Ervaringsverhaal

Over de implementatie van de Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming bij Jeugdbescherming west

Emmy Berben, Senior Beleidsadviseur onderzoek en (inhoudelijke) ontwikkeling bij Jeugdbescherming west

Net zo min als dat de doorsnee Nederlander bestaat, bestaat het doorsnee werkproces

Ruim 800 pagina’s richtlijn, 1600 pagina’s onderbouwing, 50 werkkaarten en 44 pagina’s toelichting voor ouders. Tot die optelsom kwam ik aan het begin van het nieuwe jaar. In 2015 hebben we bij Jeugdbescherming west de eerste stappen gezet in de implementatie van de Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming. Van die som krijg ik het ook zonder de woelige achtergrond van onrust en reorganisatie behoorlijk benauwd. Gelukkig herinner ik me een uitspraak op het slotsymposium over de richtlijnontwikkeling op 30 november, waar ik – en velen met mij – blij van werd: ‘Richtlijnen zijn niet wat je moet, maar wat je doet’. Zo ingewikkeld hoeft het dus niet te zijn.

Gewoon het dagelijks werk
Eigenlijk beschrijven richtlijnen gewoon het dagelijkse werk van de professional in de zorg aan kinderen en hun ouders. Het is niets nieuws. Kan het zo makkelijk zijn? Zit er niet ergens een addertje onder het gras? Waarom al die heisa over een beschrijving van de manier waarop professionals hun werk al doen – ook zonder die beschrijving? Aan een richtlijn werken wetenschappers, hulpverleners, beroepsverenigingen en ouders mee. Zo’n richtlijn bundelt dus theoretisch wetenschappelijke en praktische kennis, ervaringen en wensen over een bepaald onderwerp. Het is een soort doorsnee. En daar zit denk ik dat addertje. Want net zo min als dat de doorsnee Nederlander bestaat, bestaat het doorsnee werkproces. Ook al lijkt je werk nog zo op hetgeen beschreven staat in een richtlijn, op sommige punten verschilt het. En de verschillen en overeenkomsten zie je pas wanneer je daar bewust bij stilstaat.

Onbewust bekwaam
Paradoxaal genoeg noemen we de meest ervaren professionals – die methode-integer werken en bij wie het werkproces volledig ingesleten is – ‘onbewust bekwaam’. Hun werk gaat automatisch goed. Ze staan niet voortdurend stil bij hun acties. Eigenlijk is het dus niet zo makkelijk om te weten in hoeverre je  conform de richtlijnen werkt. Dat vraagt om een pas op de plaats, om zorgvuldige reflectie. Alleen dan kun je een plaatje maken van hoe we bij Jeugdbescherming west bijvoorbeeld omgaan met multiprobleemgezinnen, hoe we beslissen over passende hulp en hoe we besluiten over uithuisplaatsing. Inmiddels zijn alle veertien richtlijnen gepubliceerd. Onze gedragswetenschappers zijn dan ook bezig met een vrolijke fotoshoot van de stand zaken. Al die grote en kleine plaatjes samen vormen straks een kleurrijke collage die ons helpt bij een bewust én ongecompliceerd gebruik van alle richtlijnen.

Gepubliceerd op Kennisnet Jeugd, 19 april 2016