Richtlijn Signaleren traumagerelateerde problemen

Toeleiden naar passende (trauma)zorg

Onderbouwing

Dit hoofdstuk van de richtlijn beschrijft wanneer jeugdprofessionals gespecialiseerde zorg moeten inschakelen, afhankelijk van de aard en duur, de intensiteit en de complexiteit van de traumagerelateerde klachten van de jeugdige en het systeem. Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de keuzes die zijn gemaakt in de ontwikkelwerkgroep met betrekking tot criteria voor doorverwijzing en het proces daarvan.

Over het advies om jonge leeftijd van een kind als criterium voor snel toeleiden naar traumazorg op te nemen, was de ontwikkelwerkgroep het eens.  Het is bekend dat de eerste 1001 dagen van het leven van het kind een kritieke periode voor een gezonde ontwikkeling betreft. Daarnaast is besproken dat bij comorbiditeit de jeugd-GGZ voor consultatie of het voortzetten van diagnostiek en/of behandeling betrokken kan worden.

Doorverwijzen voor diagnostiek van traumagerelateerde problemen

De ontwikkelwerkgroep vindt het bovendien zeer wenselijk dat de samenwerking tussen en binnen (verschillende afdelingen van) instellingen goed verloopt. Een voorbeeld uit de praktijk, dat werd benoemd door experts, is dat een jeugdige met traumagerelateerde problemen niet altijd gemakkelijk kan worden aangemeld voor nadere diagnostiek en behandeling bij de jeugd-GGZ. In de ontwikkelsessies zijn enkele knelpunten rondom het verwijzen van jeugdigen besproken, waaronder: lange wachtlijsten; dat jeugdigen telkens opnieuw hun verhaal moeten vertellen; de afweging tussen de juiste behandeling en wachttijd van die behandeling; en dat verschillende losse modules als ‘losse eilandjes’ worden ervaren. Een nauwe samenwerking tussen jeugdprofessionals, waarbij goede afspraken worden gemaakt over wie wat doet in een traject, kan hier verbetering in brengen.

Ook de cliëntentafel merkte op dat de richtlijn niets zegt over hoe te handelen als de meest passende hulpverlening niet ingezet kan worden, door bijvoorbeeld lange wachtlijsten. In de richtlijn is hierover een extra paragraaf toegevoegd.

Verder hadden de ontwikkelwerkgroepleden de wens om een korte lijst op te nemen met criteria waar traumabehandelaren aan zouden moeten voldoen. Er is consensus over de volgende criteria:

  • (kinder- en jeugd)psychologen NIP, orthopedagogen (generalist), GZ- en klinisch psychologen of kinder- en jeugdpsychiaters;
  • met ervaring op het gebied van diagnostiek en (bij voorkeur meerdere vormen van) effectieve traumabehandeling;
  • die een erkende opleiding of training voor de specifieke traumabehandeling hebben afgerond;
  • en oog hebben voor andere kind- en systeemfactoren, waaronder bijvoorbeeld de aanwezigheid van een (licht) verstandelijke beperking en taal- of cultuurverschillen.

Inschakelen van gespecialiseerde behandeling voor traumagerelateerde problemen

Interventies

De interventies die momenteel zijn opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het NJi (2021) zijn:

  • Veerkracht, een methode voor de begeleiding van jeugdigen en ouders in de maatschappelijke opvang (Jongepier & Van der Kleij, 2018);
  • Horizonmethodiek, een vorm van cognitieve gedragstherapie die in een groep wordt aangeboden (Lamers-Winkelman & Bicanic, 2005);
  • Tijd voor Toontje, een steunend en stabiliserend programma voor jeugdigen en hun moeders in de opvang, die huiselijk geweld in het gezin hebben meegemaakt (Hell et al., 2012);
  • Zorgen voor getraumatiseerde kinderen, een methode die opvoeders (ouder, pleegouder of professional in een residentiële jeugdsetting) leert handelen met kennis over ingrijpende ervaringen (Coppens & Van Kregten, 2018).

Naast eerste-keus-behandelinterventies, wilde de ontwikkelwerkgroep in de onderbouwing graag ook enkele aanvullende interventies benoemen die theoretisch goed onderbouwd zijn en/of een weerspiegeling vormen van de Nederlandse praktijk.

behandelingen zijn niet bewezen effectief of zijn nog niet onderzocht of erkend in Nederland. Een voorbeeld waar praktijkexperts veelvuldig gebruik van maken is Slapende honden? Wakker maken (Struik, 2016), een behandeling om kinderen met weerstand die niet gemotiveerd zijn ontvankelijk te maken voor traumaverwerking.

Een nieuw model waarbij eerste-keus-traumabehandeling intensief wordt ingezet bij zowel jeugdigen als ouders is Kind In Gezond Systeem (KINGS): een trauma-georiënteerde behandeling voor gezinnen met meervoudige en complexe problemen bij wie uithuisplaatsing dreigt. Ouders en jeugdigen doorlopen een intensieve klinische traumabehandeling, ingebed in een traumasensitief opvoed-ondersteuningsprogramma (Wanders & Ploeg, 2017).

De cliëntentafel gaf verscheidene opmerkingen en aanbevelingen die betrekking hadden op de daadwerkelijke traumabehandeling. Zo noemde zij het belang van de betrokkenheid van het netwerk tijdens de behandeling, het belang van maatwerk en mogelijke intense reacties die voorkomen tijdens behandeling. Traumabehandeling is echter een onderwerp dat buiten de reikwijdte van de richtlijn valt. In een eventueel vervolg op deze richtlijn, met als onderwerp traumagerichte interventies, kan de feedback van de cliëntentafel daarom wél een plaats krijgen.

Conclusies

In deze paragraaf zijn geen verdere keuzes of overwegingen gemaakt die uitleg behoeven.

Aanbevelingen

In deze paragraaf zijn geen verdere keuzes of overwegingen gemaakt die uitleg behoeven.

Kennislacunes

Op een aantal thema’s is er rondom het ‘toeleiden naar passende traumazorg’ een lacune in wetenschappelijke kennis. De volgende aanbevelingen voor vervolgonderzoek worden gegeven:

  • onderzoek naar de effectiviteit van digitale behandelmethodes/(blended) e-health/ digitale exposure;
  • onderzoek naar de mogelijkheden en effectiviteit van behandelingen voor jeugdigen met een (lichte) verstandelijke beperking;
  • onderzoek naar een antwoord op de vraag waarom bepaalde behandelingen bij jeugdigen niet aanslaan;
  • onderzoek naar het voorspellen van behandelsucces bij heel jonge kinderen (welke behandeling is meest effectief?);
  • onderzoek naar screeningsinstrumenten voor zeer jonge kinderen (0-4 jaar);
  • onderzoek naar de langeretermijneffecten van ingezette zorg;
  • onderzoek naar de mogelijke meerwaarde en nut van jaarlijkse controle afspraken na het succesvol afronden van een behandeling;
  • onderzoek naar de inzet van ervaringsdeskundigheid;
  • onderzoek naar het effect van lichaamsgerichte interventies;
  • onderzoek naar het inzetten van psychosociale zorg aan jeugdigen die naar Nederland zijn gevlucht en hier (al dan niet tijdelijk) verblijven.
Aanbevelingen
Conclusies
Reageer!