Stemmingsproblemen voor jeugdhulp en jeugdbescherming

Suïcidaliteit

Suïcidepreventie in residentiële instellingen

Een residentiële jeugdhulpinstelling zou een aantal maatregelen moeten treffen ter preventie van suïcide onder zijn bewoners. Een helder overzicht van preventieve maatregelen binnen de ggz is gegeven door Kerkhof en collega’s in het overzichtsboek Suïcidepreventie in de praktijk.

De volgende aanbevelingen zijn van toepassing binnen de residentiële jeugdhulp en jeugdbescherming.

  • Opleiding van hulpverleners: zet ervaren professionals met specifieke scholing in als suïcideconsulenten bij wie collega’s hun vragen over suïcidaliteit kunnen neerleggen. Geef het hele team regelmatig bijscholing over suïcidaliteit.

  • Protocollen: zorg dat richtlijnen en protocollen over suïcide op de werkvloer bekend zijn en actief gebruikt worden.

  • Zorg voor een goed registratiesysteem. Breng de suïcides, pogingen hiertoe en gedachten hierover in kaart. Alleen wanneer bekend is hoe een jongere over suïcide denkt, kan suïcide voorkomen worden.

  • Wees terughoudend in het gebruik van non-suïcidecontracten. Er zijn aanwijzingen dat deze contraproductief kunnen werken. Ze kunnen bovendien een vals gevoel van veiligheid bieden. Cliënten voelen mogelijk dat ze zo’n contract niet kunnen weigeren, waardoor het niet meer tot een gesprek over hun suïcididaliteit komt.

  • Bevorder de continuïteit van zorg. Met name na een klinische opname in de ggz is dit zeer belangrijk. De overgang vanuit de ggz naar ambulante zorg of residentiële jeugdhulp is namelijk een risicovolle periode. Maak heldere afspraken over de verantwoordelijkheden van alle betrokken instellingen, zodat iedereen (ook de cliënt) weet waar hij aan toe is. Vraag bij twijfel om collegiaal advies van de gespecialiseerde zorg. Dit heeft de de voorkeur boven direct doorverwijzen, in verband met het verbreken van de werkrelatie.

  • Probeer te leren van suïcides en pogingen daartoe. Dit kan de preventie van suïcide verbeteren.

  • Zorg ervoor dat de fysieke veiligheid van cliënten gewaarborgd is. Suïcideveiligheid zou dezelfde prioriteit als brandveiligheid moeten hebben. Dat betekent dat het ontwerp van een gebouw in orde moet zijn. Het moet bijvoorbeeld onmogelijk zijn om van een hoogte te springen. Daarom moeten balkons en galerijen zijn afgeschermd, hoort een plat dak ontoegankelijk te zijn, en dient laag struikgewas breed langs het gebouw te worden aangebracht om de impact van een val te dempen. Ook de inrichting van het gebouw hoort in orde te zijn. Dat wil zeggen: het moet onmogelijk zijn om ergens een touw aan vast te maken. Gordijnrails en ophanghaken moeten bij een bepaalde belasting afbreken of losschieten. Tot slot is de omgeving van een gebouw van belang. Denk hierbij aan de afstand tot een spoorwegovergang of hoge gebouwen met een toegankelijk plat dak. Studies hebben aangetoond dat zulke maatregelen leiden tot reductie van het aantal suïcides, en dat mensen nauwelijks naar een andere vorm van suïcide grijpen.

  • Pas op voor imitatie-effecten. Suïcidaal gedrag is ‘besmettelijk’. Bij jongeren die in groepen functioneren (waaronder leefgroepen, school en vriendengroepen) bestaat het gevaar dat suïcidegedrag overgenomen wordt. Geef daarom de jongeren die dicht bij de suïcidale persoon staan of stonden extra aandacht. Vraag wat de gebeurtenissen voor hen betekenen en monitor hun gevoelens over suïcide.

  • Stel een samenhangend beleid op waarin alle bovenstaande punten zijn opgenomen.

… Meer

Aanbevelingen
Wanneer is direct ingrijpen vereist?
Reageer!