Pleegzorg

De Richtlijn Pleegzorg gaat over kinderen en jongeren die in een ander gezin worden opgevangen als het thuis niet gaat. De ouders zijn bijvoorbeeld niet in staat hun kind op te voeden, ze zijn verslaafd of verwaarlozen hun zoon of dochter. Het kan ook zijn dat één of beide ouders zijn overleden, of dat een kind door een scheiding in de knel is gekomen. Of een kind heeft zulke ernstige psychische problemen dat het beter af is met gespecialiseerde (therapeutische) pleegzorg dan dat het thuis blijft wonen.

Naar Hoofdstukken

Zoeken

Uit de praktijk

‘Je krijgt pas een helder beeld als je de dialoog aangaat met de cliënten.’

Ellen Hazebroek deelnemer van de cliëntentafel

Lees het verhaal van Ellen

Uit de praktijk

‘Heldere en ondubbelzinnige aanbevelingen zijn nodig, als we echt willen dat richtlijnen gebruikt gaan worden. ’

Nienke Foolen en Jolanda Spoelstra adviseurs Nederlands Jeugdinstituut

Lees het verhaal van Nienke en Jolanda

?>

Aanbevelingen

  • Breng als pleegzorgbegeleider de ontwikkeling van het pleegkind minimaal eens per jaar in kaart (bij kinderen tot en met drie jaar eens per halfjaar) en kijk niet alleen naar problemen maar ook naar adequaat functioneren op verschillende ontwikkelingstaken. Bespreek de ontwikkeling van het pleegkind in de pleegzorgbegeleiding en in het zorgteam. Zet effectieve interventies in als pleegkinderen specifieke problemen hebben waarvoor hulp nodig is.

  • Maak als zorgteam binnen een maand na de uithuisplaatsing een plan van aanpak. Zet daarin de doelen, de randvoorwaarden voor terugplaatsing naar huis en de afspraken die zijn gemaakt over de begeleiding van de ouders en hun kind om de doelen te bereiken. Zet in het plan ook op welke termijn het opvoedingsbesluit zal worden genomen. Stel deze termijn op een halfjaar tot maximaal één jaar, en kijk welke termijn voor deze specifieke jeugdige aanvaardbaar is. Zorg voor een gedeelde planning en maak vanaf dag één tempo om deze termijn te halen! Neem het besluit over het opvoedingsperspectief voor het pleegkind op systematische wijze: doorloop met behulp van een instrument of model een aantal stappen en/of criteria (bijvoorbeeld de Beoordelingsboog, de Deltamethode of het Pedagogisch beslissingsmodel).

  • Beperk overplaatsingen tot een minimum. Wees alert op risico’s die kunnen bijdragen aan een breakdown, zoals: toename van het probleemgedrag van het pleegkind, afname van adequaat opvoedgedrag van pleegouders en een verstoorde relatie tussen ouders en pleegouders. Zet tijdig aanvullende begeleiding in om het opvoedgedrag van pleegouders te versterken, het probleemgedrag van het pleegkind te verminderen en de samenwerking tussen ouders en pleegouders te verbeteren.

  • Wees in de voorbereiding en begeleiding van pleegouders alert op veiligheid van het pleegkind en risicofactoren voor kindermishandeling, zoals stress bij pleegouders. Wees ook alert op seksueel misbruik. Let in het bijzonder op bij meisjes, bij pleegkinderen met een licht verstandelijke beperking en bij pleegkinderen met een voorgeschiedenis van seksueel misbruik. Bespreek zorgen over veiligheid met ouders en pleegkind, pleegouders en het multidisciplinaire team en stel een veiligheidsplan op.

  • Stel als pleegzorgbegeleider een zorgteam samen waar in principe ouders en pleegkind (vanaf twaalf jaar), pleegouders, belangrijke personen uit het netwerk en professionals rondom het gezin (zoals behandelaar of leerkracht) in participeren. Maak in het zorgteam duidelijke afspraken over de rollen, taken en grenzen van alle betrokkenen en bespreek regelmatig de samenwerking tussen ouders en pleegouders en tussen de pleegzorgbegeleider en de (gezins)voogd. Ouders zijn en blijven de ouders van hun kind. Respecteer hun positie en werk met hen samen. Vergroot de stabiliteit van de plaatsing door ernaar toe te werken dat de ouders langzamerhand de plaatsing kunnen verdragen en accepteren. Creëer helderheid over het perspectief, streef naar gedeelde besluitvorming, help de ouders bij het opstellen van doelen, wees duidelijk over de termijnen en voorwaarden voor terugplaatsing en bied ondersteuning bij de invulling van de ouderrol.

Breakdown

Wat zijn de signalen en hoe voorkom je breakdown?

Lees verder

Samenwerking

Hoe werk je samen met ouders, pleegouders en het netwerk?

Lees verder

Reageer!