Pleegzorg

De ontwikkeling van het pleegkind volgen en stimuleren

Pleegouders begeleiden bij het stimuleren van de ontwikkeling van het pleegkind

Goede begeleiding van pleegouders is een belangrijke voorwaarde om een plaatsing te laten slagen. Een adequate begeleiding door de pleegzorgbegeleider en een goede werkrelatie met de pleegzorgorganisatie hebben een positief effect op de tevredenheid en stressbeleving van pleegouders. Bovendien zijn het cruciale factoren om beëindiging van het pleegouderschap te voorkomen en een breakdown tegen te gaan.

De zorg voor een pleegkind begint altijd met ‘gewoon’ opvoeden. Ieder (pleeg)kind is immers gebaat bij (pleeg)ouders die aandacht aan hem besteden, gewenst gedrag aanmoedigen en duidelijke grenzen stellen. Zeker als pleegouders zelf geen kinderen hebben, kunnen ze behoefte hebben aan begeleiding bij de ‘gewone’ opvoeding. Daarnaast kunnen pleegouders behoefte hebben aan ondersteuning bij de ‘specifieke’ opvoeding van dit pleegkind (bijvoorbeeld bij gedragsproblemen, gehechtheidsproblematiek, een (licht) verstandelijke beperking en/of een trauma). De pleegzorgbegeleider biedt de pleegouders opvoedingsondersteuning (of schakelt deze in) bij de gewone én specifieke opvoeding van het pleegkind.

Pleegouders hebben in grote lijnen drie begeleidingsbehoeften met betrekking tot de ontwikkeling van het pleegkind: achtergrondinformatie over het pleegkind, ondersteuning bij de specifieke opvoeding van een pleegkind met (gedrags)problemen, en ondersteuning bij het opbouwen van een gehechtheidsrelatie. Verder vraagt ook het opvoeden van een pleegkind met een trauma en een pleegkind met een (licht) verstandelijke beperking om extra kennis en vaardigheden.

Achtergrondinformatie over het pleegkind

Om het gedrag van het pleegkind goed te kunnen begrijpen is het nodig te weten wat hij heeft meegemaakt in de relatie met zijn ouder. Zijn gedrag is te zien als een reactie op het gedrag van de ouder. De voor de pleegouders soms onverklaarbare angsten (zoals in paniek raken bij het zien van het bed van de pleegouders) kunnen bijvoorbeeld voortkomen uit eerdere ervaringen die het pleegkind met zijn ouder heeft opgedaan. Ook kan de afwijkende manier waarop een jeugdige aandacht vraagt terug te voeren zijn op de manier waarop hij in staat was de aandacht van zijn ouder te trekken, bijvoorbeeld door driftaanvallen of doen alsof je niets hoort. Behalve over de negatieve ervaringen van het pleegkind is het ook van groot belang de pleegouders informatie te geven over de positieve ervaringen die het pleegkind met zijn ouder heeft opgedaan, bijvoorbeeld wanneer hun kind blij was, wanneer hij lief was en wanneer de ouder genoot van zijn kind. Praktijkexperts geven aan dat het voor pleegkinderen en ouders belangrijk is dat pleegouders die achtergrondinformatie respecteren en er niet over oordelen. Dit geldt ook voor culturele gewoontes en religie.

Ondersteuning bij de specifieke opvoeding van een pleegkind met (gedrags)problemen

Pleegzorgbegeleiders kunnen pleegouders laten zien hoe zij het gedrag van hun pleegkind kunnen veranderen, en kunnen hen daarbij helpen. Patterson en collega’s beschrijven in het Social Interactional Learning model (SIL-model), de basis van de interventie PMTO (Parent Management Training Oregon), vijf effectieve en vier ondersteunende opvoedingsstrategieën. Het is belangrijk om deze strategieën af te stemmen op het ontwikkelingsniveau van het pleegkind. Pleegkinderen met een (licht) verstandelijke beperking hebben bijvoorbeeld extra ondersteuning nodig.

Effectieve opvoedingsstrategieën

  • Aanmoedigen: door gericht te prijzen en te belonen, leren opvoeders het pleegkind welk gedrag gewenst is en vergroten zij de kans dat het pleegkind dit gedrag vaker laat zien. Ook bouwen zij aan het zelfvertrouwen van het pleegkind.

  • Grenzen stellen: opvoeders verbinden structureel milde consequenties aan ongewenst gedrag. Daarnaast leren zij het pleegkind om in een vroeg stadium ‘slim’ te kiezen om zo een milde consequentie te voorkomen.

  • Met elkaar een probleem oplossen: opvoeders laten het pleegkind zien hoe je vraagstukken en (keuze)problemen op een constructieve manier en in gezinsverband kunt bespreken en oplossen. Pleegkinderen leren om samen te werken en om zelf op een gestructureerde manier een probleem aan te pakken.

  • Zicht en toezicht houden: de opvoeder leert in te schatten welke situaties risicovol kunnen zijn voor het pleegkind en krijgt concrete handvatten aangereikt om effectief zicht te houden op de verschillende gebieden die belangrijk zijn in het leven van het pleegkind.

  • Positief betrokken zijn bij het pleegkind: deze effectieve opvoedingsstrategie wordt ook wel ‘de liefde’ binnen PMTO genoemd. Opvoeders leren om leuke dingen met het pleegkind te ondernemen, daar voldoende tijd voor vrij te maken en interesse te tonen in de leefwereld van het pleegkind.

… Meer

Ondersteunende opvoedingsstrategieën

  • Duidelijke instructies geven: opvoeders leren duidelijke instructies te geven, waardoor de kans toeneemt dat het pleegkind deze ook opvolgt.

  • Emoties reguleren: voor veel pleegkinderen maar ook voor veel opvoeders is het moeilijk om rustig te blijven in situaties die stress oproepen. Indien nodig wordt hier binnen de behandeling aan gewerkt.

  • Gedrag bijhouden: door middel van gerichte observatie- en registratieopdrachten krijgen opvoeders een reëler beeld van het gedrag van het pleegkind en het effect van hun eigen handelen op dat gedrag. Het bijhouden van en zicht krijgen op gedrag is een voorwaarde om te kunnen werken aan gedragsverandering.

  • Communicatie: het komt voor dat er iets structureel misgaat in de communicatie tussen opvoeders en pleegkind. Zo kan het zijn dat opvoeders bepaalde gesprekstechnieken onvoldoende beheersen, zoals actief luisteren of een goede timing hebben in gesprek met het pleegkind. Indien dit het geval is, wordt hier in de behandeling aandacht aan besteed.

… Meer

Ondersteuning bij het opbouwen van een gehechtheidsrelatie

De pleegzorgbegeleider kan de pleegouders het belang van een veilige gehechtheid uitleggen (psycho-educatie) en hun adviseren hoe zij een veilige gehechtheidsrelatie met het pleegkind kunnen stimuleren. Meer informatie hierover staat in de Richtlijn Problematische gehechtheid voor jeugdhulp en jeugdbescherming.

Ondersteuning bij het opvoeden van een pleegkind met een trauma

Een pleegzorgbegeleider kan pleegouders door middel van psycho-educatie ondersteunen bij het opvoeden van een pleegkind met een trauma. Zo leren de pleegouders realistische verwachtingen te hebben over het zorgen voor een getraumatiseerd pleegkind. Ook kan het helpen als pleegouders worden begeleid bij het omgaan met de problemen die voortkomen uit de traumatisering.

Een training voor (pleeg)ouders over het opvoeden van getraumatiseerde pleegkinderen is Zorgen voor getraumatiseerde kinderen. Pleegouders leren wat de impact is van trauma op de ontwikkeling en het gedrag van getraumatiseerde pleegkinderen. Volgens praktijkexperts vraagt het opvoeden van een pleegkind met een trauma van pleegouders ook stabiliteit, doorzettingsvermogen, kunnen reflecteren, het hebben van een ‘kalm brein en een lange adem’ en bij voorkeur zelf veilig gehecht zijn.

Ondersteuning bij het opvoeden van een pleegkind met een (licht) verstandelijke beperking

Pleegzorg voor pleegkinderen met een (licht) verstandelijke beperking is anders dan voor pleegkinderen zonder beperking. De ontwikkeling van pleegkinderen met een beperking verloopt meestal trager dan bij andere pleegkinderen. Om ervoor te zorgen dat pleegkinderen met een beperking zich zo goed mogelijk ontwikkelen moet er vaak geoefend en herhaald worden. Elk pleegkind is echter weer anders. Hóe anders hangt af van de beperking.

Pleegkinderen met een verstandelijke beperking hebben vaak meer structuur nodig en kunnen minder dingen aan dan hun leeftijdgenoten. Herhaling is vaak erg belangrijk voor deze pleegkinderen. De pleegzorgbegeleider kan de pleegouders ondersteunen bij het opvoeden van een pleegkind met een (licht) verstandelijke beperking, bijvoorbeeld in de vorm van psycho-educatie. Meer informatie over effectieve interventies voor pleegkinderen met een (licht) verstandelijke beperking staat in de Richtlijn Effectieve Interventies LVB.

Het is de taak van de pleegzorgbegeleider om in kaart te brengen wat de pleegouders nodig hebben om de ontwikkeling van het pleegkind te kunnen stimuleren. Afhankelijk van deze behoeften kan de pleegzorgbegeleider de begeleiding zelf bieden of aanvullende hulp inschakelen. Afspraken hierover worden vastgelegd in een pleegouderbegeleidingsplan. Dit gebeurt in samenspraak met de plaatser omdat er vaak een extra verleningsbeslissing nodig is. Natuurlijk kunnen pleegouders ook begeleidingsbehoeften hebben die niet direct betrekking hebben op de ontwikkeling van het pleegkind. Pleegouders kunnen bijvoorbeeld behoefte hebben aan begeleiding bij het contact met de ouders. Meer informatie over de samenwerking tussen pleegouders en ouders staat in de paragraaf “Samenwerking tussen ouders en pleegouders“.

Praktijkexperts noemen verschillende technieken die de pleegzorgbegeleider kan inzetten bij de begeleiding van pleegouders bij het stimuleren van de ontwikkeling van het pleegkind: luisteren en doorvragen (om informatie te verzamelen bij ouders, het pleegkind en pleegouders), pleegouders helpen om het gedrag van het pleegkind te begrijpen, benoemen wat goed gaat, pleegouders inzicht geven in het feit dat ze het gedrag van het pleegkind kunnen beïnvloeden, pleegouders opvoedingsstrategieën leren om het gedrag van het pleegkind te veranderen, aandacht besteden aan de pleegouder als persoon en pleegouders motiveren om open te staan voor interventies.

Een specifiek aandachtspunt is de begeleiding van netwerkpleeggezinnen. Hoewel netwerkpleegouders niet méér gezinsbelasting ervaren dan bestandspleegouders, kan extra begeleiding tijdens de plaatsing nodig zijn.

Effectieve interventies voor specifieke problemen van pleegkinderen
De ontwikkeling van het pleegkind volgen en problemen tijdig signaleren
Reageer!