Seksuele ontwikkeling

De seksuele ontwikkeling van specifieke groepen jeugdigen

De seksuele ontwikkeling van jeugdigen met een stoornis in het autismespectrum

Definitie

Een autismespectrumstoornis2 (ASS) wordt gekenmerkt door:

  • beperkingen in de sociale communicatie en interactie (kernsymptomen: deficiënties in de wederkerigheid, in de non-verbale communicatie en in het ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties);
  • beperkt, repetitief gedrag, waaronder specifieke interesses en sensorische onder- of overgevoeligheid (kernsymptomen: stereotiepe motoriek, gebruik van voorwerpen of spraak, hardnekkig vasthouden aan hetzelfde, gefixeerde interesses en hyper-/hyporeactiviteit op zintuiglijke prikkels).

Zie voor meer informatie over autisme de onderbouwing van deze richtlijn.

In de richtlijn hanteren we vanwege de voorkeur van cliënten en ouders/opvoeders de term ‘stoornis in het autismespectrum’. Jeugdigen en volwassenen met zo’n stoornis noemen we ‘autistisch’.

Bejegening

In Groot-Brittannië is onderzoek gedaan naar voorkeuren van volwassenen, familieleden, vrienden, ouders en professionals betreffende termen om ASS te beschrijven. In de richtlijn gebruiken we alleen de termen stoornis in het autismespectrum of autistisch. Zie voor meer informatie de onderbouwing.

Seksuele ontwikkeling

Seksualiteit en relaties maken ook deel uit van het leven van jongeren met een stoornis in het autismespectrum. Ze doorlopen dezelfde lichamelijke ontwikkeling, hebben grotendeels dezelfde seksuele gevoelens en verlangens en hebben seksuele ervaringen. Ze zijn dus niet aseksueel, zoals lange tijd verondersteld werd.

Homo- en biseksualiteit komt onder autistische volwassenen vaker voor dan onder niet-autistische volwassenen, terwijl dit op jongere leeftijd nog niet gevonden wordt. Jongeren met een stoornis in het autismespectrum hebben een positievere houding ten aanzien van homoseksualiteit dan hun niet-autistische leeftijdsgenoten. Er worden meer variaties in genderidentiteit gevonden onder autistische jongeren en volwassenen, zonder dat dit noodzakelijkerwijs op genderdysforie wijst. Maar ook genderdysforie blijkt relatief vaak voor te komen onder autistische jongeren en volwassenen.

Onconventionele seksuele interesses en gedragingen (seksuele parafilieën) komen ook onder jongeren met een stoornis in het autismespectrum voor. Ongepast seksueel gedrag komt ook voor en hangt mogelijk deels samen met comorbide problemen, zoals een bijkomende verstandelijke beperking. Autistische jongeren zijn vaker slachtoffer van seksueel misbruik dan niet-autistische leeftijdsgenoten. Ook vertonen autistische jongeren zelf vaker seksueel grensoverschrijdend gedrag.

De volgende factoren kunnen bij mensen met een stoornis in het autismespectrum leiden tot de ontwikkeling van ongepast of problematisch seksueel gedrag, niet-normatieve seksuele interesses (hyperseksualiteit, parafilieën), seksuele obsessie en seksuele grensoverschrijding:

  • beperkingen in de sociale communicatie en interactie;
  • sensorische onder- of overgevoeligheid;
  • repetitief gedrag en rituele activiteiten;
  • weinig kennis over seksualiteit;
  • weinig mogelijkheid om te experimenteren met seksuele relaties;
  • weinig seksuele vorming;
  • weinig remmingen;
  • gebrek aan empathie.

De nadruk in de omgeving en opvoeding van autistische jeugdigen ligt vaak op de risico’s.

De seksuele ontwikkeling van jeugdigen met een stoornis in het autismespectrum wordt bovendien vaak vanuit een deficiency framework bezien. Een toename in seksuele belangstelling in de puberteit is echter normaal en ook autistische jongeren doen seksuele ervaringen op om hun eigen seksuele functioneren te leren begrijpen. Voor jeugdprofessionals is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen begeleiding en beperking van de seksuele ontwikkeling.

In tabel 5 wordt de beschikbare kennis over een stoornis in het autismespectrum samengevat. De tabel volgt inhoudelijk dezelfde thema’s als het hoofdstuk De seksuele ontwikkeling van jeugdigen van 0 tot 23 jaar. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de invloed van de beperking op de seksuele ontwikkeling, de beschermende factoren en de risicofactoren. Let er bij het lezen van de tabel op dat de beschermende factoren niet een op een correleren met de risicofactoren. Een complete aanpak, waarin op meerdere beschermende factoren in samenhang wordt ingezet, is het meest effectief.

Tabel 5. Overzicht seksuele ontwikkeling en invloed autisme, inclusief risico- en beschermende factoren

Invloed stoornis in autismespectrum Beschermende factoren Risicofactoren
Lichaam en zelfbeeld
Persoonlijke factoren
De lichamelijke ontwikkeling verloopt hetzelfde als bij leeftijdsgenoten.
De lichamelijke veranderingen in de puberteit zijn voor sommige autistische jongeren beangstigend.
Een positief zelf- en lichaamsbeeld en zelfvertrouwen. Sommige autistische jongeren zijn vatbaar voor angst en eenzaamheid.
Ervaren angst en stress (lager seksueel welzijn)
Zelfbeschadigend gedrag.
Omgevingsfactoren
Instellingen en/of ouders bieden passende seksuele vorming (bijvoorbeeld rondom de aankomende veranderingen in de puberteit).
Seksuele gevoelens
Persoonlijke factoren
Jeugdigen met een stoornis in het autismespectrum hebben grotendeels dezelfde seksuele interesses, gevoelens en verlangens.
Jeugdigen met een stoornis in het autismespectrum hebben grotendeels dezelfde behoefte aan romantische en/of seksuele relatie en/of seksueel contact.
Jeugdigen met een stoornis in het autismespectrum vinden het vaker lastig om een relatie te behouden.
Als het niet lukt om een (seksuele) relatie te realiseren, kan dit voor frustratie zorgen.
Een gebrek aan sociale en communicatieve vaardigheden bij autistische jeugdigen kan van invloed zijn op het welbevinden in een (seksuele) relatie. Communicatieve vaardigheden.
Circa een derde van de autistische jongeren met een bijkomende verstandelijke beperking heeft geen behoefte aan een partner/ geen duidelijke seksuele interesse.
Zelfvertrouwen. Autistische jongeren zijn vatbaarder voor angst, ontevredenheid en onzekerheid.
Seksuele gevoelens
Omgevingsfactoren
Ouders en professionals besteden aandacht aan seksuele gevoelens en relaties van autistische jongeren, vanuit gezond perspectief (verliefd, verkering, et cetera). (Seksuele) relaties worden, door ouders en professionals van autistische jeugdigen, vaak vanuit een negatief perspectief bekeken
– deficiency framework.
Ouders en professionals hebben aandacht voor kenmerken van een stoornis in het autismespectrum en de manier waarop deze (persoonlijk)
voor de jeugdige de beleving, ontwikkeling en ervaring mede vormen.
Ouders en professionals besteden specifiek aandacht aan relatievorming.
Seksueel gedrag
Persoonlijke factoren
Jongeren met een stoornis in het autismespectrum laten voor een groot deel hetzelfde seksuele gedrag zien (masturberen, orgasme, seksuele ervaring met partner). Ervaring met (seksuele) relaties bewerkstelligt meer (seksueel) zelfvertrouwen. Geen ervaring met een (seksuele) relatie.
Voor sommige autistische jongeren is het  aanvoelen van normen binnen een (sociale) situatie moeilijker en sommige autistische jongeren vertonen ongepast of seksueel grensoverschrijdend gedrag. Leren uitdrukken seksuele impulsen op sociaal geaccepteerde manier (mogelijkheden kennen voor seksuele ontlading).
Dwangmatig masturberen en onconventionele seksuele interesses en gedrag (seksuele parafilieën) komen onder autistische jongeren voor.
Omgevingsfactoren
Seksuele vorming  vanaf de kinderleeftijd, met aandacht voor seksueel ongepast  gedrag, seksueel grensoverschrijdend gedrag en weerbaarheid, seksuele
onderhandelingsvaardigheden, seksuele communicatieve vaardigheden en seksuele weerbaarheid (inclusief sociale en groepsdruk).
Een positieve/accepterende houding van ouders/ professionals over masturbatie (samen zoeken naar manieren om seksualiteit en relaties in het dagelijkse leven in te passen).
Invloed stoornis in autismespectrum Beschermende factoren Risicofactoren
Genderidentiteit
Persoonlijke factoren
Genderdysforie komt relatief vaak voor onder autistische jongeren.
Omgevingsfactoren
Een positieve houding van de omgeving ten aanzien van transgendergevoelens/afwijkende genderidentiteit. De acceptatie van deze gevoelens door omgeving en persoon
zelf draagt bij aan een gezonde ontwikkeling.
Afwijzing door de omgeving van genderdysforie en transgender gevoelens.
Alertheid op genderdysforie bij personen in directe omgeving: een individuele aanpak voor vaststelling genderdysforie bij autistische jeugdigen is nodig (door specialist).
Seksuele oriëntatie
Persoonlijke factoren
Homo- en biseksualiteit komt vaker voor onder autistische volwassenen; we kunnen aannemen dat autistische jongeren hierin ook al zoekende zijn.
Omgevingsfactoren
Verhoogde aandacht voor homo- en biseksualiteit in seksuele vorming en opvoeding (ouders, jeugdprofessionals).
Een positieve houding ten aanzien van gelijkwaardigheid en respect over seksualiteit bij ouders/jeugd-professionals/door de omgeving. Afwijzing homo- en biseksualiteit door de omgeving.
Seksueel grensoverschrijdend gedrag
Persoonlijke factoren
Sommige autistische jongeren zijn slachtoffer van seksueel misbruik of seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGOG). Voldoende kennis over seksualiteit. –  beperkingen in de sociale communicatie en interactie
–  sensorische onder- of overgevoeligheid
–  repetitief gedrag en rituele activiteiten
–  minder kennis over seksualiteit
–  minder mogelijkheid om te experimenteren met seksuele relaties
–  minder seksuele vorming
–  minder remmingen
–  minder  empathie kan bij sommige autistische mensen leiden tot ongepast, problematisch seksueel gedrag, niet-normatieve seksuele interesses, preoccupatie en/of seksuele grensoverschrijding.
Seksueel grensoverschrijdend gedrag
Persoonlijke factoren
Onderhandelings-vaardigheden (over wat je wel en niet wilt) en communicatieve vaardigheden
Voor succesvolle (trauma) behandeling na SGOG is specifieke aandacht voor autisme nodig.
Sommige autistische jongeren zijn pleger van seksueel misbruik of SGOG. Een positieve houding ten aanzien van gelijkwaardigheid en respect over seksualiteit.
Omgevingsfactoren
Extra aandacht voor seksuele wensen en grenzen en seksuele weerbaarheid, in relatie tot autistische kenmerken als dit aan de orde is door ouders en jeugdprofessionals (omgeving).
Overige aandachtspunten
Persoonlijke factoren
Seksuele vaardigheden worden door autistische jongeren niet vanzelfsprekend opgepikt uit de omgeving. Moeite met abstract denken, ervaren van problemen op gebied van communicatie en moeite met generaliseren.
Omgevingsfactoren
Seksualiteit wordt, door de omgeving, vaak vanuit problematisch perspectief benaderd (negatieve invloed op seksuele ontwikkeling van autistische jongeren). Een positieve benadering.
Professionals ervaren barrières om seksualiteit met autistische jongeren te bespreken. Er is een tekort aan training/ deskundigheid bij professionals en ouders. Een gestructureerde aanpak (seksuele vorming) en het proactief bespreekbaar maken van seksualiteit met autistische jeugdigen en hun ouders.
De materialen voor seksuele vorming voor autistische jeugdigen zijn beperkt. Expliciete seksuele en relationele vorming en ondersteuning van de seksuele ontwikkeling door aangepaste seksuele vorming.

Het is belangrijk om de seksuele ontwikkeling van autistische jeugdigen te ondersteunen door passende seksuele en relationele vorming aan te bieden, en niet alleen in te zoomen op risico’s en gevaren. Autistische jeugdigen zijn voor seksuele vorming (meer dan andere jeugdigen) afhankelijk van ouders, zorg en school. Ze hebben duidelijke informatie nodig, bijvoorbeeld  over de lichamelijke veranderingen die ze in de puberteit ondergaan, maar ze moeten ook leren over sociale en relationele vaardigheden, hun eigen wensen en grenzen, het inschatten van de wensen en grenzen van een ander, hun seksuele oriëntatie en genderidentiteitsontwikkeling.

Er is nog weinig onderzocht hoe autistische jongeren seksualiteit beleven. Autistische volwassenen noemen echter een behoefte aan beter passende seksuele en relationele vorming, waarin aspecten van autisme (zoals bijvoorbeeld sensorische onder- of overgevoeligheid, belemmeringen in het vinden van een partner en onderhouden van een relatie, en het belang van praten over wensen en grenzen) geïntegreerd zijn.

Seksuele parafilieën (onconventionele seksuele interesses en gedragingen) hoeven geen probleem te vormen, zolang ze niet grensoverschrijdend zijn en inpasbaar zijn in het dagelijkse leven. Open communicatie over seksualiteit is dus voor deze jeugdigen essentieel. Ouders en zorgprofessionals moeten getraind en voorbereid worden om met autistische kinderen en jongeren over hun seksuele ontwikkeling te praten, als een positief en normaal onderdeel van hun leven.

De seksuele ontwikkeling van jeugdigen met gehechtheidsproblematiek
De seksuele ontwikkeling van jeugdigen met een licht verstandelijke beperking (LVB)
Reageer!