Middelengebruik

De Richtlijn Middelengebruik gaat over kinderen en jongeren met risicovol middelengebruik binnen de jeugdhulp en jeugdbescherming. Middelengebruik is onderdeel van onze maatschappij. Alcohol en nicotine worden door volwassenen volop gebruikt. En ook cannabis is in Nederland voor volwassenen verkrijgbaar. Jongeren experimenteren met middelengebruik in hun groei naar volwassenheid. Enerzijds lijkt dit een geaccepteerd gegeven, anderzijds wordt steeds duidelijker dat middelengebruik op jonge leeftijd consequenties heeft voor risico’s op misbruik en afhankelijkheid van middelen, voor ontwikkeling van andere psychiatrische en persoonlijkheidsstoornissen en voor allerlei problemen op sociaal-maatschappelijk gebied. Het belang van heldere aanwijzingen voor jeugdprofessionals voor signalering van risicovol middelengebruik en voor begeleiding en behandeling van jongeren met risicovol middelengebruik is dan ook groot.

Naar Hoofdstukken

Zoeken

Uit de praktijk

‘De cliëntentafel is van grote waarde bij de richtlijnontwikkeling in de jeugdhulp.’

René, Jolanda en Geurt Projectleiders van diverse richtlijnen

Lees het verhaal van René, Jolanda en Geurt

Uit de praktijk

‘Net zo min als dat de doorsnee Nederlander bestaat, bestaat het doorsnee werkproces’

Emmy Berben Senior Beleidsadviseur onderzoek en (inhoudelijke) ontwikkeling bij Jeugdbescherming west

Lees het verhaal van Emmy Berben

?>

Aanbevelingen van deze richtlijn

  • Stel vanaf het allereerste contact en gedurende de gehele behandeling, inclusief nazorg, bij iedere jeugdige middelengebruik structureel aan de orde. Besteed extra aandacht aan jeugdigen die in aanraking komen of zijn geweest met institutionele zorg. Het middelengebruik in deze settings kan leiden tot middelenmisbruik bij deze jeugdigen.

  • Screen op middelengebruik met behulp van de SMA en de CRAFFT, en gebruik voor jeugdigen met een lichte verstandelijke beperking (LVB) de SumID-Q. Screen tijdens het diagnostische proces, aan het begin van de behandeling, bij evaluatiemomenten, en bij signalen van mogelijk middelengebruik. Met andere woorden: gebruik de genoemde instrumenten structureel in de behandeling en begeleiding van jeugdigen in de jeugdhulp en jeugdbescherming (zie ook de werkkaarten 1 en 2).

  • Bij een positieve score op de SMA en/of de CRAFFT, of bij een positieve score op de SumID-Q: inventariseer en analyseer de vaardigheden, omstandigheden/omgeving en motivatie rondom het middelengebruik. Gebruik hiertoe de Vragenlijst Analyse Middelengebruik. De antwoorden bieden verschillende aangrijpingspunten voor interventies.

  • Laat een verslavingsdeskundige de verslavingsdiagnostiek uitvoeren aan de hand van de DSM-5, voor elk middel afzonderlijk.

  • Laat een verslavingsdeskundige de verslavingsdiagnostiek verrichten aan de hand van de DSM-5, waarbij de vaardigheden van de cliënt, systeemaspecten en dergelijke worden meegewogen voor het stellen van een uiteindelijke verslavingsdiagnose.

  • Laat een LVB-deskundige de LVB-diagnostiek verrichten. Wees je bewust van de beperkingen in je communicatie en tempo en zet aangepaste interventies in.

  • Zorg dat je de technieken van motiverende gespreksvoering beheerst en toepast.

  • Draag er zorg voor dat behandelinterventies, naast motiverende gespreksvoering, één of meer van de volgende elementen bevatten:

    • cognitieve gedragstherapie;
    • contingency management;
    • systeembehandeling.

  • Rook niet in de nabijheid van jeugdigen en/of hun ouders. Wees je, los van de schade die ook passief roken met zich meebrengt, bewust van de boodschap die je afgeeft wanneer je dit wel doet, zeker in het licht van de risico’s die middelen gebruikende jeugdigen in de jeugdhulp en jeugdbescherming lopen. Bedenk alternatieven voor de rookpauze als dat doorgaans het moment is om informele gesprekken te voeren. Ga bijvoorbeeld een wandeling maken of ga samen sporten.

  • Wees je bewust van je eigen visie op middelengebruik en van je eigen manier van omgaan met verslavende middelen. Praat hierover binnen je eigen team.

  • Realiseer je in je contacten met jeugdigen (en in multidisciplinair overleg over jeugdigen) het volgende: gedogen of negeren van middelengebruik is geen optie, het weigeren van verdere begeleiding of behandeling vanwege middelengebruik evenmin.

  • Verwijs door naar de verslavingszorg wanneer er sprake is van:

    • ernstige onthoudingsverschijnselen bij stoppen of minderen van gebruik, en/of
    • ernstig, herhaaldelijk agressief gedrag samenhangend met middelengebruik, en/of
    • ernstige symptomen van psychopathologie in combinatie met een stoornis in het gebruik van middelen, zoals psychotische symptomen, en/of
    • een belemmering van de reguliere begeleiding of behandeling in de jeugdhulp en jeugdbescherming ten gevolge van middelengebruik en daaraan verbonden problemen als geheugenproblemen.

Kwetsbare groep

Bij jeugdigen in de jeugdhulp en jeugdbescherming zijn de risicofactoren voor problematisch middelengebruik in ruime mate aanwezig, waarbij risicofactoren en middelengebruik elkaar onderling versterken.

Lees meer

Aan de slag

De Richtlijn Middelengebruik invoeren in je eigen organisatie? Gebruik de tools die hiervoor beschikbaar zijn.

Tools

Reageer!