ADHD

Signalering, screening en diagnostiek

Signalering

Signaleren is het proces waarbij ouders/verzorgers en leerkrachten, al dan niet in samenspraak met de huisarts, kinderarts, jeugdarts / jeugdverpleegkundige of een jeugdprofessional, bepaalde problemen in de ontwikkeling of het functioneren opmerken of bepaalde kenmerken in het gedrag van de jeugdige als opvallend beoordelen en het vermoeden hebben dat deze kenmerken de normale cognitieve, sociaal-emotionele en/of schoolse ontwikkeling belemmeren.

Een goede samenwerking tussen ouders, leerkrachten en betrokken professionals is van belang om psychosociale problemen bij jeugdigen vroegtijdig te signaleren. Instrumenten kunnen bijdragen aan het sneller signaleren van verschillende psychosociale problemen bij jeugdigen en, meer specifiek, van mogelijke symptomen van ADHD.

De Jeugdgezondheidszorg (JGZ)-richtlijn ADHD (Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, 2015) geeft hierover meer informatie(www.ncj.nl/richtlijnen/alle-richtlijnen).

Signaleringsinstrumenten hebben een brede focus op psychosociale en ontwikkelings- en gedragsproblemen. Het doel hiervan is de ontwikkeling van het kind en de jongere te monitoren en mogelijke ontwikkelings- en gedragsproblemen op te sporen.

Te zetten stappen
Eerste stap: bespreek met de ouders van de jeugdige als opvalt dat deze meer dan gemiddeld druk of impulsief gedrag vertoont en/of meer dan gemiddeld concentratieproblemen heeft en daarvan duidelijke problemen ondervindt. Bij oudere jeugdigen, zeker bij pubers, is het daarnaast van belang om met de jeugdige zelf te spreken. Wanneer ouders of jeugdigen zélf signaleren dat er problemen zijn die aan ADHD doen denken en dit bespreken, is het essentieel om de ouders en/of jeugdige serieus te nemen.

Verhelder in het gesprek:

  • de mate waarin de geobserveerde concentratieproblemen, hyperactiviteit en/of impulsiviteit passen of juist niet passen bij het ontwikkelingsstadium van de jeugdige. Hierbij dient men zich te realiseren dat vooral op jonge leeftijd specifieke ADHD-symptomen moeilijk te onderscheiden zijn van normale ontwikkelingsverschijnselen. Moeite met de aandachtsregulatie, afleidbaarheid, hyperactiviteit en impulsiviteit zijn op bepaalde momenten, bijvoorbeeld in de peuter- en kleuterleeftijd, volstrekt normale observaties;

  • de mate waarin de geobserveerde problemen in het sociaal-emotionele en/of schoolse functioneren van de jeugdige belemmeren (denk bijvoorbeeld aan problemen met vriendschappen, achterblijvende schoolresultaten, weinig zelfvertrouwen, problemen in de relatie tussen ouders en kind).

… Meer

Laat een ter zake kundige arts beoordelen of lichamelijk onderzoek moet worden gedaan om somatische aandoeningen uit te sluiten, zoals visus- of gehoorproblemen. Voor meer informatie over het lichamelijk onderzoek en wie dit kan uitvoeren, wordt verwezen naar de JGZ-richtlijn ADHD.

Tweede stap: verkrijg informatie van leerkrachten of andere informanten over het gedrag van de jeugdige. Jeugdigen kunnen thuis en op school, kinderdagverblijf of peuterspeelzaal verschillend gedrag vertonen, omdat de setting verschillende eisen aan de zelfregulatie van de jeugdigen stelt. Van belang hierbij is dat ouders (en oudere jeugdigen) expliciet toestemming geven om informatie over het functioneren van de jeugdige te vragen aan andere informanten. Bij voorkeur zijn ouders (en eventueel de jeugdige) aanwezig bij eventuele gesprekken of overleggen en moeten zij schriftelijke informatie kunnen inzien.

Om bij jeugdigen ADHD-symptomen vroeg te kunnen identificeren hebben ouders en professionals gedegen kennis nodig over de algemene ontwikkelingsfasen die een jeugdige doorloopt, met de daarbij behorende gedragskenmerken per ontwikkelingsfase, en over de kenmerken van ADHD. Bij jeugdigen op jonge leeftijd zijn specifieke ADHD-symptomen moeilijk te onderscheiden van normale gedragspatronen. Moeite met de aandachtregulatie, afleidbaarheid, hyperactiviteit en impulsiviteit zijn in de peuter- en kleuterleeftijd volstrekt normale verschijnselen. Zijn er kenmerken die ADHD doen vermoeden, maar zijn deze nog geen belemmering voor de jeugdige thuis en op school, dan is het aan te raden om de jeugdige nauwer te volgen, zonder meteen door te verwijzen voor diagnostiek.

Juist de jeugdigen die in de basisschool periode niet opvallen maar wel ADHD-gedragskenmerken laten zien, kunnen in de problemen komen op het voortgezet onderwijs. Te denken valt hierbij aan jeugdigen met vooral aandachts- en concentratieproblemen.

Screenen
Uitgangsvragen
Reageer!