Scheiding en problemen van jeugdigen

Deze richtlijn gaat over kinderen en jongeren van wie de ouders uit elkaar gaan of al uit elkaar zijn. Onderzoek laat zien dat deze groep meer problemen heeft dan kinderen en jongeren uit intacte gezinnen. Zo zijn scheidingskinderen gemiddeld angstiger en depressiever. Ook presteren ze slechter op school, vertonen ze vaker gedragsproblemen, verliezen ze zich eerder in drank en drugs en hebben ze meer moeite met vriendschappen. Deze gevolgen zijn tot ver in de volwassenheid meetbaar. Volwassenen die als kind een scheiding hebben meegemaakt zijn gemiddeld lager opgeleid, hebben een lager inkomen en lopen een grotere kans om zelf te scheiden en depressieve gevoelens te ontwikkelen. In deze richtlijn worden de gevolgen, interventies en mogelijkheden voor samenwerking behandeld.

Informatie voor ouders

Inleiding

Kinderen van gescheiden ouders hebben het vaak niet makkelijk. Gedurende de periode rond de scheiding hebben ze meer problemen dan kinderen van ongescheiden ouders. Van die problemen kunnen ze lang last blijven houden, ook nog als ze volwassen zijn.

Gelukkig gaat het met de meeste kinderen na verloop van tijd weer goed. De problemen die ze hebben, kunnen ook nogal verschillen. Van een scheiding met heel veel geruzie – een zogenaamde vechtscheiding – heeft een kind meer last dan van een scheiding waarbij de ouders nog wel contact met elkaar hebben. Conflicten tussen de ouders kunnen zelfs zo heftig zijn en zo lang duren, dat er voor een kind niets anders op zit dan partij te kiezen. Soms wil een kind de andere ouder zelfs niet meer zien. Dit komt gelukkig niet vaak voor.

Ook u bent een gescheiden ouder of u bent in een scheiding verwikkeld. Om u en uw kind beter te kunnen helpen, is deze Richtlijn Scheiding en problemen van jeugdigen voor jeugdhulp en jeugdbescherming opgesteld. Hierin staat wat hulpverleners in de jeugdhulp samen met u kunnen doen om het leven van u en uw kind zo makkelijk mogelijk te maken.

Hier vatten we de richtlijn kort samen. Het is handig als u van deze richtlijn op de hoogte bent. Zo weet u wat u van hulpverleners in de jeugdhulp en jeugdbescherming kunt verwachten. Ook kunt u deze informatie gebruiken als hulpmiddel bij het overleg met uw hulpverlener.

De aanmelding

Het is vaak moeilijk om te bepalen in hoeverre de problemen van kinderen te maken hebben met problemen tussen de ouders. Daarom worden altijd beide ouders uitgenodigd als een kind van ruziënde of gescheiden ouders bij jeugdhulp terechtkomt. De hulpverlener vraagt de ouders dan uitgebreid naar de gezinssituatie. Ook als de scheiding en/of de conflicten thuis niet de directe aanleiding zijn voor de aanmelding.

Uw hulpverlener wil dus een hoop weten. Over de problemen van uw kind, maar ook over de problemen tussen u en uw (ex-)partner. Om niets te vergeten kan hij of zij gebruik maken van een vragenlijst. Ook kan hij, na uw toestemming, contact opnemen met bijvoorbeeld de huisarts of de school van uw kind.

De begeleiding: gericht op kind en ouders

Als de scheiding en/of de conflicten thuis de problemen van uw kind (mede) veroorzaken, komt de begeleiding op gang. De begeleiding richt zich zowel op uw kind als op u, de ouders. Zo zal uw hulpverlener u uitleggen hoe belangrijk het is om geen ruzie te maken in aanwezigheid van uw kind. En hoe belangrijk het is om tot gezamenlijke afspraken te komen.

Er zijn speciale programma’s voor ouders om te leren beter met elkaar om te gaan. Uw hulpverlener zal u stimuleren om samen met uw ex-partner zo’n programma te volgen. Ook mediation (conflictbemiddeling) kan helpen, net als individuele therapie. Daarnaast zijn er programma’s voor kinderen (en ouders), zoals KIES, !JES Het Brugproject of Dappere Dino’s (CODIP-NL 6-8 jaar). Zulke programma’s leren kinderen hoe ze beter met de scheiding kunnen omgaan. Uw hulpverlener zal u stimuleren uw kind ook aan een van deze programma’s te laten deelnemen.

Het kan ook zijn dat er een (nieuwe) omgangsregeling moet worden vastgesteld. Uw hulpverlener zal met u proberen tot een goede omgangsregeling te komen. Daarbij houdt hij rekening met de leeftijd van uw kind, de band die hij met u beiden heeft, de samenstelling van uw (vroegere) gezin en uw huidige woonsituatie. Ook de manier waarop u als ouders met elkaar omgaat telt mee. Wanneer de scheidingsproblematiek de ontwikkeling van kinderen ernstig bedreigt en mede aanleiding is voor het opleggen van een ondertoezichtstelling, moet de hulpverlener bepalen of de scheiding een bedreiging vormt voor de ontwikkeling van het kind.

Zijn er nieuwe stiefouders in het spel, dan krijgen zij het advies om zich de eerste tijd niet te actief als ouder op te stellen. Er zijn speciale groepsbijeenkomsten voor stiefouders en hun partners. Daar zal uw hulpverlener op wijzen. Daarnaast wijst uw hulpverlener u op uw centrale functie binnen uw nieuwe gezin. Het is belangrijk dat u uw nieuwe partner en uw kind helpt om met elkaar een band op te bouwen. Daarvoor is tijd en aandacht nodig.

Wat kunt u van uw hulpverlener verwachten?

Uw hulpverlener van jeugdhulp weet veel af van scheidingen en de gevolgen daarvan voor kinderen. Zo is hij op de hoogte van de mogelijkheden bij u in de buurt om hulp te krijgen. Zowel voor uw kind als voor uzelf of voor het hele gezin. Dat is handig, want zo kan hij voorkomen dat u eindeloos op zoek moet naar de juiste hulp.
Gewoonlijk nodigt de hulpverlener steeds beide ouders uit voor een gesprek als het om hun kind gaat. Ook betrekt hij hen doorgaans allebei bij de keuze voor beschikbare hulp, en bij de hulp zelf. Van uw hulpverlener mag u dus verwachten dat hij u goed op de hoogte houdt en probeert samen met u tot beslissingen te komen. U bent tenslotte de ouders, dus u heeft het recht om te weten wat er speelt en om daarover mee te praten. Het is in het belang van uw kind dat u zich samen inzet.

De hulpverlener neemt, met uw toestemming, ook contact op met andere mensen die met uw kind te maken hebben. Denk bijvoorbeeld aan de leerkracht(en) van uw kind, advocaten, mediators en/of de rechter. Uw hulpverlener zorgt ervoor dat deze partijen contact met elkaar houden, met elkaar samenwerken en hun beslissingen en adviezen op elkaar afstemmen.

Tips voor ouders

Als ouder bent u vanzelfsprekend verantwoordelijk voor de opvoeding en ontwikkeling van
uw kind. Wanneer u het gezag over uw kind heeft, is het uw recht (en ook uw plicht) om uw minderjarige kind te verzorgen en op te voeden. Uw kind blijft altijd uw kind, ook als uw kind (tijdelijk) niet bij u woont, u het gezag niet heeft of u (tijdelijk) het gezag niet volledig mag uitoefenen omdat er een ondertoezichtstelling is.

Blijf dus altijd betrokken en houd zelf zo veel mogelijk de regie. Uw hulpverlener onderzoekt met u wat uw mogelijkheden zijn: wat wilt en kunt u doen om uw zoon of dochter verder te helpen? Sta open voor adviezen. Laat ook uw mening blijken. Geef het bijvoorbeeld op tijd aan als een advies niet bij u of uw kind past, en kijk samen met uw hulpverlener wat u daaraan kunt doen.

Meer informatie?

Deze Richtlijn Scheiding en problemen van jeugdigen voor jeugdhulp en jeugdbescherming is gebaseerd op literatuur en gesprekken met deskundigen en cliënten. De richtlijn kunt u nalezen op richtlijnenjeugdhulp.nl. Zie ook de bijlage in de bijbehorende PDF.

Reageer!