Ervaringsverhaal

Ghita Zwier

Ghita Zwier ervaarde de richtlijnen als erg waardevol toen ze met een collega voor een moeilijk dilemma stond. Samen kijken ze terug.

Ghita Zwier, Gedragswetenschapper Regiecentrum Bescherming en Veiligheid

Zeker bij een ingrijpende beslissing helpen de richtlijnen om goed te onderbouwen

Een gezinsvoogd en een gedragswetenschapper van Regiecentrum Bescherming en Veiligheid in Friesland werden in een casus geconfronteerd met een moeilijk dilemma. De richtlijnen bleken erg waardevol om goed te wegen en de beslissing gedegen te onderbouwen. Dit maakt ook collega’s enthousiast om de richtlijnen in de dagelijkse praktijk te gebruiken. Beide professionals kijken samen terug.

‘We hadden een casus van een jongen van 14 jaar met een autismespectrumstoornis. Tussen de ouders is sprake van een langdurige complexe echtscheiding. De jongen had een omgangsregeling met zijn vader, maar weigerde sinds enkele maanden naar zijn vader toe te gaan. Hij was angstig voor zijn vader en kreeg dusdanige stress van het contact met hem dat hij er lichamelijke klachten van kreeg. De vader wilde wel contact en was bezig met een juridische procedure om de omgang weer tot stand te brengen. De ouders hadden inmiddels binnen het vrijwillige kader verschillende trajecten gevolgd gericht op het verbeteren van de onderlinge communicatie, en meerdere interventies waren ingezet. Maar zonder succes. Uiteindelijk is een ondertoezichtstellingsmaatregel uitgesproken.’

Ingrijpend besluit

‘Als gezinsvoogd heb ik de ouders samen uitgenodigd voor een gesprek. Daarna hebben we de omgang van de jongen met zijn vader onder begeleiding opgestart. Dit verliep moeizaam. De jongen was erg gespannen, wilde zijn vader niet begroeten en aankijken, en zocht minimaal contact met zijn vader. Na drie of vier omgangen was er geen positieve ontwikkeling in het contact. Dit hebben we met de ouders en de jongen besproken en we hebben gekeken of hun netwerk hierin een rol kon spelen. Maar bij alles wat we deden was het duidelijk: de jongen wilde absoluut geen contact en was hier volhardend in.’

‘De interventies die de gezinsvoogd had ingezet, hadden niet het gewenste effect. De jongen gaf aan er vooral hinder van te ondervinden en vroeg nadrukkelijk om zijn wens te respecteren om geen contact te hebben. Dus moesten we een kernbeslissing nemen: gaan we wel of niet door met het inzetten van interventies gericht op herstel van de omgang? Dat is nogal een ingrijpend besluit, omdat het gaat over het contact met een van de biologische ouders, een recht van ieder kind. Inmiddels was ik als gedragswetenschapper betrokken bij de richtlijnen en was ik eveneens bij een landelijke aanjagersbijeenkomst geweest. Dus ik zei: laten we de richtlijnen erbij pakken.’

Onbewust bekwaam

‘We deden dat vooral om de kernbeslissing goed te kunnen wegen en onderbouwen. Maar met de richtlijnen konden we ook goed reflecteren op wat we tot dat moment gedaan hadden. En toen bleek dat we vanaf de start van de maatregel volgens de richtlijnen ‘Samen beslissen’ en ‘Scheiding en problemen van jeugdigen’ hadden gewerkt. We waren eigenlijk onbewust bekwaam. We waren steeds met iedereen in overleg en hadden alle stappen samen met de ouders en de jeugdige gezet. Zeker als je jezelf geplaatst ziet voor zo’n ingrijpende kernbeslissing, is het fijn om jezelf te toetsen: hebben we alles gedaan, hebben we niets over het hoofd gezien?’

‘In de richtlijnen hebben we vooral kaders gezocht om ons advies te onderbouwen. Wat zegt de wet, wat zegt het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind? En ook inhoudelijk: wat zijn de ontwikkelingsbelangen van het kind en welk belang is bovenliggend? We vonden mooie kaders die we vervolgens hebben getrechterd naar dit individuele kind in deze individuele situatie. Ook hebben we vanuit de richtlijn Samen beslissen veel gewicht gegeven aan de stem van de jongen. Hij was immers 14 jaar en heel nadrukkelijk in zijn wens. De richtlijnen waren heel helpend voor het onderbouwen van ons verzoek aan de rechtbank om, in deze situatie voor dit kind, de omgang tijdelijk stop te zetten. Qua inhoudelijke inzichten hadden we misschien ook zonder de richtlijnen een verzoek kunnen schrijven. Uiteindelijk is het onze professionele afweging op casusniveau. Maar de kaders helpen bij het nemen en onderbouwen van zo’n besluit. En nu is het niet alleen iets wat wij bedenken, maar wordt het ondersteund door wetenschappelijk onderzoek waarop de landelijke richtlijnen zijn gebaseerd.’

Sterker het gesprek in

‘Zo heb ik dat ook gecommuniceerd met de ouders. Het was niet alleen een besluit van deze organisatie, maar werd breed gedragen vanuit de richtlijnen. Hierdoor voelde ik me sterker om het gesprek met de ouders aan te gaan en hun vragen te beantwoorden. De richtlijnen hielpen om de beslissing te onderbouwen en op heldere wijze uit te leggen.’

‘Als gedragswetenschapper vond ik het helpend omdat ik dit een complex besluit vond, waarbij we verschillende belangen tegen elkaar moesten afwegen. Het is nogal wat voor alle betrokkenen. Maar op basis van de richtlijnen kunnen we zeggen dat we vanuit het belang van het kind zorgvuldig hebben gewogen en besloten.’

‘Het helpt te objectiveren wat je doet. Dat steunt je onder meer bij het formuleren en indienen van een verzoekschrift bij de rechtbank. De kinderrechter ging in op verschillende punten waarbij de richtlijnen voor mij als gezinsvoogd helpend waren in de toelichting op het verzoek. Het belang van de jeugdige bleef daarmee centraal staan.’

Meerwaarde in de praktijk

‘Wij hebben een methodische casu├»stiekgroep, waar kernbesluiten worden genomen en dilemma’s worden besproken in een multidisciplinaire samenstelling. Daarin hebben wij deze casus als good practice ingebracht. Als gedragwetenschappers proberen we op dit soort momenten de richtlijnen vanuit de praktijk onder de aandacht te brengen. Zo heeft een gezinsvoogd er direct profijt van en ziet er de meerwaarde van. Dat is natuurlijk heel anders dan als je een cursus krijgt. Nu hebben we het toegepast op een moeilijk dilemma, en met een positief effect. Ik geloof dat dit mensen erg kan motiveren om met de richtlijnen te gaan werken.’

‘Gezinsvoogden zijn mensen van de praktijk. Deze casus maakt duidelijk wat je in de praktijk aan de richtlijnen kan hebben. Zo is dit een stimulans voor ons allemaal om de richtlijnen er van tijd tot tijd bij te pakken, zeker in moeilijke situaties.’