Ervaringsverhaal

Jasper van Kesteren is werkzaam als gedragsdeskundige bij Bureau Jeugdzorg Gelderland. Hij is betrokken geweest bij de proefinvoering van de Richtlijn Uithuisplaatsing en Richtlijn Crisisplaatsing.

Jasper van Kesteren, Gedragsdeskundige

Duidelijkheid over perspectief

Bij de proefinvoering van de richtlijnen Crisisplaatsing en Uithuisplaatsing werd mij duidelijk dat wij als unit, wat betreft het aanvragen van een onderzoek door de Raad van de Kinderbescherming, grotendeels volgens de richtlijnen werken. De richtlijnen geven ook duidelijkheid over het thuisplaatsen van kinderen en jongeren. Dit was voor mij een eye-opener.

De richtlijnen geven aan binnen welke termijn de cliënt en zijn of haar ouders duidelijkheid krijgen over de reden van uithuisplaatsing en wat er moet veranderen voordat de cliënt terug naar huis kan. Daarmee geven de richtlijnen aan op welke termijn je duidelijkheid moet geven over het perspectief. Het is voor hulpverleners soms moeilijk om te beseffen in wat voor een onzekere situatie kinderen of jongeren en hun ouders zich bevinden wanneer een kind uit huis is geplaatst. Ouders weten vaak onvoldoende wat de reden hiervan is en wat er moet veranderen om hun zoon of dochter weer thuis te kunnen laten wonen.

Voor hulpverleners die met uithuisgeplaatste cliënten en hun ouders werken ligt hier een grote uitdaging. Kennen de hulpverleners de in de richtlijn genoemde termijnen wat betreft duidelijkheid over het perspectief? Een half jaar voor jeugdigen tot vijf jaar en een termijn van één jaar voor jeugdigen ouder dan vijf jaar. Daarnaast wordt ouders en jeugdigen, mogelijk tegen beter weten in, voorgehouden dat de kinderen mogelijk nog naar huis gaan komen door jarenlang een ondertoezichtstelling (OTS) te handhaven. In een dergelijke situatie past het beter om de hulpverlening ‘onder’ een verderstrekkende maatregel voort te zetten. Zo’n verderstrekkende maatregel maakt gelijk duidelijk dat het kind of de jongere waarschijnlijk niet meer terug naar huis geplaatst wordt.