Uithuisplaatsing

Begeleiden uithuisplaatsing en terugplaatsing

Aanbevelingen

De werkgroep beveelt de praktijk het volgende aan:

  • Beslis samen met ouders en jeugdige op het moment dat over een uithuisplaatsing wordt besloten over andere hulp die het gezin nodig heeft. Zorg ervoor dat deze hulp voorafgaand of direct na de uithuisplaatsing van start gaat. De hulp moet afgestemd zijn op de individuele behoeften van gezinnen. Stel daarom een hulpverleningsplan op waarin het volgende aan bod komt:

    • samenhangend beeld van de problematiek;
    • hulpverleningsdoelen;
    • in te zetten interventies met als doel ouders te ondersteunen, het contact tussen ouders en kind te vergemakkelijken en te werken aan terugplaatsing;
    • afspraken over monitoring en evaluatie.

    Stel het hulpverleningsplan in overleg met ouders en jeugdige op, in voor hen begrijpelijke termen.

  • Zet (een samenhangend pakket van) interventies voor ouders, jeugdige en/of gezin in om terugplaatsing mogelijk te maken. Zet hulp in die is gericht op het verbeteren van de opvoedingsvaardigheden en de ouder-kindinteractie.
    Denk bijvoorbeeld aan Parent Child Interaction Therapy (PCIT), Incredible Years (basis), Video Interactie Begeleiding, Parent Management Training Oregon, Triple P (niveau 4 en 5). Uit het IVRK vloeit voort dat jegens jeugdigen die tijdelijk niet in hun eigen gezin kunnen verblijven een bijzondere zorgplicht geldt. De hulp mag zich dus niet uitsluitend op de ouders richten. In te zetten hulp aan de jeugdige is onder meer afhankelijk van de mate waarin een jeugdige emotionele en gedragsproblemen heeft. Welke interventies precies nodig zijn, hangt af van de individuele problematiek en vraagt om een zorgvuldig onderzoek naar de aard en ernst van de problemen (denk aan psychologisch onderzoek van ouders of jeugdige, of aan interactieonderzoek). Eventueel kan het nodig zijn andere vormen van hulp voor ouders in te zetten (bijvoorbeeld GGZ, verslavingszorg, maatschappelijk werk, schuldhulpverlening of gespecialiseerde hulpverlening voor mensen met een verstandelijke beperking).

  • Stel bij de beslissing tot een uithuisplaatsing direct een omgangsregeling vast en zorg ervoor dat ouders en jeugdige elkaar na de uithuisplaatsing snel en regelmatig weer kunnen zien in een omgeving die veilig is voor de jeugdige. Begeleid dit contact zorgvuldig (bijvoorbeeld met behulp van Parent Child Interaction Therapy) zodat de ouder-kindinteractie kan verbeteren.
    Zorg dat bij jonge kinderen de veiligheid gewaarborgd is, bijvoorbeeld door aanwezigheid van de pleegouders en een vaste verzorger die het kind ophaalt. Help ouders om een relatie op te bouwen met hun kind en opvoedingsvaardigheden te leren.
    Ondersteun de relatie tussen ouders en pleegouders/gezinshuisouders/pedagogisch medewerkers in de residentiële instelling, zodat er open gecommuniceerd kan worden en ouders betrokken blijven bij de ontwikkeling en het welzijn van hun kind.

  • Help gezinnen om hun sociale netwerk aan te spreken, en om mensen in hun omgeving om praktische en emotionele steun te vragen. Zet eventueel een familienetwerkberaad in.

  • Zet interventies in om ouders te helpen om te gaan met de uithuisplaatsing van hun kind. Zeker bij een permanente uithuisplaatsing is dit van groot belang. Een aan te bevelen methode hiervoor is “Roldifferentiatie”. Ook voor jeugdigen die permanent uit huis geplaatst worden/zijn, is van belang dat zij goede begeleiding krijgen (met name met het oog op loyaliteit aan de ouders). Contact tussen ouders en kind kan ook bij een permanente uithuisplaatsing – onder voorwaarden – worden onderhouden. Stel hiervoor een bezoekregeling op.

  • Blijf ouders en jeugdige na een terugplaatsing ondersteunen door direct hulp in te zetten. Schenk vooral aandacht aan de nieuwe situatie, waarin de jeugdige weer thuis woont (denk aan de ontwikkeling die de jeugdige heeft doorgemaakt en waar ouders aansluiting bij moeten zien te vinden). Zorg er indien nodig ook voor dat andere instellingen het gezin ondersteuning blijven bieden, en dat ook het sociale netwerk betrokken is/blijft.
    Wees alert op de mogelijkheid dat de uithuisplaatsing de balans tussen draaglast en draagkracht kan hebben verbeterd, maar dat terugplaatsing deze balans zodanig kan verstoren dat de terugplaatsing kan mislukken. Evalueer daarom zorgvuldig in hoeverre opvoedingscapaciteiten daadwerkelijk zijn verbeterd en het gezin kan putten uit hulpbronnen in het sociale netwerk.

… Meer

Overige overwegingen
Reageer!