Problematische gehechtheid

Definitie

Verschillende vormen van onveilige gehechtheid

Bij jonge kinderen die veilig gehecht zijn aan hun ouder(s), is er een balans tussen het verkennen van de omgeving (exploreren) en het zoeken van de nabijheid van de ouder. Zolang de ouder in de buurt is, voelt het kind zich op zijn gemak en kan het de omgeving verkennen. Maar zodra het kind bang of verdrietig is, staakt het kind zijn spel om de nabijheid van de ouder op te zoeken. De ouder biedt zowel de veilige uitvalsbasis van waaruit het kind de omgeving kan verkennen, als de landingshaven waarnaar het kind terugkeert bij spanning of angst. Bij onveilig gehechte kinderen is deze balans zoek. In het ene uiterste fungeert de ouder niet als veilige uitvalsbasis, waardoor het kind nauwelijks aan exploratie en spel toekomt. Het kind is altijd bezig met nabijheid zoeken. In het andere uiterste fungeert de ouder niet als veilige haven bij wie het kind troost kan vinden. Het kind is vooral aan het exploreren, en zoekt vrijwel nooit troost – zelfs als het van streek is. Kenmerkend voor onveilig gehechte kinderen is het gebrek aan vertrouwen in zichzelf en in hun omgeving.

Kenmerkend voor onveilig gehechte kinderen is het gebrek aan vertrouwen in zichzelf en in hun omgeving.

Drie vormen van onveilige gehechtheidsrelaties

Onder de noemer van ‘onveilig gehecht’ worden drie verschillende vormen van onveilige gehechtheidsrelaties onderscheiden: vermijdende, ambivalente en gedesorganiseerde gehechtheid. Deze vormen van onveilige gehechtheid resulteren in verschillend gedrag:

  • Vermijdend-gehechte kinderen hebben, na veelvuldig te zijn afgewezen, geleerd geen beroep meer te doen op hun ouders als ze stress ervaren. Deze kinderen richten hun pijn, verdriet of angst eerder naar binnen, of reageren agressief bij spanning. In sociale contacten houden ze liever afstand, ze kunnen hun eigen boontjes wel doppen.

     

  • Ambivalent-gehechte kinderen zijn vooral onzeker door het sterk wisselende, inconsistente gedrag van hun ouders. Ze zoeken voortdurend nabijheid, zijn soms erg aanhankelijk, passief of boos. Ze missen het zelfvertrouwen van een veilig gehecht kind.

     

  • Een derde groep kinderen is gedesorganiseerd/verstoord-gehecht aan de ouders. Van deze kinderen wordt ook wel gezegd dat ze een ‘verstoorde gehechtheidsrelatie’ met hun ouders hebben. Deze kinderen zijn doorgaans opgegroeid met ouders die zowel een bron van steun als bron van angst zijn, bijvoorbeeld doordat de ouders het kind mishandelen of depressief zijn. Of doordat een ouder het kind niet kan beschermen tegen het geweld dat plaatsvindt in het gezin. Het jonge kind kan zich niet aanpassen aan deze onoplosbare paradox en laat daarom vreemd, gedesorganiseerd gedrag zien, zoals nabijheid zoeken bij vreemde mensen, of gaan huilen als het zijn ouder weer ziet na een korte scheiding. Oudere kinderen kunnen extreem angstig, controlerend en bazig gedrag laten zien.

     

… Meer

Reactieve Hechtingsstoornis

In de DSM-5 wordt gesproken van de reactieve hechtingsstoornis. Dit is een psychische aandoening waarbij een jong kind er niet in slaagt een gehechtheidsrelatie aan te gaan met zijn ouders of verzorgers. De stoornis komt alleen voor in extreme situaties van verwaarlozing, mishandeling of frequente wisseling van verzorgers, en kan niet verklaard worden door een ontwikkelingsachterstand. Volgens een schatting gebaseerd op de DSM III-R classificatie, heeft ongeveer 1 procent van alle kinderen een hechtingsstoornis.

Volgens een schatting gebaseerd op de DSM III-R classificatie, heeft ongeveer 1 procent van alle kinderen een hechtingsstoornis.

Richters en Volkmar (1994)

Wil je hier op reageren of heb je vragen? Neem dan contact met ons op.

Wat kunnen jeugdprofessionals doen?
Problematische gehechtheid: een definitie
Reageer!