontwikkelingstaken werkt daardoor motiverend en vergroot de kans dat het pleegkind beter gaat functioneren en de condities in de omgeving gunstiger worden.

Onderstaande overzichten bevatten ontwikkelingstaken van jeugdigen in verschillende leeftijdsfasen. De taken zijn cumulatief. De leeftijd waarop jeugdigen met een (lichte) verstandelijke beperking toe zijn aan een bepaalde ontwikkelingstaak zal afwijken van de in de tabel aangegeven kalenderleeftijd. Zowel het cognitieve als sociaal-emotionele functioneringsniveau is hierbij richtinggevend.

Ontwikkelingstaken 0 tot 1 jaar

  • Gehechtheid:
    het zoeken van nabijheid bij een ouder of opvoeder, het ervaren van continuïteit, het gebruiken van ouders en opvoeders als veilige basis.

  • Uitvoering van lichamelijke functies:
    zien, horen, eten, drinken, objecten vastpakken, zitten, kruipen, lopen en klauteren.

  • Ouder(s) en familie:
    onderscheid maken tussen ouder en een vreemde,zonder paniek alleen kunnen zijn.

  • Spelen:
    doelgericht spelen met voorwerpen, spelen naast andere kinderen.

  • Verkenning van de omgeving:
    voorwerpen verkennen en gebruiken, de vloer/grond en ruimtes verkennen.

… Meer

Ontwikkelingstaken 2 - 5 jaar

  • Ouder(s) en familie:
    gezinsnormen eigen maken, je houden aan regels.

  • Omgang met leeftijdgenoten:
    samen spelen, initiatief nemen, voor jezelf opkomen, iets delen.

  • Taal:
    gesproken taal begrijpen, zinnen maken, een boodschap overbrengen, iets vertellen.

  • Taakgerichtheid:
    langere tijd met een taakje bezig zijn.

  • Zelfverzorging:
    met bestek eten, zichzelf wassen, zichzelf aan- en uitkleden.

  • Zelfstandigheid:
    dingen zelf doen, zindelijkheid, weten dat je een individu bent met eigen wensen en voorkeuren, verschuiving van externe regulatie (door opvoeders) naar zelfcontrole.

  • Sekse-rol:
    identificatie met de rol als jongen en meisje.

… Meer

Ontwikkelingstaken 6 - 11 jaar

  • Vergroten zelfstandigheid t.o.v. ouders/opvoeders:
    privacy, een eigen mening en verantwoordelijkheid.

  • Herkennen en bijsturen van emoties:
    herkennen en benoemen van eigen gevoelens, risicovolle impulsen opmerken, beheersen of bijsturen.

  • Deelname aan basisonderwijs:
    luisteren, in groepsverband functioneren; concentreren op taken, schoolse vaardigheden (lezen, schrijven, rekenen) eigen maken.

  • Nemen van deelverantwoordelijkheden thuis:
    uitvoeren van kleine taakjes, zorgen voor huisdieren.

  • Relaties met leeftijdsgenoten:
    aanknopen en onderhouden van wederkerige vriendschappen, geven en nemen in spel, eenvoudige conflicten oplossen, laten merken dat je de ander aardig vindt.

  • Gebruik van basale infrastructuren:
    vervoer, geld, vrije tijd, digitale apparaten en de digitale wereld (internet en sociale media) gebruiken

  • Zich verplaatsen in anderen:
    je inleven in situaties die je niet zelf meemaakt, de bedoelingen en belangen kunnen inschatten van andere kinderen en van volwassenen, rekening houden met wensen/belangen van anderen.

  • Veiligheid en gezondheid:
    omgaan met fysieke gevaren (verkeer, vuur/hitte, water, elektriciteit).

… Meer

Ontwikkelingstaken 12 - 17 jaar

  • Positie ten opzichte van de ouders:
    minder afhankelijk worden van de ouders en het bepalen van een eigen plaats binnen de veranderende relaties in het gezin en de familie.

  • Onderwijs of werk:
    kennis en vaardigheden opdoen om later een beroep uit te kunnen oefenen en een keuze maken ten aanzien van werk.

  • Vrije tijd:
    ondernemen van activiteiten in de vrije tijd en het zinvol doorbrengen van de tijd zonder verplichtingen.

  • Eigen woonsituatie:
    zorgdragen voor je eigen kamer en spullen, omgaan met je huisgenoten.

  • Autoriteit en instanties:
    accepteren dat er instanties en personen boven je gesteld zijn, binnen geldende regels en codes opkomen voor eigen belang.

  • Gezondheid en uiterlijk:
    zorgen voor goede voeding en een goede lichamelijke conditie, een uiterlijk waar je je prettig bij voelt en het inschatten en vermijden van risico’s.

  • Sociale contacten en vriendschappen:
    contacten leggen en onderhouden, oog hebben voor wat contacten met anderen kunnen opleveren, je openstellen voor vriendschap, vertrouwen geven en nemen, wederzijdse acceptatie.

  • Sociale media en internet:
    smartphone en computer gebruiken, informatie vinden en delen, informatie en berichten wegen, onderscheid tussen de virtuele en de reële werkelijkheid maken, gevaren onderkennen.

  • Intimiteit en seksualiteit:
    seksualiteit integreren in je persoonlijkheid, ontdekken wat mogelijkheden, wensen en grenzen zijn in intieme en seksuele relaties bij jezelf en bij anderen.

  • Bij cultuurverschillen:
    normen van verschillende culturen kennen, inschatten welke vaardigheden in welke culturele context passend zijn.

… Meer

Ontwikkelingstaken 18 - 23 jaar

  • Eigen woonsituatie:
    zoeken van en zorgdragen voor een plek waar je goed kunt wonen, zorgdragen voor voldoende financiële middelen.

  • Positie ten opzichte van gezin van herkomst en familie van eventuele
    partner:
    vanuit zelfstandigheid contact met ouders en andere familieleden opnieuw vorm geven.

  • Onderwijs of werk:
    een opleiding afronden met een diploma/arbeidskwalificatie, een baan vinden, omgaan met collega’s en je meerdere.

  • Vrije tijd:
    ondernemen van activiteiten in de vrije tijd en het zinvol en prettig doorbrengen van de tijd waarin er geen verplichtingen zijn.

  • Zelfredzaamheid:
    de weg weten en voor jezelf opkomen ten aanzien van allerlei instanties en regels waarmee je als meerderjarige mee te maken krijgt.

  • Gezondheid en uiterlijk:
    zelfstandig zorgdragen voor een goede lichamelijke conditie, goede voeding en het inschatten en vermijden van risico’s.

  • Sociale contacten en vriendschappen:
    contacten opbouwen en onderhouden, duurzame vriendschappen aangaan.

  • Intimiteit en seksualiteit:
    aangaan van en ervaring opdoen met (duurzame) relaties.

… Meer

Naast de ontwikkelingstaken voor alle jeugdigen, hebben pleegkinderen ook een aantal specifieke ontwikkelingstaken. In de methodiek ‘Terug naar huis’ zijn specifieke ontwikkelingstaken voor pleegkinderen geformuleerd. Deze zijn weergegeven in onderstaande tabel (Vinke & Van de Mortel, 2004). Ook in de Ontwikkelmeter Jeugd zijn extra ontwikkelingstaken voor pleegkinderen geformuleerd. De taken zijn ingedeeld in vijf domeinen: gehechtheid, loyaliteit, verlies en rouw, oudercontact, afkomst en identiteit, afkomst en familiecultuur.

Ontwikkelingstaken voor pleegkinderen

  • 0-1 jaar

    • omgaan met het separatietrauma
    • omgaan met de cultuurschok
  • 2-3 jaar

    • ver­trou­wen ontwikkelen jegens de pleegouders
    • contact met de ouders hebben
  • 4-5 jaar

    • omgaan met het ver­schil tussen jezelf en je ou­ders
  • 6-11 jaar

    • omgaan met gevoelens van verlaten versus gewenst zijn
    • fantasieën hebben over terugplaatsing, toekomst
  • 12-14 jaar

    • interesse tonen in je eigen ‘roots’
    • omgaan met dubbele loya­liteiten / dubbel ou­der­paar
    • fantasieën hebben over terugplaatsing, toekomst
  • 15-18 jaar

    • de triadi­sche familie accepteren: plaatsmaken voor pleegouders en voor de eigen ouders
  • Van toepassing door alle fasen heen gedurende gehele plaatsingsperiode

    • omgaan met dubbele loyaliteiten
    • omgaan met bestaansonzekerheid
    • gehechtheid en ingroei in pleeggezin vormen
    • vertrouwen ontwikkelen jegens de pleegouders
    • de relatie met je eigen ouders en familie behouden
  • Bijzonderheden

    Als vóór plaatsing in het pleeggezin sprake is geweest van mishandeling, verwaarlozing of misbruik, heeft het pleegkind de taak deze (traumatische) ervaringen te verwerken.

… Meer

De ontwikkeling van het pleegkind moet op verschillende momenten in kaart worden gebracht. Allereerst aan het begin van de pleegzorgplaatsing (na een maand); vervolgens ieder half jaar bij pleegkinderen van nul tot drie jaar, en ieder jaar bij pleegkinderen ouder dan drie jaar. Daarnaast kan het nodig zijn om de ontwikkeling van het pleegkind tussendoor in kaart te brengen, als bijvoorbeeld de ouders, pleegouders, docenten, (gezins)voogd of pleegzorgbegeleider zich over deze ontwikkeling zorgen maken.

Zijn er specifieke vragen over de ontwikkeling van het pleegkind, dan kan het nodig zijn om – in overleg met de daartoe gekwalificeerde gedragswetenschapper – specifiekere instrumenten in te zetten. Denk bijvoorbeeld aan vragenlijsten. Er zijn verschillende soorten vragenlijsten: vragenlijsten met normgroepen om na te gaan of de jeugdige zich binnen de ‘normale’ range ontwikkelt, screeningslijsten bij vermoedens van problemen, en vragenlijsten om specifieker vast te stellen of er problemen zijn. Voorbeelden van dergelijke vragenlijsten worden besproken in de Onderbouwing bij de Richtlijn Pleegzorg voor jeugdhulp en jeugdbescherming.

Er is in Nederland geen onderzoek gedaan waaruit blijkt hoe de ontwikkeling van pleegkinderen het best kan worden gevolgd. Het lijkt in ieder geval van belang om een praktische methode te kiezen die kan worden uitgevoerd tijdens de begeleiding van (pleeg)ouders en pleegkind. Een belangrijke randvoorwaarde is dat de pleegzorgbegeleider voldoende tijd beschikbaar heeft om de ontwikkeling van het pleegkind te kunnen volgen.

Als de ontwikkelingstaken van het pleegkind in beeld zijn gebracht, is het volgens praktijkexperts belangrijk om deze te vertalen in opvoedingstaken van pleegouders. Tot deze opvoedingstaken behoren sowieso:

  • een veilige en stimulerende omgeving. Een veilige omgeving laat jeugdigen ongestoord ontdekken, terwijl opvoeders weinig hoeven te verbieden. In een stimulerende omgeving vervelen jeugdigen zich niet zo snel en is er weinig kans op negatief aandacht vragen en vervelend gedrag;

  • positieve ondersteuning. Met complimenten en aanmoediging motiveren opvoeders jeugdigen om nieuwe dingen te leren, waarmee ze hun zelfredzaamheid stimuleren. Bij moeilijkheden bieden ze ondersteuning;

  • aansprekende discipline. Jeugdigen ontwikkelen zich het best in een duidelijke en voorspelbare omgeving, waarbij opvoeders duidelijke regels stellen, op een heldere manier instructies geven en snel reageren wanneer de jeugdige ongewenst gedrag vertoont;

  • realistische verwachtingen. Iedere jeugdige is uniek en ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Wanneer opvoeders te veel van de jeugdige verwachten of willen dat hij meteen alles goed doet, kunnen er problemen ontstaan. Iedere jeugdige maakt fouten en meestal niet met opzet;

  • goed voor jezelf zorgen. Geen enkele opvoeder is perfect en opvoeden is iets dat iedereen met vallen en opstaan leert. Wanneer opvoeders goed voor zichzelf zorgen en genoeg rust en ontspanning krijgen, kunnen ze gemakkelijker geduldig, consequent en beschikbaar voor de jeugdigen zijn.

… Meer

Aandacht voor trauma

Pleegkinderen hebben in hun gezin van herkomst vaak te maken gehad met onveilige situaties, en soms misbruik of mishandeling. Ook het uithuisplaatsen zelf is voor kinderen vaak traumatisch. De kans dat een pleegkind een trauma heeft of ontwikkelt is dan ook groot. Hier moet de pleegzorgbegeleider alert op zijn en pleegouders hier bij begeleiden. Herkennen van trauma is gecompliceerd, symptomen staan nooit op zichzelf. De pleegzorgbegeleider zorgt dat hij voldoende kennis neemt van de problematiek en weet welke specialistische hulpverlener binnen de organisatie of de GGZ kan worden betrokken. Pleegzorgbegeleiders en pleegouders moeten ook goed geïnformeerd worden over de achtergrond van het kind en de reden voor uithuisplaatsing.

Pleegouders begeleiden bij het stimuleren van de ontwikkeling van het pleegkind
Beschermende factoren en risicofactoren
Reageer!