Scheiding en problemen van jeugdigen

Interventies voor jeugdigen met gescheiden ouders

Advies over de mate van contact met beide ouders na de scheiding

Een belangrijk twistpunt tussen gescheiden ouders is de mate van contact die beide ouders na de scheiding met hun kind(eren) hebben. De jeugdprofessional zal dus vaak met deze problematiek worden geconfronteerd en moet daarom voldoende bekend zijn met de (wettelijke) regels inzake de omgang tussen ouders en kinderen. Dat betekent dat hij op de hoogte moet zijn van de Wet Bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding die op 1 maart 2009 in werking is getreden.
In deze wet staat dat ouders (van minderjarige kinderen) aan hun verzoek tot echtscheiding of beëindiging geregistreerd partnerschap een ouderschapsplan moeten toevoegen. Zijn de ouders, ondanks de hulp van een mediator of advocaat, niet in staat tot overeenstemming te komen, dan kan er soms nog wel deelovereenstemming worden bereikt. Bovendien heeft een ouder nog de mogelijkheid om alléén een verzoekschrift in te dienen. Daarin moet hij of zij dan wel aangeven waarom het niet is gelukt om samen een ouderschapsplan op te stellen. Ook moet deze ouder vermelden welke afspraken er volgens hem of haar in het ouderschapsplan moeten komen te staan. De andere ouder kan dan eventueel verweer voeren met hulp van een eigen advocaat.

Verreweg de meeste ouders (meer dan 90 procent) houden na hun scheiding gezamenlijk ouderlijk gezag over hun kinderen. In het ouderschapsplan moet dan een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) zijn afgesproken. Een ouder zonder gezag (minder dan 10 procent) heeft recht op en de plicht tot omgang met zijn kind (omgangsregeling). Contact met een van de ouders kan, al dan niet voor bepaalde tijd, worden stopgezet als het belang van de jeugdige daarom vraagt. De jeugdprofessional hoort daarom – als dat mogelijk is – de jeugdige in de gelegenheid te stellen zijn mening kenbaar te maken, zodat deze ook kan worden meegewogen.
Wanneer ouders het niet eens kunnen worden over de zorgverdeling of de omgangsregeling legt dat grote druk op de jeugdige. Hendriks wijst in dit verband op de noodzaak van de ontvlechting van de partner- en de ouderrol. Probeer als professional ouders erop te wijzen dat zij scheiden als partners, maar niet als ouders. Als de ouders als ouder-subsysteem kunnen (blijven) functioneren, kunnen ze tegen hun kind zeggen: ‘Wij hebben dit of dat afgesproken …’, in plaats van: ‘Ik zeg dit en je vader zegt dat …’. Voor kinderen is dit heel belangrijk.

In de praktijk betekent dit voor jeugdprofessionals dat na een scheiding gekeken moet worden naar de afspraken in het ouderschapsplan, en vervolgens naar de leeftijd en ontwikkeling van de jeugdige en naar datgene wat de jeugdige wil. Hoe is het gesteld met de primaire zorg voor de jeugdige en met de veiligheid in de directe omgeving? Is een passende opvoeding en verzorging gegarandeerd en is deelname aan het onderwijs goed geregeld, inclusief de omgang met leeftijdsgenoten? Is er een duidelijk toekomstperspectief voor de jeugdige? Ook is het van belang de kwaliteit van de ouder-kindrelatie na te gaan. Die kwaliteit is belangrijker voor een goede aanpassing van jeugdigen na de scheiding dan afspraken over de kwantiteit van het contact met beide ouders na de scheiding.
Op basis van alle verzamelde informatie moet naar de zorg- of omgangsregeling worden gekeken. Als blijkt dat een jeugdige ernstige problemen heeft vanwege chronische ouderlijke conflicten, is het belangrijk (nogmaals) te adviseren dat ouders hun conflicten leren beheersen, alvorens een nieuwe zorg- of omgangsregeling af te spreken. Het is wenselijk om hieraan een redelijke termijn te verbinden.
Professionals moeten weten dat aanhoudende conflicten een kenmerk kunnen zijn van een scheidingtrauma dat eerst moet worden verwerkt, voordat samenwerking tussen de ouders mogelijk is.

Vertel ouders dat het belangrijk is voor hun kind dat beide ouders instemmen met afspraken over de omgang en zorg. Ook als bemiddeling en begeleide omgang nodig is. Als hun kind erbij is, moeten ouders niet op een belastende manier over elkaar praten. Dus rustig zonder stemverheffing. Maak ouders duidelijk dat hun kind lijdt onder hun ruzies. Enkele tips:

  • Breng met ouders de pijnpunten in kaart, werk aan het vertrouwen en de motivatie tijdens de kennismakingsfase.

  • Benader de ouders in de communicatie met hen steeds vanuit hun rol als ouder in plaats van als ex-partner.

  • Heb oog voor de stem van het kind: breng de meningen, ideeën en wensen van het kind in kaart.

  • Werk samen met het netwerk om de gemaakte afspraken vorm te geven.

… Meer

Algemene adviezen naar leeftijd van de jeugdigen
Inleiding
Reageer!