Uithuisplaatsing

Begeleiden uithuisplaatsing en terugplaatsing

Begeleiding

Begeleiding tijdens uithuisplaatsing en na terugplaatsing kan een aantal doelen dienen. Belangrijke doelen zijn:

  • acceptatie van de uithuisplaatsing door ouders en jeugdige;

  • het herstellen van de veiligheid;

  • het versterken van opvoedingsvaardigheden en werken aan (eventuele) andere problemen van ouders;

  • het bevorderen van de mogelijkheid tot terugplaatsing en het voorkomen van een nieuwe uithuisplaatsing;

  • begeleiding bij contact tussen ouders en kind;

  • traumaverwerking en het verminderen van gedrags- en emotionele problemen van de jeugdige;

  • het ontwikkelen van een ondersteunend sociaal netwerk voor het gezin.

… Meer

Begeleiding tijdens uithuisplaatsing

Diverse publicaties laten zien dat het voor jeugdigen van belang is om een stabiele en permanente verblijfplaats te krijgen na een uithuisplaatsing. Dat is met name in het belang van hun welzijn en ontwikkeling met het oog op de gehechtheid. Tijdens de uithuisplaatsing zijn hulp en begeleiding er dus op gericht de jeugdige zo snel mogelijk weer terug te plaatsen óf toe te werken naar een langdurige uithuisplaatsing waarbij de jeugdige een vaste verblijfplaats krijgt met de mogelijkheid zich aan enkele vaste personen te hechten. Hulpverleners dienen dus doelgericht toe te werken naar een terugplaatsing of stabiele langdurige uithuisplaatsing. Diverse studies laten zien dat het werken met een hulpverleningsplan hierbij een effectief middel is.

De manier waarop het hulpverleningsplan tot stand komt, bepaalt in hoeverre gezinnen eraan meewerken en blijvend resultaat boeken. Dawson en Berry schreven een theoretisch artikel over het betrekken van gezinnen in de jeugdhulp/jeugdbescherming met als doel een evidence-based best practice te ontwikkelen. Zij concluderen dat actieve participatie van gezinnen nodig is om een blijvend positief resultaat te behalen.

Acceptatie van uithuisplaatsing
Zandberg en anderen geven aan dat het belangrijk is ouders de ruimte te geven om hun emoties over de uithuisplaatsing te uiten, zodat zij het (tijdelijke) verlies van hun kind en hun verdriet, angst en boosheid daarover leren accepteren. Dit vraagt inlevingsvermogen van hulpverleners. In Nederland is een methode ‘Roldifferentiatie’ beschikbaar. Deze methode helpt ouders met de uithuisplaatsing van hun kind om te gaan en een nieuwe invulling te geven aan de relatie met hun kind.

Begeleiding van contact met het gezin van herkomst
Jeugdigen hebben volgens het IVRK recht op contact met hun ouders. Volgens de hechtingstheorie zijn hechtingsfiguren belangrijk voor de ontwikkeling van de jeugdige. Een plotselinge breuk in het contact met de hechtingsfiguur levert de jeugdige schade op. Gebrek aan contact met de voorheen belangrijke hechtingsfiguur na een uithuisplaatsing kan bovendien bij de jeugdige sterke angst oproepen, voor een trauma zorgen en ook voor verdere vervreemding van zijn ouders. Jeugdigen die in een pleeggezin of residentiële instelling geplaatst zijn en regelmatig contact met hun ouders hebben, worden vaker terug geplaatst en worden gemiddeld ook korter uit huis geplaatst. Bovendien blijken langdurige pleegzorgplaatsingen stabieler als jeugdigen contact houden met hun biologische ouders. Een voorwaarde daarbij is wel dat de ouder- of pleegzorgbegeleider een goed contact met de ouders heeft. Met het oog op de hechting adviseren Van den Bergh en Weterings dat alle ouders direct na de uithuisplaatsing de mogelijkheid krijgen om contact met hun kind te onderhouden, waarbij herstel van de (veiligheid in de) relatie door middel van intensief contact en begeleiding een belangrijk doel is.

Humphreys en Kiraly concluderen dat zonder ondersteuning contact tussen ouders en baby zinloos is, omdat ouders niet in staat zijn om zelf een relatie met hun kind op te bouwen en terugplaatsing mogelijk te maken. Verbetering in het contact is onder andere mogelijk door de communicatie tussen ouders en pleegouders te verbeteren. Sen en Broadhurst concluderen op basis van een review dat het bij baby’s moeilijk lijkt om contact te onderhouden omdat het voor baby’s vooral belangrijk is zich in een veilige gehechtheidsrelatie te ontwikkelen. Het hebben van verschillende verzorgers kan slaap- en eetroutines verstoren, wat impact heeft op de gehechtheidsrelatie.

Uit dezelfde overzichtsstudie blijkt dat pleegouders en groepswerkers een cruciale rol spelen in het contact tussen ouders en kind, en in de ondersteuning van de jeugdige hierbij. Er is echter nauwelijks onderzoek gedaan naar het effect van verschillende werkwijzen in de ondersteuning en begeleiding van ouders en kinderen. Sen en Broadhurst geven de volgende aanbevelingen om het contact tussen ouders en jeugdige te bevorderen:

  • Hulpverleners horen een centrale rol te spelen in de frequentie, kwaliteit en veiligheid van het contact;

  • Het contact moet doelgericht zijn en worden gebruikt om inzicht te krijgen in de ouder-kindrelatie, om het herstel van de ouder-kindrelatie te bevorderen of om het welzijn en de ontwikkeling van de jeugdige te stimuleren;

  • De wensen en gevoelens van de jeugdige, de ouders en andere belangrijke personen moeten in overweging genomen worden bij het bepalen van de bezoekregeling;

  • Er is adequate ondersteuning nodig voor ouders, jeugdigen en pleegouders/professionals om het contact een kans van slagen te geven;

  • Als contact niet mogelijk is, dan moeten zowel de jeugdige als zijn ouders daarover uitleg krijgen op een voor hen begrijpelijke wijze.

… Meer

De Gezondheidsraad beveelt Parent Child Interaction Therapy (PCIT) aan om de ouder-kindinteractie te verbeteren na kindermishandeling. Mogelijk vormt dit ook een geschikt middel om tijdens een uithuisplaatsing ouders en jeugdigen doelgericht te begeleiden en de ouder-kindinteractie te verbeteren.

Traumaverwerking en verminderen gedrags- en emotionele problemen
Veel uit huis geplaatste jeugdigen kampen met ernstige psychische problemen als gevolg van de gebeurtenissen die zij hebben meegemaakt. Veelvoorkomende stoornissen bij jeugdigen in de pleegzorg zijn posttraumatische stressstoornis en mishandeling-gerelateerd trauma, gedragsstoornissen en ADHD, depressie en middelenmisbruik.

Landsverk en collega’s hebben middels een review onderzocht welke interventies effectief kunnen zijn bij de meest voorkomende psychische problemen van jeugdigen in de pleegzorg. Er is vooral onderzoek gedaan naar en bewijs van effectiviteit voor cognitieve en gedragstherapeutische interventies die symptomen, gedrag en functioneren beïnvloeden. Voorbeelden van zulke interventies zijn Trauma-Focused Cognitieve Gedragstherapie (TF-CGT), oudertrainingsprogramma’s (bijvoorbeeld Incredible Years (basis)), Parent Child Interaction Therapy (PCIT) en CGT voor depressie. De Gezondheidsraad (2011) heeft een overzicht gemaakt van effectieve behandelprogramma’s om de gevolgen van kindermishandeling aan te pakken. De Gezondheidsraad vond alleen wat betreft EMDR en TF-CGT overtuigend bewijs voor de effectiviteit in de behandeling van posttraumatische stresssymptomen.

Bevorderen van terugplaatsing

Terugplaatsing van jeugdigen na een uithuisplaatsing is een proces dat niet altijd vanzelfsprekend succesvol verloopt. Het komt regelmatig voor dat jeugdigen na terugplaatsing opnieuw uit huis geplaatst worden.Welke interventies (die tijdens de uithuisplaatsing ingezet kunnen worden) zijn effectief om terugplaatsing te bevorderen en een nieuwe uithuisplaatsing te voorkomen? Overzichtsstudies geven verschillende uitkomsten. Bronson en collega’s concluderen dat intensieve pedagogische thuishulpprogramma’s terugplaatsing mogelijk ondersteunen. Uit een overzichtsstudie van Saunders-Adams blijkt juist dat veel hulp niet of nauwelijks bijdraagt aan terugplaatsing of het voorkómen van een nieuwe uithuisplaatsing.

Hatton en Brooks hebben op basis van een literatuurreview een overzicht gemaakt van interventies die mogelijk na terugplaatsing een nieuwe uithuisplaatsing kunnen voorkomen:

  • Incredible Years (basis (Linares, Montalto, Li, & Oza, 2006);

  • Triple P (De Graaf, Speetjens, Smit, Wolff, & Tavecchio, 2008);

  • Parent Child Interaction Therapy (Chaffin et al., 2004; Timmer, Urquiza, Zebell, & McGrath, 2005);

  • Treatment Foster Care Oregon-Adolescenten (TFCO-A) (Fisher, Burraston, & Pears, 2005);

  • Relationele gezinstherapie (Alexander, Pugh, Parsons, & Sexton, 2000);

  • Trauma Focused – Cognitieve Gedragstherapie (Deblinger, Stauffer, & Steer, 2001).

… Meer

Deze interventies verbeteren de opvoedingsvaardigheden van ouders en de ouder-kindinteractie, en verminderen gedragsproblemen van de jeugdige. Toch is er nog weinig bewijs dat daarmee ook een nieuwe uithuisplaatsing wordt voorkomen. De grootste kans hierop biedt Treatment Foster Care Oregon-Adolescenten.

De Child Welfare Information Gateway heeft een overzicht gemaakt van werkzame elementen die terugplaatsing bevorderen. Zij komen tot de conclusie dat het effectief is om:

  • gezinnen te betrekken bij de uithuisplaatsing;

  • een zorgvuldig onderzoek naar de gezinssituatie uit te voeren en een hulpverleningsplan op te stellen;

  • doelgerichte interventies in te zetten.

… Meer

Begeleiding na terugplaatsing

Ook na terugplaatsing is het noodzakelijk ondersteuning aan gezinnen te blijven bieden. Deze hulp heeft waarschijnlijk het meest effect wanneer hulpverleners:

  • Intensieve pedagogische thuishulp bieden om gezinnen te helpen de complexe problemen het hoofd te bieden.

  • De hulp afstemmen op de individuele behoeften van gezinnen.

  • Ouders trainen in opvoedingsvaardigheden.
    Kenmerkend voor een effectieve training in opvoedingsvaardigheden is dat de training gericht is op sterke kanten van ouders, doelgericht en gezinsgericht is, een combinatie van een individuele en groepsaanpak heeft en uitgevoerd wordt door gekwalificeerd personeel. Het draagt bij aan de effecten als de hulpverlener voortdurend de effecten evalueert, maar daarnaast ook oefenmogelijkheden biedt voor nieuwe vaardigheden, interactieve trainingstechnieken inzet en vaders bij de training betrekt.

  • Ondersteuning blijven bieden tot tenminste twaalf maanden na de terugplaatsing;

  • Zorgen voor een gedifferentieerd hulpaanbod: gezinnen waarvan de jeugdige vanwege verwaarlozing uit huis geplaatst is hebben andere hulp nodig dan gezinnen waarin sprake is geweest van mishandeling of andere problemen.

… Meer

Overige overwegingen
Uitgangsvragen
Reageer!