Stemmingsproblemen voor jeugdhulp en jeugdbescherming

Deze richtlijn gaat over jeugdigen die (vermoedelijk) kampen met stemmingsproblemen of stemmingsstoornissen. Onder stemmingsproblemen verstaan we bepaalde emotionele problemen die langer dan twee weken duren. Het gaat om verdriet, somberheid of labiel zijn. Met stemmingsstoornissen bedoelen we depressieve, dysthyme en bipolaire stoornissen.

Naar Hoofdstukken

Zoeken

Uit de praktijk

‘Door de richtlijn is er meer aandacht voor stemmingsproblemen dan voorheen.’

Anne Tiemessen pedagogisch medewerker

Lees het verhaal van Anne

Uit de praktijk

‘Net zo min als dat de doorsnee Nederlander bestaat, bestaat het doorsnee werkproces’

Emmy Berben Senior Beleidsadviseur onderzoek en (inhoudelijke) ontwikkeling bij Jeugdbescherming west

Lees het verhaal van Emmy Berben

?>

Aanbevelingen

  • Breng voor elke jeugdige in kaart welke risicofactoren, in stand houdende factoren en beschermende factoren van invloed zijn op het ontstaan en verergeren van stemmingsproblemen.

  • Houd bij het signaleren en vaststellen van stemmingsproblemen rekening met de fase van ontwikkeling waarin de jeugdige zich bevindt. Signalen van sombere of verdrietige stemmingen, prikkelbaarheid of verlies van interesse zijn meestal goede voorspellers van stemmingsproblemen.

  • Screen jeugdigen die binnen hoogrisicogroepen vallen en/of die een ernstige levensgebeurtenis hebben meegemaakt altijd op stemmingsproblemen.

  • Bevraag jeugdigen zelf bij het screenen op stemmingsproblemen. Bevraag ook hun ouders.

  • Gebruik een vragenlijst om de problematiek vast te stellen: de Youth Self Report (YSR), de Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ), de S-PSY (Screeningsinstrument PSYchische stoornissen), de Child Depression Inventory (CDI), de Child Behavior Checklist (CBCL) en/of de Teacher Report Form (TRF).

  • Wees erop bedacht dat stemmingsproblemen kunnen verergeren of kunnen schommelen. Evalueer de ernst van de problematiek en het resultaat van de interventies steeds weer opnieuw om verergering van de problematiek tijdig vast te kunnen stellen.

  • Raadpleeg bij ernstige stemmingsproblemen en bij stemmingsstoornissen de huisarts of de gespecialiseerde zorg over een verwijzing en/of samenwerking. Hoe ernstiger de problematiek, hoe sneller er gehandeld moet worden.

  • Schakel de huisarts of de gespecialiseerde hulp in bij comorbiditeit, bipolaire problematiek en/of wanneer je inschat dat je eigen inzet binnen de jeugdhulp en jeugdbescherming te weinig resultaat geeft. Vraag bij twijfel om collegiaal advies van de gespecialiseerde hulp.

  • Houd bij stemmingsproblemen altijd rekening met suïcidedreiging. Gedachten aan suïcide worden niet altijd geuit en signalen kunnen subtiel zijn. Neem signalen van een dreigende suïcide altijd serieus en wees alert op deze signalen.

  • Zet bij stemmingsproblemen een aanbevolen interventie in. Hierbij geldt: hoe eerder hoe beter. Indien mogelijk, betrek dan de ouders bij de interventie.

  • Betrek de omgeving van de jeugdige waar mogelijk bij de zorg en/of de behandeling. Denk hierbij aan het gezin en de school.

  • Draag bij aan de samenwerking en afstemming binnen het netwerk van hulpverleners rondom jeugdigen, door overdracht van sleutelinformatie en door afspraken over terugvalpreventie.

Netwerk Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming

28 april vond de tweede bijeenkomst van het Netwerk Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming plaats. Dit filmpje geeft een compilatie van deze middag.

Suïcidaliteit

Stemmingsproblemen vormen een grote risicofactor voor suïcidaliteit. Daarom besteden we daar in de richtlijn Stemmingsproblemen in de jeugdhulp extra aandacht aan.

Naar dit hoofdstuk

Reageer!