Ervaringsverhaal

Ontwikkelaar Marjan de Lange krijgt een aantal kritische vragen voorgelegd, naar aanleiding van de proefinvoer richtlijn Ernstige Gedragsproblemen.

Marjan de Lange, senior adviseur Nederlands Jeugdinstituut

Het vaststellen van problemen zou altijd moeten gebeuren in dialoog met de cliënt.

Jeugdzorgwerker: Kan je me vertellen wat het voordeel is van zo’n vaststaand label als ‘ernstige gedragsproblemen’?

Marjan: Hoewel er zeker risico’s zijn aan ‘labels’ (stigmatisering, niet meer naar het individuele kind en zijn ouders kijken, er niet meer vanaf komen) bieden ze ook voordelen. Zo kunnen professionals beter met elkaar communiceren en lopen zij iets minder kans op spraakverwarring. Ook biedt het de mogelijkheid om kennis over bepaalde problemen te verzamelen. Onderzoeksresultaten zijn beter uitwisselbaar als we weten over welk type problemen het onderzoek gaat. Ten slotte biedt het de mogelijkheid om richtlijnen op te stellen voor de diagnostiek en aanpak van deze problemen. Dit helpt professionals bij de keuze voor methodische interventies. Ze hoeven niet zelf elke keer het wiel uit te vinden, maar kunnen zich in hun professionele oordeel baseren op methoden die zijn getoetst in wetenschappelijk onderzoek, tot stand zijn gekomen op basis van overeenstemming onder deskundigen en die de voorkeur genieten van cliënten. Dit bevordert het behalen van de best mogelijke resultaten.

‘Labels’ zijn overigens niet vaststaand. Kinderen zijn zich nog aan het ontwikkelen en een nieuwe ontwikkelingsfase of een nieuwe omgeving kan soms op zichzelf al leiden tot vermindering van problemen. Bovendien hoeven kinderen die ‘ernstige gedragsproblemen’ hebben, die niet altijd te houden. Gelukkig zijn er zeer goede behandelmethoden, zoals de inzet van een gedragstherapeutische oudertraining (onder de 12 jaar), cognitieve gedragstherapie (zo nodig vanaf 8 jaar) en een multisysteeminterventie (boven de 12 jaar) die bijdragen aan vermindering van gedragsproblemen en versterking van een positieve opvoedingsomgeving.

Jeugdzorgwerker: Wat is het voordeel van aansluiten bij de labels van de cliënt?

Marjan: De richtlijn Ernstige Gedragsproblemen beveelt aan dat het vaststellen van problemen altijd gebeurt in dialoog met de cliënt. Er moet sprake zijn van gezamenlijke besluitvorming (shared decision making) tussen cliënt en hulpverlener. Daarbij komen de deskundigheid van de professional over het vaststellen van bepaalde problemen en de best in te zetten interventie samen met de deskundigheid van de cliënt over zijn eigen visie op het probleem en de beste oplossing. Door aan te sluiten bij het verhaal en de ‘labels’ van de cliënt, maar ook bij zijn oplossingsrichtingen, neemt de kans op een goede werkrelatie en motivatie bij de cliënt toe (belangrijke algemeen werkzame factoren). Je professionele deskundigheid zet je in door aan de oplossingsrichtingen van je cliënt elementen toe te voegen, waarvan we weten dat ze bijdragen aan goede resultaten. Het is aan het professionele oordeel van de hulpverlener of hij daarbij de ‘labels’ die hij voor zijn eigen professionele oordeel hanteert ook communiceert met zijn cliënt.

Jeugdzorgwerker: Hoe zorg je dat labels en richtlijnen niet stigmatiserend werken?

Marjan: Een belangrijke eerste stap is je bewust zijn van de risico’s. Elke professional zou er op gericht moeten zijn de voordelen van het werken met ‘labels’ en richtlijnen zoveel mogelijk te benutten, zonder voorbij te gaan aan de risico’s. Het is daarom ook de vraag of je jouw ‘label’ altijd moet vertellen aan je cliënt. Wanneer het je cliënt erkenning en begrip geeft, of wanneer er hierdoor meer begrip ontstaat bij de omgeving van je cliënt, dan kan je cliënt baat hebben bij het ‘label’. Als je verwacht dat je cliënt erdoor in verwarring raakt, de strijd met je zal aangaan of gedemotiveerd raakt, dan zou het wel eens veel verstandiger kunnen zijn het ‘label’ vooral te gebruiken voor je eigen professionele oordeel en de keuze voor bepaalde interventies.