Scheiding en problemen van jeugdigen

Deze richtlijn gaat over kinderen en jongeren van wie de ouders uit elkaar gaan of al uit elkaar zijn. Onderzoek laat zien dat deze groep meer problemen heeft dan kinderen en jongeren uit intacte gezinnen. Zo zijn scheidingskinderen gemiddeld angstiger en depressiever. Ook presteren ze slechter op school, vertonen ze vaker gedragsproblemen, verliezen ze zich eerder in drank en drugs en hebben ze meer moeite met vriendschappen. Deze gevolgen zijn tot ver in de volwassenheid meetbaar. Volwassenen die als kind een scheiding hebben meegemaakt zijn gemiddeld lager opgeleid, hebben een lager inkomen en lopen een grotere kans om zelf te scheiden en depressieve gevoelens te ontwikkelen. In deze richtlijn worden de gevolgen, interventies en mogelijkheden voor samenwerking behandeld.

Samenwerking met ouders en met het netwerk

Aanbevelingen

  • Stel je op de hoogte van de mate van complexiteit van een ouderlijke scheiding en eventuele volgende wisselende gezinssituaties door de richtlijn te lezen en kennis te nemen van de verschillende literatuurverwijzingen. Weet dat een veranderende gezinssituatie betekent dat de ouders nieuwe rollen gaan vervullen en dat een jeugdige met stiefouders te maken kan krijgen. Deze volwassenen samen moeten goede afspraken en regelingen maken over de opvoeding. Houd in de omgang met jeugdigen in scheidingssituaties rekening met de relatieproblemen die er tussen de ex-partners kunnen spelen.

  • Stimuleer ouders door hen altijd allebei uit te nodigen voor een gezamenlijk gesprek in het belang van hun kind, en door hen te betrekken bij de (keuze voor) hulp. Dit doe je door:

    • ouders te informeren over wat scheiding of langdurige ruzie voor gevolgen kan hebben voor hun kinderen;
    • oplossingsgericht te werken en de regie zo veel mogelijk bij de ouders te leggen;
    • met ouders en jeugdige samen doelen te stellen en te besluiten hoe de begeleiding het beste aansluit bij wat zij nodig hebben;
    • ouders te wijzen op hulpverlening voor hun eigen (mentale) problemen.
  • Communiceer in je begeleiding aan ouders:

    • de noodzaak en de mogelijkheden om te leren ruzies en conflicten te beheersen;
    • de wijze waarop informatie wordt gedeeld en wie welke besluiten mag nemen in de hulpverlening.
  • Leg uit dat het voor jeugdigen belangrijk is dat ouders niet in hun bijzijn ruzie maken. Wijs de ouders er verder op dat het belangrijk is om gezamenlijke afspraken te maken. Attendeer ouders op de verschillende interventies, verwijs hen daar eventueel naar, en geef informatie en voorlichting over ouderschap na scheiding. Belangrijk aandachtspunt hierbij is een (eventuele) nieuwe partner, al dan niet met eigen kinderen. Leg daarnaast uit dat de hulpverlening zich primair richt op de jeugdige en dat alle inzet vanuit dat uitgangspunt plaatsvindt.

  • Wees bij conflictueuze scheidingssituaties extra alert op signalen van kindermishandeling en huiselijk geweld. Jeugdprofessionals moeten goed met zulke signalen om kunnen gaan. Passende maatregelen, zoals OTS, uithuisplaatsing of het benoemen van een bijzondere curator, kunnen noodzakelijk zijn.

  • Zorg dat je ouders en jeugdigen in scheidingssituaties goed begeleidt door:

    • zowel vanuit het perspectief van de jeugdige als dat van de ouders te werken;
    • een houding van meerzijdige betrokkenheid aan te nemen, waarbij je rekening houdt met zowel de belangen van de jeugdige als die van de moeder en van de vader;
    • een oplossingsgerichte aanpak te hanteren;
    • kennis te nemen van de juridische kaders bij een scheiding en de ouders te informeren over (juridische) verplichtingen;
    • de jeugdige centraal te stellen en de ouders te motiveren om hun conflicten aan te pakken;
    • samen met de ouders de nieuwe rollen inhoud en vorm te geven.
  • Zorg voor afstemming en samenwerking met verschillende professionals (zoals scholen, hulpverleners van ouders, advocaten, mediators, rechters etc.). Zo kun je samen (vroegtijdig) scheidingsproblemen signaleren en de juiste begeleiding inzetten. Ook kun je zo beter kindfactoren en scheidingsfactoren onderscheiden.

  • Zorg voor terugkoppeling van informatie, zodat voor alle betrokkenen helder is wie wat in het gezin doet.

  • Deel kennis en ervaring over scheidingsgezinnen met andere jeugdprofessionals en organisaties. Creëer ontmoetingsmomenten, bijvoorbeeld door een kenniscafé te organiseren.

  • Zorg ervoor dat je de sociale kaart in je regio kent en ook weet wat het landelijk aanbod is.

  • Geef ouders altijd de volgende adviezen:

    • Houd uw kind altijd buiten uw ruzie met de andere ouder.
    • Laat uw kind duidelijk merken dat het geen schuld heeft aan de scheiding.
    • Geef uw kind de ruimte om ook van de andere ouder te houden.
    • Spreek niet negatief over de andere ouder in het bijzijn van uw kind.
    • Maak wel duidelijk dat de scheiding definitief is.
    • Stimuleer contact van uw kind met andere scheidingskinderen (professionals kunnen eventueel verwijzen naar een van de beschikbare interventies).
    • Zoek een geschikte vorm om informatie over uw kind met uw ex-partner uit te wisselen (professionals kunnen hierbij helpen door het AMW of door een mediator in te schakelen).
  • Raad eventuele stiefouders aan niet te snel de ouderrol op zich te nemen.

… Meer

Overwegingen
Reageer!