Scheiding en problemen van jeugdigen

Deze richtlijn gaat over kinderen en jongeren van wie de ouders uit elkaar gaan of al uit elkaar zijn. Onderzoek laat zien dat deze groep meer problemen heeft dan kinderen en jongeren uit intacte gezinnen. Zo zijn scheidingskinderen gemiddeld angstiger en depressiever. Ook presteren ze slechter op school, vertonen ze vaker gedragsproblemen, verliezen ze zich eerder in drank en drugs en hebben ze meer moeite met vriendschappen. Deze gevolgen zijn tot ver in de volwassenheid meetbaar. Volwassenen die als kind een scheiding hebben meegemaakt zijn gemiddeld lager opgeleid, hebben een lager inkomen en lopen een grotere kans om zelf te scheiden en depressieve gevoelens te ontwikkelen. In deze richtlijn worden de gevolgen, interventies en mogelijkheden voor samenwerking behandeld.

Gevolgen van een ouderlijke scheiding voor jeugdigen

Aanbevelingen

  • Neem kennis van de cijfers, van de belangrijkste risicofactoren en van de belangrijkste gevolgen van ouderlijke scheiding voor jeugdigen. Lees hiervoor de richtlijn en relevante literatuurverwijzingen. Start met het “Handboek scheiden en de kinderen”. Dit boek geeft een goed beeld van sociaalwetenschappelijk onderzoek, de wetgeving en het hulpaanbod voor jeugdigen en ouders.

  • Weet dat naar schatting per jaar ongeveer twintigduizend thuiswonende scheidingskinderen ernstige problemen door scheiding ondervinden. Bij ongeveer zevenduizend jeugdigen speelt oudervervreemding of ouderafwijzing, bij oudere jeugdigen iets vaker dan bij jongere.

  • Realiseer je dat het gaat om zowel gevolgen op kortere termijn (zoals externaliserende en internaliserende problematiek), als om gevolgen op langere termijn (zoals een lager opleidingsniveau, meer kans op depressiviteit en een groter eigen scheidingsrisico).

  • Stel je op de hoogte van enkele specifieke (ernstige) problemen die zich kunnen voordoen bij jeugdigen na een ouderlijke scheiding, zoals loyaliteitsconflicten, parentificatie, oudervervreemding en ouderafwijzing.

  • Weet dat ook baby’s en jonge kinderen ernstige gevolgen van een ouderlijke scheiding kunnen ondervinden.

  • Besef dat jeugdigen door een vechtscheiding te maken kunnen krijgen met huiselijk geweld en kindermishandeling. Ook het getuige zijn van geweld tegen een ouder kan een jeugdige ernstige schade toebrengen. Lees literatuur over vechtscheidingen en ouderschap. Lees ook de Richtlijn Kindermishandeling voor jeugdhulp en jeugdbescherming waarin onder andere staat beschreven wat jeugdprofessionals moeten doen bij signalen van en risicofactoren voor kindermishandeling en hoe zij hierin kunnen handelen.

  • Ga bij de intake altijd na of de ouders in scheiding liggen en/of veel ouderlijke conflicten hebben. Breng de actuele gezinssituatie in kaart door bij de intake beide ouders te bevragen naar de verdeling van het gezag, de woonsituatie en eventuele nieuwe gezinsleden.

  • Als er sprake is van een scheiding of van heftige ouderlijke conflicten, breng dan de problemen van de jeugdige in kaart. Gebruik een vragenlijst of intakeformulier bij de jeugdige en beide ouders waarbij aandacht is voor 1. de aard, ernst, fase en het type van de scheiding en de reactie van de jeugdige hierop; 2. de belangrijkste risicofactoren van de scheiding voor de jeugdige; en 3. de gevolgen van de ouderlijke scheiding voor de jeugdige. En maak een inschatting van eventuele bijzondere persoonskenmerken, waaronder een lichte verstandelijke beperking (LVB).

  • Overweeg meerdere informanten (de jeugdige zelf, de school, familieleden, de huisarts) te horen. Daarmee vergroot je de kans dat de jeugdige en de ouders passende hulp krijgen.

  • Deel met andere professionals binnen je organisatie en daarbuiten (zoals het onderwijs en het juridische werkveld) kennis en ervaringen over deze problematiek. Bespreek in casus-overleggen of werkbesprekingen hoe je als professional omgaat met dilemma’s die je in het contact met ouders tegenkomt. Bijvoorbeeld als bij hen de focus nog te veel ligt op scheiden als partners en minder of niet als ouders. Hoe ga je hiermee om?

  • Ga na of er sprake is van gezamenlijk ouderlijk gezag, eenhoofdig gezag of een andere gezagsregeling. Meestal hebben beide ouders na de scheiding gezamenlijk ouderlijk gezag. Dan is voor hulp aan de jeugdige toestemming van beide ouders nodig. Ook wanneer een ouder geen gezag heeft maar de jeugdige wel heeft erkend, heeft die ouder recht op informatie over de hulp aan de jeugdige, net zoals de gezaghebbende ouder. Die informatievoorziening gaat in de praktijk nogal eens mis.

  • Vraag tijdens de intake naar de thuissituatie van de jeugdige. Informeer ook regelmatig naar eventuele wijzigingen omdat de thuissituatie vaak complex is en aan verandering onderhevig.

  • Informeer bij de intake naar de specifieke gezinssituatie. Weet dat bij nieuwe gezinnen na een scheiding de gezinsverhoudingen nog complexer worden. De (nieuwe) partners moeten relationeel en pedagogisch tot een nieuw evenwicht komen: hoe om te gaan met elkaar en hoe om te gaan met de ouderrol en opvoeding van de (stief)kinderen. Weet dat er vaak sprake is van te weinig communicatie en te hoge (vaak impliciete) verwachtingen.

  • Als er geen sprake is van scheiding of van heftige ouderlijke conflicten, volg dan de diagnostiek en behandeling ‘as usual’, afhankelijk van de problemen bij aanmelding. Raadpleeg hiervoor ook de bijbehorende richtlijn.

… Meer

Overwegingen
Reageer!