Uithuisplaatsing

Begeleiden uithuisplaatsing en terugplaatsing

Overige overwegingen

Uit het IVRK vloeit voort dat een uithuisplaatsing in beginsel enkel mag worden ingezet wanneer minder ingrijpende hulp aan ouders en jeugdige onvoldoende heeft geholpen. Voor terugplaatsing geldt dat altijd eerst samen met ouders en jeugdige gezocht wordt naar een gepast hulpaanbod in de thuissituatie. Deze aanpak wordt door de leden van de focusgroep onderschreven. Zij vinden dat daarbij een goede analyse gemaakt moet worden van wat nodig is, met name ook bij ouders. Mogelijke interventies die zij noemen om in te zetten tijdens een uithuisplaatsing en/of na terugplaatsing zijn: Video Interactie Begeleiding (VIB), Parent Child Interaction Therapy (PCIT), Parent Management Training Oregon (PMTO), Triple P en Signs of Safety. Daarnaast menen zij dat het nodig kan zijn om hulp vanuit het lokale veld, bijvoorbeeld het maatschappelijk werk, het wijkteam of de schuldhulpverlening, in te zetten. Er dient in de periode na de terugplaatsing hulp aanwezig te blijven in het gezin. Deze hulp moet het gezin ondersteunen bij de aanpassing aan de veranderde situatie.

Een knelpunt in de praktijk is dat er wachtlijsten voor allerlei interventies zijn, waardoor begeleiding soms niet tijdig kan starten en beslistermijnen niet haalbaar zijn. De werkgroep vindt het belangrijk dat ouders eerst de kans krijgen om de situatie te verbeteren voordat besloten wordt tot een permanente uithuisplaatsing. Dit is in lijn met bovenbeschreven verplichting die voortvloeit uit het IVRK. Een knelpunt in de praktijk is ook dat sommige hier genoemde interventies niet in bepaalde regio’s beschikbaar zijn. De werkgroep meent dat de professional in dat geval een vervangend alternatief kan zoeken waarmee ouders en jeugdige voldoende geholpen zijn (bijvoorbeeld een vergelijkbare interventie gestoeld op dezelfde principes).

Aanbevelingen
Begeleiding
Reageer!