Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp

Vraagverheldering en samenwerkingsrelatie

Een samenwerkingsrelatie aangaan

Uit allerlei literatuur blijkt dat hulp effectiever is als gezinnen een actieve bijdrage leveren aan het besluitvormingsproces en als hulpvrager en hulpverlener positief en constructief samenwerken. Factoren bij ouders en jeugdige, de hulpverlener en in de alliantie tussen gezin en hulpverlener dragen bij aan het verloop van de interactie en het uiteindelijke resultaat in de behandeling (Integratief Werkzame Factorenmodel). Ook bij complexe en meervoudige problemen is de samenwerkingsrelatie van groot belang. Niet alleen de afstemming tussen professionals moet daarbij vormgegeven worden, maar ook de samenwerking tussen de professionals en het gezin. Onderzoek bij jeugdhulpcliënten laat zien dat zij effectieve hulpverleners typeren als open, niet-oordelend, stimulerend, duidelijk, betrouwbaar, bereikbaar, betrokken en op zoek naar feedback.

De samenwerkingsrelatie wordt in sterkere mate bepaald door het gedrag en de kenmerken van de professional dan door het gedrag en de kenmerken van de cliënt. De opvattingen en methoden van Carl Rogers zijn essentieel als ‘basis voor hulpverlening’. Ze zijn gestoeld op onvoorwaardelijke positieve waardering, echtheid en empathie.

  • Onvoorwaardelijke positieve waardering: de hulpverlener probeert in de gesprekken de hulpvrager met al zijn goede en slechte gedachten, gevoelens en gedragingen te accepteren zoals hij is. De hulpverlener laat de ander in zijn waarde met al datgene wat hij is en niet is, kan en niet kan, en respecteert het eigene van de ouders en jeugdige.
  • Echtheid: de hulpverlener dient binnen de relatie met de ouders en jeugdige authentiek, transparant en geïntegreerd te functioneren. De hulpverlener moet ernaar streven om in het contact met de hulpvrager de ideaaltoestand van congruentie te bereiken, oftewel ‘echtheid’: zuiverheid, degene zijn waarvoor men doorgaat.
  • Empathie: de hulpverlener dient zich in te leven in de ouders en jeugdige, en zich zo uit te drukken dat blijkt dat hij aanvoelt en begrijpt wat er in hen omgaat. Aansluiting bij gedachten en gevoelens van de gesprekpartner is belangrijk voor goede communicatie, probleemoplossing en samenwerking.

Gesprekstechnieken helpen om de samenwerkingsrelatie vorm te geven. In de methode van Rogers staan luistervaardigheden en regulerende vaardigheden centraal.

  • Luistervaardigheden helpen om de cliënt ruimte te geven om zijn verhaal op zijn manier te vertellen. Het gaat hierbij om actief luisteren waarbij de hulpverlener door (kleine) acties en interventies laat merken dat hij volgt wat deze Ook gaat het om acties die de cliënt stimuleren verder te vertellen en zijn informatie overzichtelijk te maken. Hierbij is een onderscheid tussen vaardigheden die niet- selectief en (wel) selectief zijn. Met niet-selectief wordt bedoeld dat de jeugdprofessional weinig invloed uitoefent op de inhoud van het verhaal van de ouder en jeugdige. Door selectieve luistervaardigheden te gebruiken benadrukt een jeugdprofessional bepaalde aspecten of kanten van het verhaal van de ouder en jeugdige. Hij beïnvloedt daarmee de richting van het gesprek.
  • Regulerende vaardigheden moeten zowel cliënt als hulpverlener duidelijkheid bieden over de gang van zaken in het gesprek. De hulpverlener geeft met regulerende vaardigheden sturing aan het gesprek.
Luistervaardigheden
Niet-selectieve luistervaardigheden, aandacht gevend gedrag
  • non-verbaal gedrag: positieve gelaatsuitdrukking
  • oogcontact
  • positieve lichaamstaal
  • aanmoedigende gebaren
  • verbaal volgen
  • gebruik van stiltes
Selectieve luistervaardigheden
  • vragen stellen
  • parafraseren van de inhoud
  • reflecteren van het gevoel
  • concretiseren
  • samenvatten
Regulerende vaardigheden
 
  • openen van het gesprek
  • eenduidigheid bieden over de samenwerkingsovereenkomst
  • terugkoppeling naar (begin)doelen
  • de situatie verduidelijken
  • hardop denken
  • afsluiten van het gesprek

De basisgespreksvaardigheden helpen om de vraag van ouders en jeugdige te verhelderen. Het gebruik ervan beperkt zich echter niet alleen tot deze fase van het beslisproces. Meer uitleg over gesprekstechnieken is te vinden in paragraaf 4.3 van de onderbouwing van de richtlijn.

Gespreksvoering met jeugdigen is belangrijk. Het kan nodig zijn hiervoor een andere jeugdprofessional in te schakelen, die geen contact met de ouders heeft en die als vertrouwenspersoon voor de jeugdige kan dienen.

Aanbevelingen
De vraagverhelderingsfase
Reageer!