Scheiding en problemen van jeugdigen

Gevolgen van een ouderlijke scheiding voor jeugdigen

(Stief)broers, (stief)zussen en stiefouders

Volgens het CBS betreffen scheidingen waarbij minderjarigen zijn betrokken in ongeveer 36 procent gezinnen met één kind, in ongeveer 47 procent gezinnen met twee kinderen en in ongeveer 17 procent gezinnen met drie of meer kinderen. Vervolgens is uit onderzoek bekend dat ongeveer 66 procent van de jeugdigen na de scheiding bij moeder woont, ongeveer 7 procent bij vader en ongeveer 27 procent afwisselend bij moeder en vader (co-ouderschap). Uit de praktijk blijkt dat broers en zussen meestal niet worden gescheiden.

Over het wonen van jeugdigen in nieuw-samengestelde gezinnen of stiefgezinnen is veel geschreven. Is de ouderlijke scheiding voor jeugdigen al een moeilijke periode, uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat de vorming van een samengesteld gezin nog meer stress bij jeugdigen kan veroorzaken dan de scheiding van de ouders. Jeugdigen vinden dat zij te weinig tijd krijgen om de scheiding te verwerken en te wennen aan de nieuwe volwassene in het gezin. Jeugdigen zeggen vaak dat de nieuwe partner zich te veel en te snel bemoeit met de opvoeding. Ook moeten zij de aandacht van hun ouder delen met de nieuwe partner. Ten slotte blijkt dat in een stiefgezin nogal eens sprake is van verschillende opvoedstijlen en van te weinig communicatie daarover.

Uit onderzoek in Vlaanderen en Nederland blijkt dat ongeveer 60 procent van alle scheidingskinderen in een stiefgezin woont. In Nederland gaat het om ongeveer tweehonderdduizend stiefgezinnen. Bovendien hebben veel jeugdigen tijdens hun verblijf bij de uitwonende ouder te maken met diens nieuwe partner (parttime stiefgezinnen). Jeugdigen kunnen verschillende problemen ervaren in stiefvader- of stiefmoedergezinnen.

Verschillen tussen stiefvadergezinnen en stiefmoedergezinnen:

  • Stiefmoeders zetten zich vaak erg in voor de opvoeding van de kinderen van hun partner.

  • Partners verwachten van de stiefmoeder dat zij er volledig is voor de kinderen.

  • Aan stiefmoeders worden door de andere familieleden, maar ook door vrienden, buren en school, hogere eisen gesteld dan aan stiefvaders wat betreft betrokkenheid en inlevingsvermogen.

  • Stiefmoeders zijn vaak kritischer over de opvoeding door hun partner dan stiefvaders.

  • Stiefmoeders nemen meer waar aan de kinderen dan stiefvaders, mede doordat zij meer uren met de kinderen doorbrengen.

  • Stiefvaders laten de opvoeding vooral over aan de biologische moeder.

  • Partners verwachten van de stiefvader niet dat hij er volledig is voor de kinderen.

  • Stiefvaders ontvangen eerder complimenten dan stiefmoeders wanneer ze optrekken met hun stiefkind.

  • Stiefvaders willen vaak meer dan stiefmoeders hun autoriteit laten gelden.

  • Van stiefvaders wordt vaker een financiële bijdrage verwacht voor de stiefkinderen dan van stiefmoeders. De omgeving vindt het normaal dat de stiefvader financieel voor de stiefkinderen zorgt.

… Meer

Risicofactoren
Ernstige gevolgen
Reageer!